PDF (2.3Mb)
Aanvaard door de Millennium Top
New York, 6-8 september 2000
WOORD VOORAF
De Millenniumverklaring van de Verenigde Naties is een document
dat geldt als richt- en uitgangspunt voor de nieuwe eeuw. De Verklaring
– aangenomen tijdens de Millennium Top van 6 tot 8 september
2000 in New York – verwoordt de punten van zorg zoals de
147 staats- en regeringsleiders, en in totaal 191 naties, die deelden
tijdens de grootste bijeenkomst van wereldleiders ooit.
De Verklaring kwam tot stand na maanden van besprekingen,
waarbij veel aandacht ging naar de uitkomst van regionale hoorzittingen
en naar het Millennium Forum waarin de brede samenleving
de gelegenheid kreeg haar stem te laten horen. Het doet mij veel
genoegen te zien dat alle opdrachten en streefdoelen die ik in mijn
Millennium Verslag formuleerde, zijn opgenomen in de Verklaring.
De bedoeling van mijn voorstel om deze Top te organiseren,
was om het symbolische karakter van de millenniumwende aan te
grijpen om de aandacht te vestigen op de daadwerkelijke behoeften
van mensen in de hele wereld. Toen ik luisterde naar de wereldleiders
en de Verklaring las die zij aannamen, stond ik versteld van de opmerkelijke
gelijkluidendheid van de standpunten betreffende de uitdagingen
waarvoor wij staan, en ook van de dringende toon waarmee
zij oproepen tot actie.
De politieke leiders hebben vastomlijnde doelen gesteld om het
aantal mensen dat in extreme armoede leeft te halveren, ervoor zorg
te dragen dat iedereen toegang heeft tot schoon drinkwater en basisonderwijs,
de verspreiding van HIV/AIDS te keren en nog een reeks
andere ontwikkelingsdoelen te realiseren. Ook riepen de leiders op
tot een versterking van de vredesoperaties van de Verenigde Naties,
zodat kwetsbare gemeenschappen op ons kunnen rekenen wanneer
zij onze bescherming behoeven. Ook roepen de leiders op de strijd
aan te gaan tegen onrechtvaardigheid en ongelijkheid, tegen terreur
en criminaliteit, en om de aarde, ons gemeenschappelijk erfgoed, te
beschermen ten behoeve van komende generaties.
In de Verklaring hebben de staats- en regeringsleiders duidelijk
aangegeven hoe deze Organisatie zich zal moeten aanpassen aan de
nieuwe eeuw. Terecht heeft de doeltreffendheid van de Verenigde
Naties al hun aandacht. Zij willen actie, maar vooral ook resultaten.
Mijn medewerkers en ikzelf verbinden ons er opnieuw toe dit mandaat
met de grootste inzet gestalte te geven.Uiteindelijk zijn het echter
de leiders zelf die de Verenigde Naties vormen. Het ligt in hun
vermogen, en daarom is het ook hun verantwoordelijkheid, om de
doelen te realiseren die zijzelf hebben gedefinieerd. Tegen hen en
tegen de naties die zij vertegenwoordigen, alle mensen in de wereld,
zeg ik: alleen jullie kunnen ervoor zorgen dat de Verenigde Naties
voldoende opgewassen is tegen de uitdaging.
Kofi A. Annan
Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties

De Algemene Vergadering
aanvaardt de volgende Verklaring:
Millennium Verklaring van de Verenigde Naties
I. WAARDEN EN UITGANGSPUNTEN
1. Wij, staatshoofden en regeringsleiders, zijn van 6 tot 8 september
2000, in het prille begin van een nieuw millennium, bijeengekomen
op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New
York, voor een herbevestiging van ons vertrouwen in de Organisatie
en haar Handvest als de onontbeerlijke grondslagen voor
een meer vreedzame, welvarende en rechtvaardige wereld.
2. Wij erkennen dat wij, naast afzonderlijke verantwoordelijkheden
jegens de samenleving in onze eigen landen, ook de gezamenlijke
verantwoordelijkheid hebben om de beginselen van
menselijke waardigheid, gelijkheid en billijkheid te schragen op
mondiaal niveau.Als leiders hebben wij daarom een plicht jegens
alle mensen ter wereld – vooral jegens de kwetsbaarsten, in het
bijzonder de kinderen, aan wie de toekomst toebehoort.
3. Wij bevestigen opnieuw onze gehechtheid aan de oogmerken
en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, die tijdloos
en universeel zijn gebleken. Hun relevantie en vermogen te
inspireren nemen zelfs toe, nu naties en volken steeds nauwer
met elkaar in verband staan en afhankelijker van elkaar worden.
4. Wij zijn vastbesloten om in de wereld rechtvaardige en duurzame
vrede te bewerkstelligen in overeenstemming met de doelstellingen
en beginselen van het Handvest. Wij zullen onszelf
opnieuw wijden aan de ondersteuning van alle inspanningen
die zich richten op de soevereine gelijkwaardigheid van alle staten;
eerbied voor de onschendbaarheid van hun grondgebied
en van hun politieke onafhankelijkheid; de oplossing van geschillen
met vreedzame middelen en in overeenstemming met
de principes van rechtvaardigheid en internationaal recht; het
recht op zelfbeschikking van volken onder koloniaal bewind of
buitenlandse bezetting; niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden
van staten; eerbiediging van de mensenrechten
en fundamentele vrijheden; eerbied voor de gelijke rechten van
allen zonder onderscheid van ras, geslacht, taal of geloofsovertuiging;
en internationale samenwerking bij het oplossen van
internationale problemen van economische, sociale, culturele of
humanitaire aard.
5. Wij menen dat vandaag de voornaamste uitdaging erin bestaat
te bewerkstelligen dat de mondialisering een positieve kracht
wordt voor alle mensen op aarde.Mondialisering biedt ook grote
mogelijkheden, maar vooralsnog zijn de eraan verbonden
baten zeer ongelijk verdeeld en de kosten ongelijk gespreid.Wij
erkennen dat ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie
zich geplaatst zien voor bijzondere moeilijkheden
bij het formuleren van een antwoord ten aanzien van
deze uitdaging. Om die reden kan mondialisering alleen door
breed gedragen, duurzame inspanningen om te komen tot een
gemeenschappelijke toekomst in het teken van onze menselijkheid
in al haar verscheidenheid, uitgroeien tot een gegeven
waarbij alle mensen op een billijke manier betrokken zijn. Die
inspanningen moeten beleidsstrategieën en maatregelen op
mondiaal niveau omvatten die tegemoetkomen aan de behoeften
van ontwikkelingslanden en overgangseconomieën, en die
worden geformuleerd en geïmplementeerd met hun daadwerkelijke
deelname.
6. Wij beschouwen bepaalde fundamentele waarden als van
essentieel belang in de internationale betrekkingen in de eenentwintigste
eeuw. Die waarden zijn onder meer:
-
Vrijheid. Mannen en vrouwen hebben het recht om in
waardigheid hun leven te leiden en hun kinderen op te voeden,
gevrijwaard van honger en van vrees voor geweld,
onderdrukking en onrechtvaardigheid. Democratisch bestuur,
gebaseerd op de wil van het volk, en actieve deelname
daaraan bieden de beste waarborg voor deze rechten.
-
Gelijkheid. Geen enkele individu of natie mag de kans
worden ontzegd de vruchten van ontwikkeling te plukken.
Gelijke rechten en kansen voor vrouwen en mannen
dienen te worden bewerkstelligd.
-
Solidariteit. Uitdagingen van mondiale aard moeten zodanig
worden aangegaan dat de kosten en lasten op eerlijke
wijze worden verdeeld in overeenstemming met de grondbeginselen
van billijkheid en sociale rechtvaardigheid. Zij
die lijden, of de minste baten ondervinden, verdienen de
hulp van hen die het meeste profijt ondervinden.
-
Verdraagzaamheid. Mensen moeten eerbied voor elkaar
hebben, in al hun verscheidenheid qua geloofsovertuiging,
cultuur en taal. Verschillen binnen en tussen samenlevingen
mogen niet worden gevreesd noch onderdrukt, maar
moeten wij koesteren als een waardevol aspect van menselijkheid.
Een Cultuur van Vrede en Dialoog tussen alle
beschavingen dient actief te worden bevorderd.
-
Respect voor de natuur.Wij dienen voorzichtigheid te betrachten
bij het beheer van alle levende soorten en natuurlijke
hulpbronnen, in overeenstemming met de verworven
inzichten omtrent duurzame ontwikkeling. Alleen op
die manier kunnen de onmetelijke rijkdommen die de natuur
ons schenkt worden behouden en overgegeven aan
onze nakomelingen. De huidige, niet langer verdedigbare
patronen van productie en consumptie moeten worden
gewijzigd, in het belang van het toekomstige welzijn van
onszelf én van ons nageslacht.
-
Gedeelde verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid
voor het omgaan met wereldwijde ontwikkeling op economisch
en sociaal plan, en ook met bedreigingen van de
internationale vrede en veiligheid, moet worden gedeeld
door alle naties van deze wereld en zou multilateraal moeten
worden opgenomen. Als de meest universele, meest
representatieve organisatie ter wereld, moet de Verenigde
Naties daarbij een centrale rol op zich nemen.
7. Om deze gemeenschappelijke waarden te vertalen in actie, onderscheiden
wij een reeks hoofddoelstellingen waaraan wij bijzondere betekenis hechten.
II. VREDE, VEILIGHEID EN ONTWAPENING
8. Wij zullen geen middel onbeproefd laten om onze volken te bevrijden
van de gesel van oorlogen – zowel binnen als tussen
staten – die het afgelopen decennium meer dan vijf miljoen levens
hebben geëist.Wij zullen ook pogen de gevaren weg te nemen
die worden veroorzaakt door massavernietigingswapens.
9. Om die redenen verklaren wij:
-
Het respect voor wet en recht te vergroten, in internationale
en binnenlandse aangelegenheden, en in het bijzonder
ervoor zorg te dragen dat Lid-Staten zich voegen naar
de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, in overeenstemming
met het Handvest van de Verenigde Naties,
in zaken waarin zij partij zijn.
-
De Verenigde Naties te maken tot een doeltreffender instrument
om vrede en veiligheid te bewaren, door de Organisatie
te voorzien van de middelen en instrumenten die
zij behoeft om conflicten te voorkomen, geschillen vreedzaam
op te lossen, voor vredehandhaving, en voor het bouwen
aan vrede en wederopbouw na afloop van conflicten.
In dit verband nemen wij kennis van het Rapport van het
Panel in zake Vredesoperaties van de Verenigde Naties en
verzoeken de Algemene Vergadering zich spoedig te buigen
over de in dat document vervatte aanbevelingen.
-
De samenwerking tussen de Verenigde Naties en regionale
organisaties te versterken in overeenstemming met de
bepalingen van Hoofdstuk VIII van het Handvest.
-
Zorg te dragen voor de tenuitvoerlegging door verdragsluitende
staten van verdragen inzake wapenbeheersing
en ontwapening, alsook implementatie van regels van in
ternationaal humanitair recht en mensenrechtenrecht, en
roepen alle staten op de ondertekening en bekrachtiging
te overwegen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal
Strafhof.
-
Gebundeld actie te ondernemen tegen internationaal terrorisme
en om zo spoedig mogelijk toe te treden tot alle
internationale verdragen dienaangaande.
-
Onze inspanningen te verdubbelen ten aanzien van onze
plicht het hoofd te bieden aan het wereldwijde drugprobleem.
-
Onze inspanningen te intensiveren in de strijd tegen grensoverschrijdende
criminaliteit in al haar gedaanten, met
inbegrip van mensenhandel en witwaspraktijken.
-
De negatieve gevolgen van door de Verenigde Naties opgelegde
economische sancties tot een minimum te beperken
voor onschuldige bevolkingen, om de effecten van dergelijke
sancties geregeld te onderzoeken en om een einde te
stellen aan de nadelige gevolgen van sancties voor derden.
-
Te streven naar de uitbanning van massavernietigingswapens,
in het bijzonder kernwapens, en om alle opties
open te houden teneinde dit doel te bereiken, met inbegrip
van de mogelijkheid om een internationale conferentie
te organiseren voor het in kaart brengen van manieren
ter uitbanning van nucleaire risico’s.
-
Gebundeld actie te ondernemen om een einde te maken
aan de clandestiene handel in kleine en in lichte wapens,
vooral door wapenleveringen transparanter te maken en
door steun te verlenen aan regionale ontwapeningsinitiatieven,
daarbij rekening houdend met alle aanbevelingen
van de VN-conferentie inzake de Clandestiene Handel in
Kleine en Lichte Wapens, die weldra zal plaatshebben.
-
Staten op te roepen toetreding te overwegen tot het Verdrag
Inzake Het Verbod Op Gebruik, Opslag, Productie en
Vervoer Van Antipersoonsmijnen en Inzake Hun Vernietiging,
en ook tot het Gewijzigd Mijnenprotocol bij het Verdrag inzake
Conventionele Wapens.
10. Wij verzoeken de Lid-Staten met klem om individueel en collectief
het Olympisch Bestand in acht te nemen, nu en in de toekomst,
en om het Internationaal Olympisch Comité steun te
bieden bij zijn inspanningen te komen tot vrede en onderling
begrip door middel van de sport en het Olympisch ideaal.
III. ONTWIKKELING EN UITBANNING VAN ARMOEDE
11. Wij zullen geen middel onbenut laten om onze medemensen
– mannen, vrouwen en kinderen – te bevrijden uit de rampzalige
en mensonterende situatie waarin extreme armoede
thans meer dan een miljard van hen doet verkeren. Wij verplichten
onszelf om het recht op ontwikkeling te maken tot een
realiteit voor iedereen, en om het gehele menselijke ras te bevrijden
van behoeftigheid.
12. Wij besluiten daarom een klimaat te scheppen – zowel op nationaal
als op mondiaal niveau – dat bijdraagt tot ontwikkeling
en tot uitbanning van armoede.
13. Succes in het verwezenlijken van die doelstellingen hangt onder
meer af van goed bestuur in elk land. Het hangt ook af van
goed bestuur op internationaal plan, en van transparantie van
financiële, monetaire en handelgerelateerde stelsels. Wij spannen
ons in om te komen tot een multilateraal systeem van handel
en financiën, dat open, billijk, gereguleerd, voorspelbaar en
niet-discriminatoir is.
14. Wij zijn bezorgd over de hindernissen waarop ontwikkelingslanden
stuiten bij het verkrijgen van de middelen die nodig
zijn om hun duurzame ontwikkeling te bekostigen.Wij zullen
ons daarom krachtig inspannen om ervoor te zorgen dat de Internationale
en intergouvernementele topontmoeting inzake
ontwikkelingsfinanciering, die in 2001 zal plaatshebben, een
succes wordt.
15. Wij nemen het ook op ons tegemoet te komen aan de behoeften
van de minst ontwikkelde landen. In dat verband zijn wij
ingenomen met de Derde Conferentie van de Verenigde Naties
Inzake de Minst Ontwikkelde Landen (mei 2001) en zullen alles
in het werk stellen deze conferentie te doen slagen.Wij roepen
de geïndustrialiseerde landen op:
-
om bij voorkeur nog voor die Conferentie een beleid in te
voeren gericht op de rechten- en quotavrije toegang voor
vrijwel alle exportproducten uit de minst ontwikkelde
landen;
-
om onverwijld het uitgebreide schuldverlichtingsprogramma
voor de arme landen met de zwaarste schuldenlast ten
uitvoer te leggen en om in te stemmen met de kwijtschelding
van alle officiële bilaterale schulden van die landen
in ruil voor het hunnerzijds aangaan van aantoonbare verplichtingen
inzake armoedebestrijding;
-
en om ruimhartiger ontwikkelingshulp te verschaffen, vooral
aan landen die een oprechte inspanning doen hun hulpbronnen
aan te wenden voor de bestrijding van armoede.
16. Wij zijn ook vastberaden om op een alles omvattende, doeltreffende
manier oplossingen te zoeken voor de schuldenproblematiek
van ontwikkelingslanden met een laag of middelhoog
inkomen, door middel van diverse nationale en internationale
maatregelen die zo zijn geformuleerd dat hun schulden op langere
termijn overkomelijk worden of blijven.
17. Wij besluiten voorts ook tegemoet te komen aan de specifieke
behoeften van kleine, zich ontwikkelende eilandstaten, door middel
van de snelle en volledige implementatie van het Actieprogramma
van Barbados en ook van de slotverklaring van de 22ste speciale zitting
van de Algemene Vergadering.Wij roepen de internationale gemeenschap
met klem op ervoor te zorgen dat men bij de definitie van een
kwetsbaarheidsindex rekening houdt met de bijzondere behoeften van
kleine, zich ontwikkelende eilandstaten.
18. Wij erkennen de bijzondere behoeften en problemen van
ontwikkelingslanden zonder directe toegang tot de zee, en roepen
bilaterale en multilaterale donoren op de financiële en technische
steun aan deze groep landen te vergroten om tegemoet te
komen aan hun speciale ontwikkelingsbehoeften, en om hen te
helpen bij het overkomen van geografische belemmeringen door
hun systemen voor transitoverkeer te verbeteren.
19. Wij besluiten voorts:
Om tegen het jaar 2015 het aantal mensen met een inkomen
van minder dan één dollar per dag te halveren, evenals het aantal
mensen dat honger lijdt, en ook om in dat zelfde jaar het
aantal mensen te halveren dat niet in staat is veilig drinkwater
te bereiken of het zich niet kan veroorloven.
-
Om ervoor te zorgen dat eveneens in 2015 de kinderen –
jongens en meisjes – overal in staat zijn het basisonderwijs
geheel te doorlopen, en dat meisjes en jongens in
gelijke mate toegang hebben tot alle onderwijsniveaus.
-
Om tegen 2015 moedersterfte te hebben gereduceerd met
drie vierde, en kindersterfte bij kinderen jonger dan vijf
jaar met twee derde, berekend naar de huidige sterftecijfers.
-
Om tegen dat jaar de verdere verspreiding te hebben gestopt
van HIV/AIDS, de malariaramp en andere ernstige
ziekten waarmee de mensheid worstelt, en een aanvang te
hebben gemaakt met het terugdringen van het aantal besmettingen.
-
Om speciale hulp te bieden aan kinderen die door toedoen
van HIV/AIDS wees zijn geworden.
-
Om tegen 2020 te zijn gekomen tot significante verbeteringen
in het leven van ten minste 100 miljoen sloppenwijkbewoners,
conform het initiatief “Steden zonder Sloppen”.
20. Ook verklaren wij:
Seksegelijkheid en meer zeggenschap voor vrouwen te bevorderen
als doeltreffende manieren om armoede, honger en ziekte te
bestrijden en om werkelijk duurzame ontwikkeling te stimuleren.
-
Strategieën te ontwikkelen en uit te voeren die jonge mensen
in alle landen een echte kans bieden op het vinden
van volwaardig en productief werk.
-
De farmaceutische industrie aan te moedigen om basisge
neesmiddelen op grotere schaal beschikbaar te stellen en
ze betaalbaar te houden voor iedereen die ze nodig heeft
in ontwikkelingslanden.
-
Hechte partnerships aan te gaan met het bedrijfsleven en
met maatschappelijke organisaties bij het streven naar
ontwikkeling en armoedebestrijding.
-
Ervoor zorg te dragen dat iedereen zijn voordeel zal kunnen
doen met nieuwe technologieën – in het bijzonder
informatie- en communicatietechnologieën – in overeenstemming
met de aanbevelingen vervat in de Ministersverklaring
2000 van de ECOSOC.
IV. ONS GEMEENSCHAPPELIJK LEEFMILIEU BESCHERMEN
21. Wij mogen geen middel onbenut laten om de gehele mensheid,
bovenal onze kinderen en kleinkinderen, te vrijwaren van de
dreiging van een leven op een planeet die onomkeerbaar bedorven
is door menselijke activiteit en die niet langer zou kunnen
voorzien in de behoefte aan voldoende hulpbronnen.
22. Wij onderschrijven opnieuw de beginselen van duurzame ontwikkeling,
met inbegrip van de principes verwoord in Agenda 21,
waarvoor de VN-conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling
overeenstemming bereikte.
23. Wij besluiten daarom al onze acties op milieugebied te ontplooien
op basis van een nieuwe ethiek inzake behoud en rentmeesterschap,
en bij wijze van eerste stappen verklaren wij:
Alles in het werk te stellen om het van kracht worden van het
Kyoto Protocol te bespoedigen, bij voorkeur tegen 2002 – de
tiende verjaardag van de VN-Conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling
– en om van start te gaan met de vereiste terugdringing
van de uitstoot van broeikasgassen.
-
Onze gezamenlijke inspanningen op te voeren bij het beheer,
het behoud en de duurzame ontwikkeling van alle
soorten bossen.
-
Druk uit te oefenen om te komen tot de volledige implementatie
van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en
het Verdrag inzake de Bestrijding van Woestijnvorming in
landen die kampen met ernstige droogte en/of woestijnvorming,
in het bijzonder in Afrika.
-
Een einde te stellen aan de onverantwoorde exploitatie van
watervoorraden, door op regionaal, nationaal en lokaal
niveau strategieën voor waterbeheer te ontwikkelen die zowel
zijn gericht op billijke toegang tot watervoorraden als
op een toereikende watervoorziening.
-
Te komen tot intensievere samenwerking om het aantal
natuurrampen en door mensen veroorzaakte calamiteiten
en hun effecten terug te dringen.
-
Zorg te dragen voor vrije toegankelijkheid van informatie
over het menselijk DNA.
V. MENSENRECHTEN, DEMOCRATIE EN GOED BESTUUR
24. Wij zullen geen middel onbenut laten om democratie te bevorderen
en om het respect voor wet en recht te vergroten, evenals
het respect voor alle internationaal erkende mensenrechten
en fundamentele vrijheden, met inbegrip van het recht op ontwikkeling.
25. Daarom besluiten wij:
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens volledig te
eerbiedigen en te verdedigen.
-
Te streven naar volledige bescherming en bevordering in
alle landen van de burgerrechten en de politieke, economische,
sociale en culturele rechten voor iedereen.
-
Het vermogen van al onze landen te vergroten om de beginselen
en werkwijzen van democratisch bestuur en respect
voor de mensenrechten,met inbegrip van de rechten
van minderheden, te implementeren.
-
Alle vormen van geweld jegens vrouwen te bestrijden en
het Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen ten uitvoer te leggen.
-
Maatregelen te treffen om de eerbiediging en de bescherming
van de mensenrechten van migranten, gastarbeiders
en hun gezinnen te verzekeren, om de in vele samenlevingen
in omvang toenemende uitingen van racisme en
vreemdelingenhaat uit te bannen en om meer eensgezindheid
en verdraagzaamheid in alle samenlevingen te bevorderen.
-
Gezamenlijk te werken aan meer inspraak in politieke processen,
waarbij alle burgers in onze landen daadwerkelijk participeren.
-
De vrijheid van de media te waarborgen om hun belangrijke rol te
vervullen en zo het recht van het publiek aangaande toegang tot
informatie te verzekeren.
VI. DE KWETSBAREN BESCHERMEN
26. Wij zullen alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat kinderen
en bevolkingen die onevenredig veel lijden onder de gevolgen van
natuurrampen, volkenmoord, gewapende conflicten en andere humanitaire
noodsituaties, alle hulp en bescherming krijgen zodat zij zo snel
mogelijk
hun normale leven kunnen hervatten.
Wij besluiten daarom:
-
in complexe noodsituaties de bescherming van de burgerbevolking
te verbreden en te intensiveren in overeenstemming
met internationaal humanitair recht.
-
internationale samenwerking te vergroten bij de organisatie
en financiering van noodhulp aan landen die vluchtelingen
opvangen; en om alle vluchtelingen en ontheemde
personen te helpen op vrijwillige basis, veilig en waardig,
naar hun steden en dorpen terug te keren, en om hen soepel
te reïntegreren in hun gemeenschappen.
-
de bekrachtiging en volledige tenuitvoerlegging aan te moedigen
van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en van
de Optionele Protocollen daarbij inzake de betrokkenheid
van kinderen in gewapende conflicten, en inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie.
VII. TEGEMOETKOMEN AAN DE BIJZONDERE BEHOEFTEN
VAN AFRIKA
27. Wij zullen de verdere versteviging van de democratie in Afrika
ondersteunen en de Afrikanen helpen in hun streven naar blijvende
vrede, de uitbanning van armoede en duurzame ontwikkeling,
om dit continent te helpen een volwaardige rol in de
wereldeconomie te verkrijgen.
28. Wij besluiten daarom:
-
volledige steun te bieden aan de politieke en institutionele
structuren van jonge democratieën in Afrika.
-
de vorming aan te moedigen en te steunen van regionale
en subregionale mechanismen voor het voorkomen van
conflicten en het bevorderen van politieke stabiliteit, en om
zorg te dragen voor een betrouwbare stroom van middelen
voor vredesoperaties in dit werelddeel.
-
speciale maatregelen te treffen om de uitdagingen aan te
gaan die de uitbanning van armoede en de duurzame ontwikkeling
in Afrika impliceren, met inbegrip van schuldkwijtschelding,
vlottere toegang tot de markt, meer Officiële
Ontwikkelingshulp (ODA) en grotere stromen van
Directe Buitenlandse Investeringen (FDI), alsook de overdracht
van technologie.
-
Afrika te helpen zijn capaciteit op te voeren bij het bestrijden
van de verspreiding van de HIV/AIDS-epidemie
en andere besmettelijke ziekten.
VIII. DE VERENIGDE NATIES STERKER MAKEN
29. Wij zullen geen middel onbeproefd laten om de Verenigde Naties
tot een doeltreffender instrument te maken bij het invullen
van de volgende prioriteiten: de strijd voor ontwikkeling voor
alle volken ter wereld, de strijd tegen armoede, onwetendheid en
ziekte, de strijd tegen onrechtvaardigheid, de strijd tegen geweld,
bedreiging en criminaliteit, en de strijd tegen het verval en de
vernietiging van onze habitat.
30. Daarom besluiten wij:
-
opnieuw de centrale positie van de Algemene Vergadering
te bevestigen als het voornaamste en meest representatieve
orgaan van de Verenigde Naties voor overleg en beleidsformulering,
en om haar in staat te stellen die rol op doeltreffende
wijze te vervullen.
-
onze inspanningen op te voeren om te komen tot een alles
omvattende hervorming van de Veiligheidsraad in al
zijn aspecten.
-
de Economische en Sociale Raad verder te versterken op
basis van de recent geboekte resultaten en om de ECOSOC
te helpen zijn rol zoals verwoord in het Handvest invulling
te geven.
-
het Internationaal Gerechtshof te versterken teneinde recht
en gerechtigheid te doen gelden in internationale aangelegenheden.
-
overleg en coördinatie op regelmatige basis aan te moedigen
tussen de voornaamste organen van de Verenigde Naties
bij de uitvoering van hun taken.
-
ervoor zorg te dragen dat de Organisatie bijtijds en op
voorspelbare basis wordt voorzien van de middelen die ze
nodig heeft om haar opdrachten te volbrengen.
-
het Secretariaat op te roepen optimaal gebruik te maken
van die middelen in het belang van alle Lid-Staten, zulks
in overeenstemming met duidelijke, in de Algemene Vergadering
overeengekomen regels en procedures, door bij het beheer
van de middelen te kiezen voor de beste werkwijzen
en technologieën, en door zich te richten op taken
die de prioriteiten weerspiegelen zoals de Lid-Staten die
zijn overeengekomen.
-
naleving te bevorderen van het Verdrag inzake de Veiligheid
van Personeel Werkend in Dienst of in Opdracht van de VN.
-
zorg te dragen voor grotere samenhang in het beleid en te
streven naar betere samenwerking tussen de Verenigde
Naties, haar agentschappen, de instellingen van Bretton
Woods en de Wereldhandelsorganisatie – en andere multilaterale
organen – met het oog op het bewerkstelligen
van een volledig gecoördineerde aanpak van de problematiek
aangaande vrede en ontwikkeling.
-
de samenwerking verder te verstevigen tussen de Verenigde
Naties en de nationale parlementen via hun mondiale organisatie
(de Interparlementaire Unie), en wel op verschillende
terreinen, waaronder: vrede en veiligheid, economische
en sociale ontwikkeling, internationaal recht en
mensenrechten, democratie en seksegerelateerde kwesties.
-
meer ruimte te bieden aan het bedrijfsleven, niet-gouvernementele
organisaties en de brede samenleving in het
algemeen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de
doelen en programma’s van de Organisatie.
31. Wij verzoeken de Algemene Vergadering op gezette tijden een
analyse te maken van de vorderingen bij de tenuitvoerlegging
van de bepalingen van deze Verklaring en vragen de Secretaris-
Generaal om periodieke verslagen te publiceren en deze ter
overweging voor te leggen aan de Algemene Vergadering en als
basis voor verdere actie.
32. Wij herbevestigen bij deze historische gelegenheid plechtig dat
de Verenigde Naties het onontbeerlijke thuis is voor de wereldfamilie
van mensen, de plaats waar wij pogen uitdrukking en gestalte te
geven aan ons universele streven naar vrede, samenwerking en
ontwikkeling. Daarom doen wij de plechtige gelofte onze nimmer
aflatende steun te verbinden aan deze gemeenschappelijke
doelstellingen en te getuigen van vastberadenheid bij hun verwezenlijking.
Resolutie A/Res/55/2
8 september 2000

|