woensdag, 23 april 2014
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

Internationale Conferentie over « Seksueel Geweld Tijdens Conflicten en Daarbuiten », Brussel; Uiteenzetting van Z.E. Armand De Decker, Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Mevrouw,

U betuigt ons een grote eer door vandaag deel te nemen aan de opening van onze werken.

De talrijke reizen die Uwe Koninklijke Hoogheid heeft ondernomen in landen van Afrika en Azië gingen altijd over de verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking, in het bijzonder van vrouwen en kinderen die nog wreder dan  mannen worden onderworpen aan de plagen die de extreme armoede vergezellen. Deze zijn een gebrek aan onderwijs, de blootstelling aan de besmetting met HIV/AIDS, geweld en seksueel geweld in het bijzonder.

Deze bezorgdheid voor het lot van de armsten in de ontwikkelingswereld is eveneens de Uwe, Mevrouw, in onze wereld van overvloed en uiterlijke schijn, gezien het ook bij ons de vrouwen en kinderen zijn van de minst bevoordeelde milieus die de aandacht trekken van Uwe Koninklijke Hoogheid. Uw aanwezigheid hier bij ons vandaag, en uw onvermoeibare engagement voor de meest kwetsbare en de zwaksten – een engagement trouwens van de hele Koninklijke Familie – zijn voor ons een ware aanmoediging om onze inspanningen te verdubbelen om te werken aan een wereld die voor eens en voor altijd verlost zal zijn van zijn oude demonen.

Wij zijn u hier oneindig dankbaar voor.
 
Mevrouw,
Mevrouw de Executive Director van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties,
Mevrouw de Directrice bij de Europese Commissie,
Beste collega’s,
Excellenties,
Dames en heren,

Ik wens vooreerst mijn oprechte dankbaarheid te uiten aan het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties alsook aan haar uitvoerende directrice, Mevrouw OBAID, voor de uitstekende samenwerking van deze laatste jaren en in het bijzonder voor de uitwerking van dit symposium dat het eerste grote internationale  initiatief is exclusief gewijd aan de kwestie van seksueel geweld tijdens conflicten.

Mijn erkenning gaat ook uit naar de Directie-Generaal Ontwikkeling van de Europese Commissie voor haar gulle steun.

Mevrouw,
Excellenties,
Dames en Heren;

Een van de paradoxen van de huidige internationale spanningen is dat de klassieke oorlogen bijna volledig verdwenen zijn. De conflicten die deze spanningen jammer genoeg nog met zich meebrengen nemen niet meer de vorm aan van klassieke confrontaties tussen vijandige naties, met veldslagen door beroepslegers, maar zijn steeds vaker interne conflicten, het regeringsleger tegenover gewapende groepen, worden guerilla-acties gevolgd door represailles. Interne conflicten die ook de vorm aannemen van confrontaties tussen verschillende vijandige gewapende groepen, waarvan geen enkele zich mag beroepen op de rechtmatigheid van het gebruik van de macht die het kenmerk blijft van de Staat.  

Een klassieke oorlog is uiteraard, ondanks de verplichtingen van de Conventies van Genève en van het oorlogsrecht, nooit iets waarbij de burgerlijke samenleving onbeschadigd uitkomt, en het recente voorbeeld van gewapende conflicten, in Europa zelf, heeft aangetoond dat systematisch geweld ten opzichte van burgersamenlevingen werd gepleegd, dat seksueel geweld, in het bijzonder ten opzichte van vrouwen, opzettelijk werd gebruikt om te terroriseren, onderwerpen en vernederen ondanks alle oorlogsregels die elke protagonist zou moeten respecteren.

Maar het is vandaag, en voornamelijk in de armste regio’s van de wereld, dat de gewapende aanvallen het meest frequent zijn, en dit in internationale contexten, hoewel het vaakst toch intern gekarakteriseerd door buitenlandse bezorgdheden, het faillissement of het verval van de Staat, de spanningen tussen etnische, politieke, culturele of religieuze gemeenschappen, of door de concurrentie bij de toegang tot natuurlijke hulpbronnen.  

Deze contexten van brutaliteit en afwezigheid van recht zijn bijzonder gunstig voor het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen waarvan de slachtoffers steeds vaker burgers zijn, niet vechtende vrouwen en kinderen voor het merendeel.

Het geweld dat losbreekt tegen vrouwen in geval conflict en militarisering van de samenleving is nauw verbonden aan de pernicieuze discriminatie waarvan ze het slachtoffer zijn in tijden van  vrede zowel als in tijden van oorlog en post-oorlog.

We moeten vaststellen dat het in vredestijd uitzonderlijk is dat vrouwen over dezelfde materiële middelen beschikken, over dezelfde politieke rechten, over dezelfde macht of hetzelfde beheer van hun omgeving en hun noden als mannen. Wanneer een gewapend conflict losbarst, worden deze ongelijkheden ten opzichte van vrouwen in het algemeen geaccentueerd, en creëren een context die gunstig is voor de vermenigvuldiging van de daden van discriminatie en geweld ten opzichte van hen.

De militarisering van de samenleving heeft vele specifieke  gevolgen voor de veiligheid van vrouwen. Voor het eerste schot wordt gelost, zorgen de militarisering van de samenleving en de voorrang verleend aan militaire uitgaven reeds voor een degradatie van de levensomstandigheden van de vrouwen in het dagelijkse leven. De budgetten voor gezondheid, kinderen en onderwijs worden te vaak verminderd, ten voordele van programma’s van “nationale veiligheid”.

De oorlog en de militarisering versterken de seksistische stereotiepen en begunstigen een strikte differentiëring van de rollen van de man en de vrouw. Wanneer de wapens zich profileren, banaliseert het geweld zich. De conflicten brengen vaak situaties van ernstige schaarste met zich mee, waardoor de burgerbevolking, en in het bijzonder de vrouwen, quasi volledig afhankelijk worden van bepaalde autoriteiten. Deze wrede werkelijkheid die het conflict zelf kenmerkt, duurt voort en overstijgt soms zelfs nog het gewapend conflict gezien de aanwezigheid van bezettingstroepen, van troepen die de vrede moeten handhaven, en zelfs van humanitaire organisaties soms zelfs talrijke vormen begunstigt van uitbuiting, seksuele of andere. In noodsituaties worden de burgerrechten of de politieke rechten opgeschort, officieel of in de praktijk, wat de mogelijkheid nog meer beperkt voor vrouwen om mee te tellen bij de loop van de omstandigheden.

Misschien nog meer dan in vredestijd, botsen de vrouwen die het slachtoffer werden van seksuele misdaden tijdens gewapende conflicten op talrijke obstakels om recht te laten zegevieren; de actoren van deze daden handelen bijna altijd in volledige straffeloosheid. Sommige van de moeilijkheden die de slachtoffers tegenkomen zijn identiek aan diegene die alle vervolgingen kenmerken verbonden aan misdaden ten opzichte van vrouwen, in het bijzonder verbonden aan inbreuken van seksuele aard: ik haal hierbij de angst aan of de schaamte om klacht neer te leggen of te getuigen, de seksistische vooroordelen van de betrokken autoriteiten die nog steeds bestaan, de afwezigheid of de hoge kost van medische zorgen die nog steeds obstakels vormen die moeilijk zijn te overwinnen. Tijdens een gewapend conflict worden deze problemen uiteraard uitvergroot door het heersende verderfelijke klimaat.

We moeten hieraan toevoegen dat geweld gebaseerd op gender trouwens niet alleen vrouwen en meisjes raakt, maar eveneens mannen en jonge jongens, gezien niet zelden, mannen worden onderworpen aan deze seksuele gewelddaden tijdens een conflict.


Mevrouw,
Excellentie,
Dames en Heren,

Het geweld tegen vrouwen, zoals het gedefinieerd is door de internationale normen, is verboden in alle tijden en onder alle vormen door diverse internationale en regionale verdragen, alsook door het gewone internationale recht. Elk menselijk wezen van het vrouwelijke geslacht heeft het fundamentele recht om beschermd te zijn tegen elke criminele daad van seksueel geweld, inclusief in tijden van gewapend conflict.

Op internationaal gebied, veroordeelt België, een democratisch land dat de mensenrechten verdedigt, seksueel geweld sterk, van welke aard ook en onafhankelijk van de situatie waarin dit heeft plaatsgevonden. Langsheen haar ontwikkelingsbeleid en –acties, heeft België zich niet enkel geëngageerd in de strijd hiertegen, maar eveneens om antwoorden te bieden op de dringende noden van deze slachtoffers.

Ik zal binnen enkele ogenblikken terugkomen op de specifieke acties van België hierrond.

In 2000 werd het fundamentele principe van de noodzakelijke deelname van vrouwen erkend in het kader van de 1325 resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Deze tekst steunt op een bepaald aantal voorafgaande initiatieven die een verhoogde sensibilisering weergeven ten opzichte van geweld waarvan vrouwen het slachtoffer zijn in periodes van conflict.

Het betreft onder andere de benoeming in 1994 van een Speciale Rapporteerder belast met de kwestie van geweld tegen vrouwen, het betreft de internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994, de vierde mondiale conferentie over vrouwen, die werd gehouden in Peking in 1995; de benoeming in 1995 van een speciale rapporteerder over de situatie inzake systematische verkrachting, seksuele slavernij en praktijken analoog aan slavernij in periodes van gewapend conflict en in 2000, betreft het de verklaring van Windhoek.

De 1325 resolutie vestigt niet alleen de aandacht op de bijzondere gevolgen van conflicten op vrouwen, maar erkent ook de « gevolgen die eruit voortvloeien voor de instelling van een duurzame vrede en voor de verzoening”. Haar volledig vernieuwende karakter rust met name, en in mijn ogen, in de constante herhaling van de boodschap volgens dewelke vrouwen een belangrijkere rol moeten spelen op alle beslissingniveaus, bij de preventie, het beheer en het regelen van conflicten en bij het vredesproces.

Er moet vandaag echter nog veel gedaan worden opdat de principes van de 1325 resolutie realiteit worden.

Bijvoorbeeld, de acties en de programma’s van de Verenigde Naties meer speciaal bestemd om een financiële en technische steun te bieden aan de actie ten voordele van de mensenrechten, van de politieke deelname en de economische veiligheid van vrouwen en ten voordele van de bescherming van kinderen etc, blijven volgens mij nog steeds te weinig dotaties ontvangen.

De aanneming in 2000 van de Millenniumverklaring door 189 Staats- en Regeringsleiders – die de man-vrouw gelijkheid erkent en de versterking van de macht van vrouwen spelen een centrale rol in het ontwikkelingsproces – en in het bijzonder de vier Millenniumdoelstellingen die respectievelijk gericht zijn op de bevordering van de gendergelijkheid, de autonomisering van vrouwen, de vermindering van de kindersterfte, de verbetering van de gezondheid van moeders en de strijd tegen aids heeft het mogelijk gemaakt om een kader te formaliseren bestemd voor de uitwerking van geschikte beleiden en strategieën, dit alles door zich een precieze einddatum vast te leggen, 2015.

Het internationale strafhof –  dat haar eerste zitting heeft geopend in maart 2005 – heeft een essentiële rol te spelen, en te blijven spelen, inzake gewelddaden ten opzichte van vrouwen en kinderen. Als het internationale Strafhof krachtig reageert, kan dit de regeringen er enkel toe brengen om te reageren en ervoor te zorgen dat de nationale rechtbanken maatregelen treffen. De overheden moeten echter concreet samenwerken, met name door het leveren van bijstand tijdens het onderzoek, door bewijselementen te leveren waarover ze beschikken en door de getuigen te beschermen die zouden kunnen worden bedreigd. Het voorbeeld van de speciale rechtbanken voor ex-Joegoslavië en voor Rwanda is hiervoor aanmoedigend, gezien verkrachting en seksueel geweld in het algemeen werden weerhouden tussen de aanklachten van verschillende vervolgde personen.

Ik verheug mij ook in het bijzonder op de recente instelling bij de Verenigde Naties van de Commissie voor de consolidatie van de vrede – de befaamde “Peace Building Commission” waarvan de oprichting werd beslist tijdens de Top van de Verenigde Naties in september jongstleden te New York. U kan hieromtrent vaststellen dat, reeds tijdens de voorafgaande werken aan haar recente oprichting, België, dat lid is van haar Organisatiecomité, ervoor gezorgd heeft en ervoor zal blijven zorgen, dat de kwesties van genre en seksistisch geweld tijdens post-oorlogsperiodes, reconstructie en rehabilitatie nauwlettend worden in acht genomen.

Een andere opmerkelijke vooruitgang van deze top van september 2005 :
De inwijding van het concept van “verantwoordelijkheid om te beschermen”  waardoor het principe van een verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap in geval van genocide, etnische zuivering, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden wordt bevestigd en de wettelijkheid van een collectieve actie hierrond wordt erkend, inclusief door het gebruik van macht indien nodig.

Tenslotte  moet de toekomstige zetel van België als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad tijdens de periode 2007-2008 ons toelaten om nog meer aan te dringen op het belang van deze materies.


Mevrouw,
Excellenties,
Dames en Heren,

Het geweld tegen vrouwen is niet enkel een inbreuk op de Mensenrechten.

Het is eveneens een ernstig probleem van gezondheidszorg.
Of het nu de vorm aanneemt van seksueel misbruik of van psychologisch en fysiek geweld, geweld tegen vrouwen kan ernstige gevolgen hebben voor hun gezondheid. Het geweld tegen vrouwen heeft eveneens, en dit wordt niet altijd tot op juiste hoogte erkend, economische en sociale gevolgen voor deze vrouwen, hun families, hun gemeenschappen en de samenleving in het algemeen.

Het betreft trouwens ook een cruciaal juridisch probleem gezien het de strijd betreft tegen de straffeloosheid en het recidivisme.

Het is eveneens van essentieel belang om het accent te leggen op de preventie van geweld gebaseerd op gender en niet enkel op de noodzaak om antwoorden te bieden aan de slachtoffers. Om deze preventie te verzekeren, zijn de autonomisering van vrouwen, de vermindering van de seksuele ongelijkheden en de verandering van gedrag dat geweld veroorzaakt uiteraard essentieel.

Bijgevolg moeten de acties, om efficiënt te zijn, gegroepeerd zijn volgens een multisectorale aanpak en op verschillende niveaus. De persoon, de gemeenschap, de instellingen, langs de ene kant, de wetten en de beleiden langs de andere kant. We moeten partnerschappen creëren en steunen tussen de regeringen en de NGO’s. De internationale bewustwording moet worden gemobiliseerd.

De Belgische Samenwerking heeft ervoor gekozen om voorrang te geven aan een holistische en multisectorale aanpak om te antwoorden op het seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen in de Democratische Republiek Congo.

Zoals we weten heeft de oorlog die meerdere jaren geleden begon in de Democratische Republiek Congo een gevoelige verhoging van seksueel geweld als gevolg gehad, voornamelijk in het oosten van het land, en het seksueel geweld ten opzichte van vrouwen en meisjes wordt jammer genoeg nog steeds gebruikt als oorlogswapen voor het merendeel van de protagonisten van de bestaande gewapende incidenten. Het gevolg is dat seksueel geweld één van de grootste bedreigingen blijft voor de gezondheid van de vrouw in de Democratische Republiek Congo.

Dit is de reden waarom België er in het multilaterale kader van onze samenwerking een omvangrijk pilootproject heeft ontwikkeld voor de strijd tegen seksueel geweld, in nauwe samenwerking met het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, UNICEF en het Hoog Commissariaat van de Mensenrechten, evenals in partnerschap met andere agentschappen van de Verenigde Naties en lokale niet-gouvernementele organisaties.

Dragend over vier jaar en met een globaal budget van ongeveer 8 miljoen euro wil dit gemeenschappelijk project, dat is aangevangen in juni 2005, bijdragen aan de preventie, de vermindering van seksueel geweld ten opzichte van vrouwen, jongeren en kinderen in drie doelgerichte provincies en vijf doelgerichte sites: Maniema, voornamelijk te Kindu, Equateur, te Mbandaka en te Gemena en de Province orientale met de stad Kisangani en het Ituri gebied. Het programma zal tegen 2008 de familiale en communautaire reïntegratie mogelijk maken van niet minder dan 25.000 slachtoffers van seksueel geweld, door middel van opleidingsprogramma’s om de herhaling te vermijden van daden van seksueel geweld, en zal zorgen voor de versterking van de lokale capaciteiten in het domein van de gezondheidszorg, van de socio-psychiatrische hulp en de socio-economische bijstand aan slachtoffers.

Sinds 2003 financiert de Belgische Ontwikkelingssamenwerking in Peru het « Integraal programma ter bestrijding van geweld in het gezin en seksueel geweld te Ayacucho”. In 2002 en 2003 hebben we in Rwanda het project gefinancierd “Steunprogramma aan de verenigingswereld voor geestelijke gezondheidszorg ten opzichte van getraumatiseerde vrouwen” van Artsen Zonder Grenzen.

Wat betreft de deelname van vrouwen aan de vrede en de veiligheid heeft de Belgische Ontwikkelingssamenwerking sterke inspanningen geleverd in het kader van de uitwerking van 1325 Resolutie van de Veiligheidsraad, in het bijzonder en bijvoorbeeld in de regio van Grote Meren, in Afghanistan en in Palestina. 

Meer in het algemeen geeft het reglementaire kader dat de Belgische Ontwikkelingssamenwerking regelt in onze 18 partnerlanden – voornamelijk gelokaliseerd in Afrika – wettelijke kracht aan het principe van de gelijkheid van rechten en kansen van vrouwen en mannen, alsook aan het respecteren van de kinderrechten. De kansengelijkheid is één van de drie transversale thema’s die de Belgische Ontwikkelingsamenwerking moet in acht nemen bij haar tussenkomsten. 

Onze Ontwikkelingssamenwerking concentreert zich inzake gelijkheid tussen mannen en vrouwen op drie domeinen :

1.    1. gezondheid en reproductieve en seksuele rechten, inclusief de strijd tegen HIV/AIDS;
2.    de eliminatie van de genderongelijkheden in het basisonderwijs;
3.    de deelname van vrouwen bij de opbouw van vrede en veiligheid, inclusief de strijd tegen seksueel geweld.

Deze actiedomeinen zijn het onderwerp van een bijzondere aandacht tijdens de politieke dialogen met de landen en de partnerorganisaties van de Belgische Ontwikkelingsamenwerking en tijdens de programmering van de interventies.

Mevrouw,
Excellenties,
Dames en Heren;

We kunnen enkel vaststellen dat doorheen de wereld, de gevolgen van seksistisch geweld nog steeds volledig catastrofaal zijn.

Volgens de schattingen zal 1 vrouw op 5 in haar leven kans hebben om het slachtoffer te worden van een verkrachting of een poging tot verkrachting. 1 op 3 zal geslagen zijn, verkracht, verplicht worden om seksuele betrekkingen te hebben of het slachtoffer zijn van andere denigrerende diensten. Jaar na naar, blijven honderdduizenden vrouwen en kinderen het slachtoffer worden van mensenhandel en worden verplicht tot slavernij. Miljoenen anderen zijn het voorwerp van schadelijke praktijken. Geweld doorheen de wereld doodt en maakt evenveel vrouwen tussen 15 en 44 jaar hulpbehoevend als kanker.

Ook al werden er vooruitgangen geboekt deze laatste jaren, met name op internationaal niveau via de oprichting van  doelgerichte juridische kaders, het blijft waar dat deze vooruitgangen – zeer reële – in het algemeen en op het terrein weinig onomkeerbare resultaten hebben veroorzaakt op het geweld ten opzichte van vrouwen tijdens een conflictperiode.

De straffeloosheid blijft, we moeten het toegeven, in de meeste gevallen de norm.

 Er rest zo nog enorm veel vooruitgang te boeken om aan de slachtoffers te garanderen dat ze een integraal herstel zullen krijgen, inclusief heraanpassing en gepaste zorgen, dat ze de mogelijkheid zullen krijgen om hun verhaal te vertellen in omstandigheden die hun waardigheid respecteren, dat  ze zullen worden vergoed, dat ze hun thuis zullen terugvinden, hun bestaansmiddelen en hun goeden, dat de misdaden die ten opzichte van hen werden gepleegd zich niet zullen herhalen en dat ze gerehabiliteerd zullen worden zoals ze verdienen, in het bijzonder door hen hun waardigheid terug te geven en hun reputatie, en door publiekelijk het onrecht te erkennen dat hen is aangedaan alsook de schande van de gepleegde daden.

Alle overheden moeten ervoor zorgen dat het fundamenteel recht van elke vrouw wordt gerespecteerd, beschermd en gegarandeerd om niet het slachtoffer te worden gewelddadige criminele daden, in tijden van vrede zowel als in tijden van oorlog.

Dit betekent ook dat de staten betrokken bij een gewapend conflict de taak en de morele verantwoordelijkheid hebben om concrete inspanningen te leveren om erover te waken dat de fundamentele rechten van eenieder worden gerespecteerd, en dat er wordt gezorgd voor de slachtoffers.

Deze verplichtingen die zich opleggen aan de staten en regeringen die allen verbonden zijn door internationale verdragen moeten eveneens worden gerespecteerd door de niet-gouvernementele gewapende groepen die betrokken zijn bij gewapende conflicten. We kunnen hen inderdaad de wettelijke verplichtingen niet opleggen waartoe de Staten verplicht zijn, maar hun morele verantwoordelijkheid staat op het spel. Dat is waarom de politieke dialoog die de vredesprocessen begeleidt tussen de oorlogsvoerders er bij iedereen moet aandringen op de noodzaak om de burgerbevolkingen te respecteren, in het bijzonder vrouwen en kinderen.

Op dit ogenblik is mijn voornaamste bezorgdheid dat deze internationale conferentie die we hier in Brussel houden snel kan uitmonden in, enerzijds, duidelijke en bereidwillige conclusies en operationele beslissingen, met een duidelijke en duurzame impact op de slachtoffers van deze misdrijven.

Het is ook – en vooral – nodig dat nieuwe financiële verbintenissen worden aangegaan door de gemeenschap van donoren. Voor wat betreft België, wij zorgen ervoor dat de middelen die we toekennen aan deze problematieken nog worden versterkt in de komende jaren.

Er blijft mij enkel u te bedanken voor uw aandacht en u succesvolle werken toe te wensen.
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Over UNRIC

Het mandaat van het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties in Brussel bestrijkt West-Europa en UNRIC verspreidt informatie en documentatie aan landen in deze regio, waaronder België en Nederland.