woensdag, 17 september 2014
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

DE SECRETARIS-GENERAAL - OPMERKINGEN OVER DE SITUATIE IN DARFOER VOOR DE VEILIGHEIDSRAAD

New York, 11 september 2006

Mijnheer de Voorzitter,


Excellenties,

De tragedie in Darfoer heeft een kritiek moment bereikt. Dit verdient absolute aandacht van de Veiligheidsraad en schreeuwt om dringende maatregelen.

Het is van vitaal belang dat we allemaal openlijk spreken over wat er gebeurt en wat er nodig is om het lijden van zo veel miljoen mensen te stoppen.

Ik ben erg verheugd te zien dat de Afrikaanse Unie, de Liga van Arabische Staten en de Organisatie van de Islamitische Conferentie hier vandaag zijn vertegenwoordigd. Het is ook belangrijk dat de regering van Soedan deelneemt aan deze zitting.

Mijnheer de Voorzitter,

We hebben allemaal de laatste, diep onthutsende berichten gehoord van hernieuwde gevechten tussen de verschillende partijen, vooral in Noord-Darfoer. Duizenden soldaten van de Soedanese Gewapende Krachten werden in de regio ingezet. Dit is een duidelijke schending van de Vredesovereenkomst van Darfoer. Slechter nog, de regio werd onderworpen aan hernieuwde luchtaanvallen. Ik veroordeel deze escalatie heel scherp. De Regering moet deze aanval direct stoppen en afzien van eender welke verdere actie.

Deze laatste conflicten hebben nog meer ellende gebracht voor de bevolking. Dit duurt al veel te lang.

Alweer wordt de bevolking gedwongen te vluchten. In totaal zijn er nu al 1,9 miljoen mensen op de vlucht. In Darfoer zijn er bijna drie miljoen mensen afhankelijk van internationale voedselhulp, onderdak en medische hulp.

De gevechten maken het voor de reddingswerkers verschrikkelijk moeilijk om de bevolking te bereiken. Door gevechten bleek het Wereldvoedsel- programma (WFP) in juli niet in staat voedsel te bezorgen aan 470.000 wanhopige behoeftigen. In augustus kon het WFP de mensen uit Zuid-Darfoer bereiken, maar 350.000 mensen uit Noord-Darfoer bleven afgesneden van voedselhulp. Voor velen is dit voor de derde opeenvolgende maand. Het is de eerste keer sinds juli 2004, toen ik een gezamenlijk communiqué tekende met  Minister van Buitenlandse Zaken van Soedan, dat de toegang zo verschrikkelijk beperkt was.

Reddingswerkers blijven het doelwit van brutaal geweld, fysieke onrust, retorische laster en vele voertuigen werden vaak gestolen. Enkel in de laatste twee maanden zijn al twee hulpwerkers omgekomen. We betuigen hulde aan hun opoffering, maar we kunnen en mogen de daden die hiertoe leiden niet aanvaarden. Het reddingspersoneel moet in staat zijn hun werk uit te voeren, ongehinderd en in veiligheid.

Als de toegang nog moeilijker wordt, zal de humanitaire hulp van de laatste twee jaar teniet gedaan worden. Als de veiligheid niet verbetert, moeten we de noodzaak onder ogen zien om te snoeien in deze acuut noodzakelijke humanitaire operatie. Kunnen we deze mensen van Darfoer bewust zo achterlaten? Kan de internationale gemeenschap, die te weinig deed voor het volk van Rwanda toen ze het nodig hadden, deze tragedie laten verergeren? Een jaar geleden zijn we tot een vergelijk gekomen dat we de verantwoordelijkheid hebben om te beschermen. Mogen we nu dan overwegen om te falen voor deze volgende proef? Ofwel leert men uit lessen, ofwel niet. Principes zijn er om hoog te houden of om te versmaden. Nu is er geen tijd voor een middenweg, noch voor halve maatregelen of verder debat.

Mijnheer de Voorzitter,

Deze laatste gevechten tonen een duidelijke veronachtzaming van het Vredesverdrag van Darfoer.

Dat Verdrag heeft hoop geschapen en is nu verbrijzeld. De actuele ontwikkelingen tarten verscheidene beslissingen van deze Raad en doen geweld aan gemaakte afspraken, waaronder de belofte om geen extra Soedanese Gewapende Krachten in te zetten. Een dergelijke actie is zowel legaal als moreel niet aanvaardbaar.

Het spreekt voor zich dat zij die het bevel hebben gegeven tot deze actie, nog steeds geloven dat een militaire oplossing mogelijk is voor de crisis in Darfoer. Toch zouden alle partijen nu toch moeten begrijpen dat, na zo veel dood en vernieling, enkel een politieke overeenkomst met álle betrokkenen echte vrede kan brengen voor de regio.

Zoals de Raad duidelijk maakte in resolutie 1706, geeft de Vredesovereenkomst van Darfoer ons de kans om vrede te bereiken. De volgende dagen zullen we in het VN-Secretariaat hoge ambtenaren ontmoeten van de Commissie van de Afrikaanse Unie om een ondersteuningspakket voor de Afrikaanse Missie (AMIS) vorm te geven. Het VN-Departement Vredeshandhavingsoperaties (DPKO) zal ook een vergadering bijeenroepen om het leveren van potentiële troepen of politie voor de uitbreiding van de VN-Vredesmissie (UNMIS) naar Darfoer te bespreken.

Mijnheer de Voorzitter,

De Afrikaanse Unie (AU) is heel duidelijk geweest over de noodzaak om AMIS om te vormen tot UNMIS, waarover deze Raad al heeft beslist. De AU was even duidelijk over de noodzakelijke voortzetting van AMIS tot de overdracht. Tenslotte moet er weerstand worden geboden tegen elke poging tot ondermijning van de beslissingen genomen om deze vitale objectieven te bereiken. Ook de Liga van Arabische Staten heeft vitale ondersteuning aangeboden voor de overdracht en heeft zijn overtuiging laten weerklinken dat AMIS moet blijven tot het eind van het jaar.

AMIS mag inderdaad niet verdwijnen. De AU-troepen hebben zich moedig getoond in erg moeilijke omstandigheden. Ze hebben een vitale rol totdat UNMIS de fakkel kan overnemen. Maar ze hebben momenteel niet de noodzakelijke middelen. Ik dring er nogmaals op aan dat de AMIS partners er voor zorgen dat het zijn werk kan voortzetten tijdens deze cruciale overgangsperiode.

Maar laat ons duidelijk zijn. We weten allemaal dat de Regering van Soedan blijft weigeren om deze overgang te aanvaarden. De Raad heeft bovendien ook erkend dat er geen overgang mogelijk kan zijn zonder de toestemming van de Regering.

Daarom wil ik de Soedanese Regering nogmaals dringend verzoeken om de geest van resolutie 1706 te omarmen, en om zijn toestemming te geven voor de transitie en om het politieke proces na te streven met nieuwe energie en engagement. De gevolgen van de huidige houding van de regering – nog meer dood en lijden, en misschien wel op een catastrofale schaal – zal het eerst gevoeld worden door het volk van Darfoer. Maar de Regering zelf zal er ook onder lijden als ze faalt in haar onschendbare verantwoordelijkheid om haar volk te beschermen. De Regering zal gebukt gaan onder schande en minachting in de ogen van heel Afrika en de gehele internationale gemeenschap. Daarenboven mogen noch de beleidmakers, noch de uitvoerders zich inbeelden dat ze niet verantwoordelijk zullen worden gehouden.

Mijn stem alleen zal de Regering echter niet overtuigen. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd om de overgang uit te leggen aan de Regering, en misvattingen en mythes uit de wereld geholpen. Openbaar en onder vier ogen heb ik geprobeerd de Regering te overtuigen van de humanitaire situatie en in te praten op hun eigen gevoel van pragmatisme. De tijd is rijp dat bijkomende stemmen zich laten horen. We hebben regeringen en individuele leiders nodig, in Afrika en daarbuiten, die zich in een positie bevinden die de regering van Soedan kan beïnvloeden om die druk uit te oefenen, die direct zal aanhouden. Verder moet er ook een duidelijke, sterke en uniforme boodschap van deze Raad komen.

Mijnheer de Voorzitter,

Dit is een hachelijk moment voor het volk van Darfoer. Maar het is ook een beslissend moment voor deze Raad zelf. Meer dan twee jaar bent u aan het werk geweest om de gevechten tegen te houden en de situatie in Darfoer te verbeteren. En toch staan we nogmaals op de rand van een nieuwe calamiteit.

De huidige situatie moet stoppen. De tijd van actie is gekomen. Niet enkel in Darfoer, maar voor de hele wereld. Dit wordt gezien als een cruciale test voor de autoriteit en doeltreffendheid van de Veiligheidsraad, zijn solidariteit met mensen in nood en zijn ernst bij het zoeken naar vrede. Ik verzoek u met klem om deze gelegenheid met beide handen aan te grijpen.

Ik dank u zeer.


Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Over UNRIC

Het mandaat van het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties in Brussel bestrijkt West-Europa en UNRIC verspreidt informatie en documentatie aan landen in deze regio, waaronder België en Nederland.