donderdag, 14 december 2017
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

SDG 10 - Dring ongelijkheid in en tussen landen terug

SDG 10: Ongelijkheid verminderen

In 2016 zal de gecumuleerde rijkdom van de rijkste 1% van de wereld groter zijn dan die van de overige 99%. Wereldwijd blijven ongelijkheden en extreme armoede bestaan, ook al neemt ze in het algemeen af. Vandaag leven nog steeds 700 miljoen mensen in extreme armoede, wat gelijk is aan net iets minder dan 10% van de wereldbevolking.

De tiende Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling (SDG 10) wil niet alleen de ongelijkheid tussen staten verminderen, maar ook de ongelijkheid in de staten zelf. Ondanks dat in de meeste opkomende landen de armoede in de voorbije decennia is gedaald, leven grote delen van de bevolking, zoals de boeren in China en Brazilië, nog steeds in armoede, terwijl een kleine groep een groot deel van de rijkdom bezit.

Ook rijke landen krijgen te maken met die ongelijkheid. Meer nog, in de voorbije 30 jaar nam het inkomen van de rijkste 10% 7 tot 10 keer meer toe dan dat van de armste 10% in de OESO-lidstaten. In de VS moet 17% van de bevolking rondkomen met minder dan 50% van het gemiddelde inkomen. In Frankrijk is dat 8%.

SDG 10 streeft er ook naar om tegen 2030 de sociale, economische en politieke integratie van iedereen te bevorderen, ongeacht hun leeftijd, geslacht, beperkingen, etniciteit, huidskleur, afkomst, geloofsovertuiging of economische status, en hun gelijke kansen te verzekeren.

Doelstelling 10. Dring ongelijkheid in en tussen landen terug

10.1   Tegen 2030 geleidelijk tot een inkomenstoename van de onderste 40% van de bevolking komen tegen een ritme dat hoger ligt dan het nationale gemiddelde, en die toename ook in stand houden

10.2   Tegen 2030 de sociale, economische en politieke inclusie van iedereen mogelijk maken en bevorderen, ongeacht leeftijd, geslacht, handicap, ras, etniciteit, herkomst, godsdienst of economische of andere status

10.3   Gelijke kansen verzekeren en ongelijkheden wegwerken, ook door het afvoeren van discriminerende wetten, beleidslijnen en praktijken en door het bevorderen van de geschikte wetgeving, beleidslijnen en acties in dit opzicht

10.4   Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming

10.5   De regulering en monitoring verbeteren van de globale financiële markten en instellingen en de implementatie versterken van dergelijke reguleringen

10.6   Een verbeterde vertegenwoordiging verzekeren en een beter gehoor geven aan de ontwikkelingslanden bij de besluitvorming in mondiale, internationale economische en financiële instellingen om te komen tot meer doeltreffende, geloofwaardige, verantwoordelijke en legitieme instellingen

10.7   Een ordelijke, veilige, regelmatige en verantwoordelijke migratie en mobiliteit van mensen mogelijk maken, ook via de implementatie van geplande en degelijk beheerde migratiebeleidslijnen

 

10.a   Het beginsel implementeren van speciale en gedifferentieerde behandeling voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minst ontwikkelde landen, in overeenstemming met de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie

10.b   Officiële ontwikkelingsbijstand en financiële stromen aanmoedigen, met inbegrip van directe buitenlandse investeringen, voor staten waar de behoefte het grootst is, in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen, de Afrikaanse landen, de kleine eilandstaten en de door land ingesloten ontwikkelingslanden, in overeenstemming met hun nationale plannen en programma's

10.c   Tegen 2030 de transactiekosten van overschrijvingen van migranten reduceren tot minder dan 3% en transfer vanuit landen met kosten hoger dan 5% elimineren