zaterdag, 29 april 2017
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

VN-Vademecum - 3.5 Assistent-deskundigen

Inhoudsopgave
VN-Vademecum
1 Het statuut van internationale ambtenaren
2 Afhankelijkheid van lidmaatschap
3 Van klusjesman tot beleidsverantwoordelijke
3.1 Algemene diensten
3.2 Experten voor technische bijstand
3.3 Academisch gevormd personeel
3.4 VN-veldwerkers
3.5 Assistent-deskundigen
3.6 Veiligheidspersoneel
3.7 Onderhoudspersoneel
3.8 Assistenten voor publieksvoorlichting
3.9 VN-vrijwilligers
3.10 Betrekkingen in andere VN-bureaus
4. Algemene cijfers
Alle pagina's


3.5 Junior Professional Officer - Assistent-deskundigen

Om te kunnen beantwoorden aan de vraag naar korte-termijn-werkkrachten voor de verschillende programma's en projecten, maken de VN en de aanverwante organisaties gebruik van het Junior Professional Officers (JPO) programma bij de VN. JPO’s zijn in feite assistent-deskundigen. Het zijn meestal pas afgestudeerden met minimaal twee jaar en meestal maximaal vier jaar professionele werkervaring. Zoals bij de meeste internationale functies is hier opnieuw een universitair diploma vereist, wil men in aanmerking komen. Belangrijk hierbij is dat het programma gefinancierd wordt door een nationale instantie die de coördinatie van het programma op zich neemt, en niet door de VN. De nationale instantie bepaalt dus ook naar welke programma's of organisaties hun mensen worden uitgezonden. Voor België heeft  de Directie Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD) deze taak op zich genomen.

FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Karmelietenstraat 15
1000 Brussel
Tel: 02/501.44.62

Het programma voor JPO’s is in feite nauw verwant aan het programma voor technische samenwerking. Het verschil is dat de JPO’s voor een kortere termijn (2 tot maximaal 4 jaar) aangeworven worden en over minder ervaring moeten beschikken. Bovendien gaat dit programma uit van een nationale instantie, terwijl het programma voor technische samenwerking uitgaat van de VN zelf.

Wil men zich kandidaat stellen als JPO, dan moet men zich richten tot het DGD. De aanwerving wordt door het DGD gecoördineerd, daar het instaat voor de financiering van het programma.

Hoewel het DGD het programma financiert, wordt het contract afgesloten tussen de kandidaat en de internationale organisatie waarvoor hij of zij zal werken. Het officiële statuut is contractant met een internationale organisatie.Het contract wordt afgesloten voor de duur van 1 jaar en is jaarlijks verlengbaar tot een maximum van 3 jaar afhankelijk van de evaluatie. De bedoeling is jongeren de kans te geven ervaring op te doen bij de internationale organisaties om zich daarnate kunnen doorgroeien binnen het VN systeem. Bij de weergave van de cijfergegevens van de internationale organisaties wordt echter zelden een onderscheid gemaakt naar de korte-termijn-deskundigen, de zogenaamde assistent-deskundigen, en de lange-termijn-deskundigen die werken onder het programma voor technische samenwerking.

Kandidaturen moeten bij de organisatie ingediend worden via de link die op de website van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (JPO-Programma) te vinden zal zijn tijdens de periode van oproep tot kandidaten. Kandidaturen kunnen uitsluitend tijdens de op de website vermelde periode ingediend worden. Geen enkele kandidatuur die ingediend wordt buiten de in de oproep vermelde termijn wordt aanvaard.

Het formulier (Personal History) tot indiening van de kandidatuur zal dan terug te vinden zijn op de website van de organisatie. Gelieve hiervoor de op de website vermelde instructies te volgen.

Kandidaten kunnen voor maximaal 3 posten per organisatie kandideren.

De preselectie gebeurt door vertegenwoordigers van de internationale organisatie op basis van het Curriculum Vitae (Personal History) en de motivatiebrief (Cover Letter).

Het interview van de gepreselecteerde kandidaten vindt plaats in Brussel met vertegenwoordigers van de internationale organisatie en een DGD-ambtenaar.

Kennis van het Frans en Engels is onontbeerlijk, terwijl kennis van het Spaans of Portugees een bijkomende troef vormt.