Een
halve eeuw geleden bestond de wereld voor een groot deel uit kolonies
en afhankelijke gebieden die bestuurd werden door een klein aantal
koloniale machten. Het Handvest van de Verenigde Naties verkondigde in
1945 “het respect voor het principe van gelijke rechten en
zelfbeschikking der volkeren” als één van haar basisdoelstellingen.
Zelfbeschikking betekent dat mensen van een kolonie of een afhankelijk
gebied beslissen over de toekomstige status van hun thuisland. In de
decennia die volgden, werden meer dan 80 koloniale gebieden
onafhankelijk als het resultaat van zelfbeschikking. Andere gebieden
kozen voor vrije associatie of hun integratie met een onafhankelijke
staat. Het proces, waardoor deze gebieden hun zelfbeschikkingsrecht
uitoefenden, wordt dekolonisatie genoemd. In 1960 werd de ‘Verklaring
Inzake het Verlenen van Onafhankelijkheid aan Koloniale Landen en
Volkeren’ aangenomen, waarin een aantal van de dekolonisatie principes
worden uitgestippeld.
In
het Handvest wordt een Niet-zelfbesturend Gebied gedefinieerd als een
gebied “waarvan de bewoners nog geen volledig zelfbestuur hebben
verworven.” In 1946 identificeerden meerdere VN-lidstaten een aantal
gebieden onder hun bestuur, die niet- zelfbesturend waren en hebben die
op een VN-lijst gezet. Landen, die niet- zelfbesturende gebieden
besturen, worden besturende mogendheden genoemd. Als het gevolg van het
dekolonisatieproces over de jaren heen werden de meeste gebieden van de
lijst gehaald.
De
VN blijft de ontwikkelingen volgen in 16 Niet-zelfbesturende Gebieden,
die op de lijst blijven staan. Het verantwoordelijke VN-orgaan is het
Speciale Comité over de situatie betreffende de tenuitvoerlegging van
de Verklaring over het verlenen van onafhankelijkheid aan koloniale
landen en volken (of het Comité van 24, ook gekend als het Speciale
Comité over Dekolonisatie), het werd gecreëerd door de Algemene
Vergadering in 1961 bij resolutie 1654 (XVI).
Het Speciale Comité:
Door
de ontwikkelingen in de Niet-zelfbesturende Gebieden te volgen,
probeert het ‘Comité van 24’ de belangen te beschermen van de volkeren
in de gebieden door dialoog met de besturende mogendheden en lokale
regeringen.
Het helpt Gebieden uit te zoeken, hoe ze hulp kunnen krijgen van
VN-agentschappen. Door een eerlijke tussenpersoon te zijn, kan het
Comité van 24 een regering en de besturende mogendheid een
werkprogramma helpen uitwerken voor de dekolonisatie van het thuisland
gebaseerd op de speciale karakteristieken van het gebied.
De Verklaring van Onafhankelijkheid aan Gekoloniseerde Landen en Volkeren zegt dat alle mensen het recht hebben op zelfbeschikking. Volgens de resolutie 1541 (XV) van de Algemene Vergadering van 1960, zijn er drie manieren waarop een Niet-zelfbesturend Gebied zelfbeschikking kan uitoefenen en een volledige mate van zelfbestuur kan bereiken.
Om
het even welke optie die de mensen van elke Niet-zelfbesturend Gebied
vrij kiezen, eens ze de mogelijkheden en de speciale karakteristieken
van hun thuisland begrijpen.
Het
mandaat van het Comité van 24 is gebaseerd op het principe dat het
resultaat van het dekolonisatieproces een van de drie bovenvermelde
opties (vrije associatie, integratie met een onafhankelijk staat of
onafhankelijkheid) zou zijn. Maar in 1970 nam een juridisch comité van
de Algemene Vergadering een verklaring aan, waarin staat dat, naast
deze drie opties, het in vrijheid aannemen van een ander politiek
statuut door een volk, dit door dit volk beschouwd kan worden als een
uitoefening van zijn recht op zelfbeschikking
Meer informatie vindt u op website: www.un.org/Depts/dpi/decolonization/.
Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties (UNRIC)
Residence Palace, Wetstraat 155, Blok C2, 1040 Brussel, België
Tel.: +32 2 788 8484 / Fax: 32 2 788 8485