vrijdag, 21 november 2014
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

HUMAN DEVELOPMENT REPORT 2006

undp_full.jpgUnited Nations Development Programme

HUMAN DEVELOPMENT REPORT 2006
IN EEN NOTENDOP
EMBARGO TOT 9 NOVEMBER 2006, 14.00U.


MONDIALE WATER- EN SANITATIECRISIS VEREIST DRINGEND INTERNATIONALE ACTIE

HDR 2006: iedereen heeft recht op 20 liter schoon water per dag

Kaapstad, 9 november 2006

De groeiende water- en sanitatiecrisis kost jaarlijks bijna twee miljoen kinderen het leven. Om deze crisis het hoofd te bieden moet er snel een Mondiaal Actieplan komen, geleid door de G8. Dat is een van de hoofdboodschappen van het Human Development Report 2006 - Beyond scarcity: power, poverty and the global water crisis”.

Het Human Development Report 2006 presenteert de actuele stand van menselijke ontwikkeling in de wereld en heeft als hoofdthema de mondiale watercrisis. Deze crisis bedreigt het perspectief op ontwikkeling. Het Rapport – dat vandaag in Kaapstad en op verschillende andere plaatsen in de wereld verschijnt - ontkracht de mythe dat schaarste de oorzaak van deze crisis is. De kern van het probleem wordt gevormd door armoede, macht en ongelijkheid.

Het Human Development Report (HDR) is een van de belangrijkste jaarrapporten over ontwikkelingssamenwerking en mondiale sociale ontwikkeling. UNDP publiceert het rapport sinds 1990 om het ontwikkelingsdebat te stimuleren en om belangrijke internationale vraagstukken te exploreren en te agenderen.

Menselijke ontwikkeling is een proces van het vergroten van de keuzen van mensen. Ontwikkeling moet daarom gaan om het welzijn van mensen, en niet enkel om de economische groei van landen. Dat is de grondslag van de HDR-benadering. En dat welzijn valt te meten: door te kijken naar het inkomen van mensen, maar óók naar hun levensverwachting, onderwijskansen en algemeen welbevinden. Ruggengraat van het HDR is de Human Development Index, een speciaal ontwikkelde mondiale welzijnsranglijst van landen.

HDR 2006

Volgens het HDR 2006 vormt in veel ontwikkelingslanden vervuild water een veel grotere bedreiging voor de menselijke veiligheid dan gewelddadige conflicten. Ieder jaar sterven 1,8 miljoen kinderen aan diarree die met een glas schoon water en een toilet te voorkomen was geweest. Jaarlijks gaan 443 miljoen schooldagen door water-gerelateerde ziekten verloren. En bijna de helft van alle mensen in ontwikkelingslanden heeft gezondheidsproblemen die worden veroorzaakt door gebrek aan water en sanitatie. Bovenop deze menselijke kosten, vormt de water- en sanitatiecrisis ook nog eens een rem op economische groei. Sub-Sahara Afrika verliest zo per jaar vijf procent van het BNP, veel meer dan de regio aan ontwikkelingshulp ontvangt.

Maar anders dan oorlogen en natuurrampen leidt deze mondiale crisis niet tot eendrachtige internationale actie, aldus het Rapport. “Net als honger, is het een stille ramp voor de armen die wordt gedoogd door hen die de middelen, de technologie en de politieke macht hebben om er een einde aan te maken”. Met nog minder dan tien jaar om in 2015 de Millenniumdoelen te halen is hier dringend verandering nodig, benadrukken de auteurs.
 
Actie door G8-landen

“Als het gaat om water en sanitatie kampt de wereld met een overschot aan conferenties en een tekort aan geloofwaardige actie. De grote verscheidenheid aan internationale actoren heeft de ontwikkeling van sterke internationaal pleitbezorgers voor water en sanitatie tegengewerkt”, zegt Kevin Watkins, hoofdauteur van het HDR 2006.

“Nationale overheden moeten reële en stevige plannen en strategieën opstellen om de water- en sanitatiecrisis te beteugelen. Maar er is ook behoefte aan een Wereldactieplan — met een actieve inbreng van de landen van de G8 — waardoor water en sanitatie een centrale plaats krijgen op de ontwikkelingsagenda. Dat is nodig om lijn te brengen in de versnipperde internationale inspanningen voor geld en politieke actie,” stelt Watkins.

Dat Actieplan moet opereren als een ‘virtueel mechanisme,’ zegt het Rapport. Het noemt het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria — dat draait met een klein secretariaat met een minimum aan bureaucratie — als voorbeeld.

“Ik steun van harte de oproep voor een Mondiaal Actieplan voor het tegengaan van de toenemende  water- en sanitatiecrisis”, zegt UNDP-topman Kemal Dervis. “Het HDR 2006 maakt duidelijk dat de acht Millenniumdoelen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Als we falen bij het doel over water en sanitatie, zal de hoop om de andere zeven te halen snel verdwijnen.

“Óf we ondernemen nu gezamenlijk actie en zorgen dat de armen in de wereld water en sanitatie krijgen, óf we consigneren miljoenen mensen tot een leven in vermijdbare armoede, slechte gezondheid en beperkte ontwikkelingskansen, en laten daarmee diepe ongelijkheden binnen en tussen landen voortbestaan. We hebben een collectieve verantwoordelijkheid om te slagen”, aldus Dervis.

1% BNP voor water en sanitatie

Naast de ontwikkeling van een Wereldactieplan zijn volgens het HDR 2006 drie uitgangspunten cruciaal:

1.    Maak water een mensenrecht — en neem dat serieus. “Ieder mens moet over tenminste 20 liter schoon water per dag beschikken en voor de armen moet dat gratis zijn”. Door het toilet door te trekken alleen al verbruikt iemand in Groot-Brittannië of de VS dagelijks al 50 liter water. Maar elders in de wereld overleven arme mensen op een rantsoen van minder dan vijf liter besmet water per dag, zo blijkt uit onderzoek dat in het kader van dit HDR is uitgevoerd.

Het Rapport roept regeringen op het niet te laten bij constitutionele principes. Er is concrete wetgeving nodig die het recht op een veilig, toegankelijk en betaalbaar wateraanbod garandeert. Minimaal betekent dit een doelstelling van tenminste 20 liters schoon water per dag voor iedere burger. En zij die te arm moeten dat zonder kosten kunnen krijgen.

2.    Ontwikkel nationale water- en sanitatiestrategieën. Regeringen moeten ernaar streven minimaal 1 procent van het BNP aan water en sanitatie te besteden, en aan een rechtvaardiger verdeling. Water en sanitatie lijden onder chronische onderfinanciering. De  publieke uitgaven belopen nu minder dan 0,5% van het BNP. Dit percentage wordt compleet  overschaduwd door uitgaven voor defensie, zo blijkt uit HDR-onderzoek. In Ethiopië is de defensiebegroting 10 maal groter dan het budget voor water en sanitatie; in Pakistan zelfs 47 maal.

Het HDR roept alle regeringen op om met nationale water- en sanitatieplannen sneller vooruitgang te boeken. Die plannen moeten ambitieus zijn en onderbouwd met financiering ter grootte minstens 1% van het BNP. Ook moeten er heldere strategieën komen om ongelijkheid in toegang tot water tegen te gaan.

3.    Meer internationale hulp. Het Rapport bepleit een extra jaarlijkse hulpuitgave van tussen de 3.4 en 4 miljard dollar. In de afgelopen tien jaar is de ontwikkelingshulp in reële termen afgenomen. Maar om Millenniumdoel 7 te halen moet de hulp worden verdubbeld.

Vooruitgang in water en sanitatie vereist grote investeringen vooraf en langlopende afbetalingstermijnen. Innovatieve financieringsstrategieën als de International Finance Facility zijn daarom essentieel. Dit is volgens het HDR goed besteed geld. Naar schatting levert 1 dollar geïnvesteerd in water en sanitatie 8 dollar economische opbrengst op. De winst zit in bespaarde tijd, toegenomen productiviteit en lagere gezondheidskosten.

Belang voor de armen

Het HDR 2006 schat dat voor het Millenniumdoel 7 over toegang tot water en sanitatie ongeveer 10 miljard dollar extra per jaar nodig is. Dat moet worden gefinancierd uit nationale en internationale bronnen. “Een prijskaartje van 10 miljard lijkt hoog, maar dat moet wel in perspectief worden gezien. Het is minder dan wat er wereldwijd in vijf dagen wordt uitgegeven aan defensie en minder dan de helft van wat mensen in rijke landen aan mineraalwater besteden,” zegt het Rapport.

De voordelen voor menselijke ontwikkeling zullen immens zijn. Het HDR toont aan dat het dichten van de kloof tussen huidige trends en Millenniumdoel 7 de komende tien jaar een miljoen kinderen het leven zou redden. De totale economische voordelen worden geschat op ongeveer 38 miljard dollar per jaar. De geschatte winst voor Sub-Sahara Afrika is ongeveer 15 miljard dollar. Dat is 60 procent van het totaalbedrag dat het continent in 2003 aan ontwikkelingshulp binnenstroomde.

Mondiaal gezien zal door sterke vooruitgang in China en India het Millenniumdoel voor de toegang tot water wel worden gehaald. Maar op het terrein van sanitatie liggen maar twee regio’s op schema: Oost-Azië en Latijns Amerika. Bovendien maskeert het mondiale perspectief de grootste  problemen. Met de huidige trends haalt Sub-Sahara Afrika het waterdoel pas in 2040 en het doel voor sanitatie in 2076. Wat betreft sanitatie loopt Zuid-Azië vier jaar achter en wat betreft water de Arabische Staten 27 jaar.

Gemeten van land-tot-land en met 55 land op achterstand, betekent dit dat 234 miljoen mensen het waterdoel niet zullen halen. Voor het sanitatiedoel kijken 74 landen en in totaal 430 miljoen mensen aan tegen een achterstand, aldus het HDR 2006.

“Kan de wereld zich de kosten veroorloven die zijn gemoeid met versnelde vooruitgang in de water- en sanitatievoorziening?” vraagt hoofdauteur Watkins zich af. “Een betere vraag is: kan de wereld het zich veroorloven die investeringen niet te doen?”

Kosten van de crisis


“Schoon water, afvoer van afvalwater, en adequate sanitatie zijn drie basale pijlers van menselijke vooruitgang,” zegt het HDR 2006. Maar feit is dat vandaag 1,1 miljard mensen geen toegang tot water hebben en 2,6 miljard niet tot sanitatie.

“ ‘Geen toegang hebben tot schoon water’ is een eufemisme voor diepe armoede. Het betekent dat mensen om te kunnen drinken méér dan een kilometer naar de dichtstbijzijnde bron moeten lopen, dat ze water verzamelen uit riolen, sloten of rivieren die vaak besmet met ziektekiemen en bacteriën die ernstige aandoeningen en zelfs de dood kunnen veroorzaken.”

‘Geen toegang tot sanitatie’ houdt in dat bewoners van sloppenwijken als Kibera, vlak buiten Nairobi (Kenia), hun behoefte doen in plastic zakken - in de volksmond ‘vliegende toiletten’. En bij gebrek aan alternatief gooien ze die in open riolen op straat.

En hoe armer je bent, hoe meer je voor schoon water betaalt, zo blijkt uit HDR-onderzoek. De armste huishoudens in El Salvador, Nicaragua en Jamaica besteden gemiddeld 10 procent van hun inkomen aan water. In Groot-Brittannië geldt drie procent van een gezinsinkomen voor water als een maximum.

Het HDR 2006 signaleert nog meer en zeer grote ongelijkheden in de prijzen voor water. Mensen in stedelijke sloppenwijken betalen bijvoorbeeld 5 tot 10 keer meer per liter dan mensen in welgestelde wijken. En bewoners van de armste delen van steden als Accra en Manilla betalen meer dan mensen in New York, Parijs en Londen.

Eenderde van alle mensen zonder toegang tot water leeft onder de absolute armoedegrens van een dollar per dag. Nog eenderde moet rondkomen van minder dan twee dollar per dag. De armste tweevijfde huishoudens in de wereld zorgen voor meer dan de helft van het mondiale tekort aan sanitatie, volgens het HDR 2006. Dit is geen oorzakelijk verband. Mensen hebben misschien geen water en sanitatie omdat ze arm zijn, of zijn misschien juist arm vanwege een gebrek aan water en sanitatie. De getallen duiden op een sterke wederzijdse relatie tussen inkomensarmoede en het geen toegang hebben tot water.

Daarbij levert het debat over publieke dan wel private watervoorziening de armen niets op, zo stelt het HDR 2006. “Het debat over de relatieve verdiensten van de publieke en private sector is een afleiding gebleken van de inadequate optreden van zowel publieke als private waterleveranciers in het opheffen van het mondiale watertekort”.
 
Het huishouden voorbij

De armen hebben niet alleen water nodig om te leven – voor drinken, koken, wassen – maar ook om voedsel te verbouwen en in hun levensonderhoud te voorzien, zegt het HDR. Klimaatverandering en de strijd om schaarse waterbronnen kan echter leiden tot een catastrofale watercrisis en een grote bedreiging van arme boeren.

Het overgrote deel van de mensen in de wereld die kampen met ondervoeding – geschat op 830 miljoen – zijn kleine boeren, herders, en landarbeiders. Klimaatverandering kan hun “wateronveiligheid” op een ongekende schaal verslechteren. Delen van Sub-Sahara Afrika kunnen te maken krijgen met een oogstverlies oplopend tot 25 procent. Tegelijk is er in ontwikkelingslanden een alarmerende escalatie van de strijd over water voor voedselproductie. En daarbij is niet de aandacht voor armoede de drijvende kracht, maar politieke en economische macht.

Om deze ramp af te wenden is het cruciaal dat de rechten van de armen op het platteland worden versterkt, hun toegang tot irrigatie en nieuwe technologie vergroot en dat ze hulp krijgen om zich aan te passen aan onvermijdelijke klimaatverandering, stelt het HDR.

Met deze uitdagingen in het vooruitzicht, is de noodzaak tot internationale samenwerking om waterveiligheid voor de armen te verzekeren tastbaarder dan ooit. Met de huidige trends leven in 2025 meer dan drie miljard mensen in landen met serieuze waterproblemen.

Het HDR 2006 plaatst wel vraagtekens bij voorspellingen als zou toenemende strijd om water onvermijdelijk gewapend conflict uitlokken. Volgens het Rapport is samenwerking over waterbronnen over grenzen heen al veel verder en succesvol dan wordt gedacht. India en Pakistan bijvoorbeeld hebben, ondanks twee grensoorlogen en voortdurende geopolitieke spanning, al meer dan 50 jaar via de Permanent Indus Water Commission een gezamenlijk beheer van gedeelde stroomgebieden.

 “Het beheer van gedeelde waterbronnen kan een motor zijn voor vrede of voor conflict, maar het is aan de politiek welke koers wordt gekozen” zegt Kevin Watkins. Het HDR 2006 benadrukt dat het maken van de juiste politieke keuzes over water en sanitatie de sleutel kan zijn tot de oplossing van deze mondiale crisis. Dat blijkt ook uit de geschiedenis.

 Geschiedenislessen

Nog maar 100 jaar geleden was het sterftecijfer in Washington, D.C. tweemaal zo hoog als vandaag in Sub-Sahara Afrika. Aan het eind van de 19e eeuw was 1 op de tien sterfgevallen te wijten aan water-gerelateerde ziektes als diarree, dysenterie en tyfus. Kinderen waren het eerste slachtoffer.

Het HDR 2006 brengt in herinnering dat mensen in Groot-Brittannië en elders door de industriële revolutie wel welvarender werden, maar niet gezonder. De armen trokken van het platteland naar stedelijke gebieden om te profiteren van de economische opleving. Daardoor verwerden steden steeds meer tot dodelijke openluchtriolen. Steden als New Orleans en New York werden geregeld getroffen door tyfus- en choleraepidemieën.

In de warme zomer van 1858, moest het Britse parlement tijdelijk worden gesloten vanwege de ‘The Great Stink’, een ondraaglijke stank door rioolwater in de Theems. Voor de rijken was dit vervelend. Voor de armen, die hun drinkwater uit de rivier haalden, bleek de vervuiling vaak dodelijk.

Aan het einde van de 19e eeuw zagen regeringen in dat ziekten veroorzaakt door besmet water en gebrek aan sanitatie niet beperkt bleven tot de arme stadsdelen. Voor een groter publiek belang was het nodig actie te ondernemen. In de VS, Groot-Britannië en elders werden met bijzonder groot effect grote investeringen gedaan in effectievere rioleringssystemen en waterreiniging. Niet eerder in de Amerikaanse geschiedenis bijvoorbeeld daalden de sterftecijfers zo snel als in die periode.

Deze verandering weerspiegelt een bijzonder moment in de geschiedenis waarbij een sociale misstand succesvol uit de weg werd geruimd. En dat kan volgens het HDR 2006 weer gebeuren. “Het oplossen van de water- en sanitatiecrisis kan de volgende grote sprong voorwaarts voor de mensheid betekenen,” zegt Watkins. “We hebben er dringend behoefte aan dat de geschiedenis zicht herhaalt – deze keer in de ontwikkelingslanden.”
hdr2006graph.gif


 
Over het HDR 2006

Het Human Development Report blijft het debat aanjagen over de belangrijkste uitdagingen waarvoor de mensheid zich gesteld ziet. Het HDR is een onafhankelijk rapport geschreven in opdracht van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP).

Kevin Watkins is de hoofdauteur van de editie 2006, die speciale bijdragen bevat van de Britse politicus Gordon Brown, de Nigeriaanse minister van financiën Ngozi Okonjo-Iweala, President Lula van Brazilië, de voormalig VS-President Jimmy Carter en Secretaris-Generaal van de VN Kofi Annan.

Het Human Development Report verschijnt in meer dan 12 talen en wordt ieder jaar in meer dan 100 landen gelanceerd. Voor meer informatie: http://hdr.undp.org/reports/global/2006

Op deze factsheet rust een EMBARGO tot 9 november 2006.


Paul Van Goethem
Communications Officer
UNDP Brussels Office
Mobile phone + 32 477 52 10 55
Rue Montoyer 14  1000 Brussels, Belgium
tel +32 2 505 46 28   fax +32 2 503 47 29

Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Over UNRIC

Het mandaat van het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties in Brussel bestrijkt West-Europa en UNRIC verspreidt informatie en documentatie aan landen in deze regio, waaronder België en Nederland.