woensdag, 18 oktober 2017
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

SDG 11 - Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

25.11.15 | Vandaag leven 2 op 3 Europeanen en bijna 3,9 miljard mensen wereldwijd – meer dan de helft van de wereldbevolking! – in steden. Dat aantal zal alleen maar toenemen en volgens de meest recente cijfers zou 60% van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving leven tegen 2030. Om die groeiende bevolking te ondersteunen ontwikkelde de VN de elfde Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling (SDG 11).

De stedelijke bevolking zal het snelst toenemen in de ontwikkelingslanden. Daar heeft de huidige groei al geleid tot een boom in megasteden. In 1990 waren er 10 steden met 10 miljoen of meer inwoners, in 2014 waren dat er 28. In totaal wonen er in deze steden meer dan 485 miljoen mensen. In de volgende decennia zal 95% van de stedelijke groei plaatsvinden in ontwikkelingslanden.

De snelle stedelijke groei brengt ook een paar specifieke uitdagingen met zich mee. Extreme armoede concentreert zich vaak in steden en nationale overheden kunnen met moeite de nodige voorzieningen verzekeren voor de groeiende bevolking. Daardoor hebben veel stadsbewoners vaak geen toegang tot de basisvoorzieningen of veilige en betaalbare woningen. Vandaag leven zo’n 828 miljoen mensen in sloppenwijken en ook dat aantal blijft toenemen. Als we duurzame ontwikkeling willen bereiken, zullen we eerst de sloppenwijken moeten opknappen en de ruimtelijke planning verbeteren.

Ook om de groeiende seniorenbevolking op te vangen, zullen steden zich moeten aanpassen. Tegen 2050 zullen er 900 miljoen senioren in onze steden leven. Om die groeiende bevolkingsgroep goed op te vangen, moeten steden nu al beginnen investeren in de juiste voorzieningen voor ouderen en openbare ruimten veiliger en toegankelijker maken.

Dat zijn echter niet de enige uitdagingen die verstedelijking met zich meebrengt. Als steden blijven groeien, zal ook hun impact op het milieu en klimaatverandering toenemen. Steden beslaan zo’n 3% van het aardoppervlak, maar verbruiken 60 tot 80% van de energievoorraad en zijn verantwoordelijk voor 75% van de globale CO2-uitstoot.  Daarnaast zet snelle verstedelijking de voorraad zoet water, rioleringen, de leefomgeving en publieke gezondheid onder druk. De impact van steden is zelfs zo hoog dat ze het algemeen succes van de SDG’s zal bepalen. Volgens voormalig Vice-Secretaris-Generaal van de VN, Jan Eliasson, zal de strijd voor duurzame ontwikkeling in de steden gewonnen of verloren worden.

Steden vormen daardoor een belangrijk middel dat lokale overheden en civiele actoren kunnen gebruiken om de agenda 2030 te bereiken. Om de inspanningen van lokale overheden te belonen, ontwikkelde de Europese Commissie de European Green Capital Award (EGCA). Elk jaar wordt de ECGA uitgereikt aan een stad die het voortouw neemt in milieuvriendelijk leven. De voorbije jaren mochten Ljublijana, Bristol, Nantes en Kopenhagen de prijs al in ontvangst nemen.

Doelstelling 11.   Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam

11.1   Tegen 2030 voor iedereen toegang voorzien tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren

11.2   Tegen 2030 toegang voorzien tot veilige, betaalbare, toegankelijke en duurzame vervoerssystemen voor iedereen, waarbij de verkeersveiligheid verbeterd wordt, met name door het openbaar vervoer uit te breiden, met aandacht voor de behoeften van mensen in kwetsbare situaties, vrouwen, kinderen, personen met een handicap en ouderen

11.3   Tegen 2030 inclusieve en duurzame stadsontwikkeling en capaciteit opbouwen voor participatieve, geïntegreerde en duurzame planning en beheer van menselijke nederzettingen in alle landen

11.4   De inspanningen verhogen om het culturele en natuurlijke erfgoed van de wereld te beschermen en veilig te stellen

11.5   Tegen 2030 het aantal doden en getroffenen aanzienlijk verminderen en in aanzienlijke mate de rechtstreekse economische impact op het bruto binnenlands product terugschroeven dat veroorzaakt wordt door rampen, met inbegrip van rampen die met water verband houden, waarbij de klemtoon ligt op het beschermen van de armen en van mensen in kwetsbare situaties

11.6   Tegen 2030 de nadelige milieu-impact van steden per capita reduceren, ook door bijzondere aandacht te besteden aan de luchtkwaliteit en aan het gemeentelijk en ander afvalbeheer

11.7   Tegen 2030 universele toegang voorzien tot veilige, inclusieve en toegankelijke, groene en openbare ruimtes, in het bijzonder voor vrouwen en kinderen, ouderen en personen met een handicap

 

11.a   Positieve economische, sociale en ecologische verbanden ondersteunen tussen stedelijke, voorstedelijke en landelijke gebieden door de nationale en regionale ontwikkelingsplanning te versterken

11.b   Tegen 2020 het aantal steden en menselijke nederzettingen aanzienlijk verhogen die geïntegreerde beleidslijnen en plannen goedkeuren en implementeren inzake inclusie, doeltreffendheid van hulpbronnengebruik, mitigatie en adaptatie aan klimaatverandering, weerbaarheid tegen rampen, en in overeenstemming met het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030 een holistisch ramprisicobeheer ontwikkelen en implementeren op alle niveaus

11.c   De minst ontwikkelde landen steunen, ook via financiële en technische bijstand, in het opbouwen van duurzame en veerkrachtige gebouwen waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale materialen