dinsdag, 02 september 2014
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

Westelijke Sahara: voormalige Nederlandse VN-ambassadeur Peter Van Walsum aangesteld als gezant voor het gebied van de Westelijke Sahara.

Westelijke Sahara: Kofi Annan heeft besloten om de voormalige Nederlandse VN-ambassadeur Peter Van Walsum aan te stellen als zijn persoonlijke gezant voor het gebied van de Westelijke Sahara.

De VN volgt al sinds 1963 de voortdurende onlusten in de Westelijke Sahara, een gebied aan de noordwestkust van Afrika, grenzend aan Marokko, Mauritanië en Algerije.

De Westelijke Sahara werd in 1884 een Spaanse kolonie. In 1963 maakten zowel Marokko als Mauritanië aanspraak op het gebied. In een door de Algemene Vergadering gevraagd Advies verwierp het Internationaal Gerechtshof in 1975 de territoriale aanspraken van Marokko en Mauritanië.

Al sinds de terugtrekking van Spanje uit het gebied in 1976 en de daaropvolgende gevechten tussen Marokko, dat het gebied had 'gereïntegreerd', en het Volksfront voor de bevrijding van Saguia el-Hamra en Río de Oro (Frente POLISARIO, gesteund door Algerije), streeft de VN naar een oplossing voor de Westelijke Sahara (zie voetnoot bij tabel in dit hoofdstuk).

In 1979 riep de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) op tot een referendum waarin de bevolking van het gebied zich kon uitspreken over zelfbeschikking. In 1982 hadden 26 OAE-leden de in 1976 door POLISARIO uitgeroepen Arabische Democratische Republiek Sahara (SADR) erkend. Marokko trok zich terug uit de OAE toen SADR deelnam aan haar topconferentie van 1984.

In 1983 en 1984 stelde de Algemene Vergadering opnieuw dat het volk van het gebied zijn recht op zelfbeschikking en onafhankelijkheid moest kunnen uitoefenen en dat de partijen moesten meewerken aan een staakt-het-vuren om de juiste voorwaarden te creëren voor een referendum.

Een gezamenlijke missie van goede diensten van de Secretaris-Generaal en de voorzitter van de OAE leidde in 1988 tot het voorstel voor een regeling om te komen tot een staakt-het-vuren en een referendum waarbij de bevolking zich kon uitspreken voor onafhankelijkheid of integratie bij Marokko. Beide partijen gingen in principe akkoord met dit voorstel en in juni 1990 keurde de Veiligheidsraad het verslag van de Secretaris-Generaal goed met deze voorstellen.

Met resolutie 690 van 29 april 1991 stelde de Veiligheidsraad de VN-missie voor het Referendum in de Westelijke Sahara (MINURSO) in die de speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal moest bijstaan bij alle zaken die verband hielden met de organisatie van het referendum voor zelfbeschikking voor het volk van de Westelijke Sahara. Alle inwoners van de Westelijke Sahara van 18 jaar en ouder – volgens de gegevens van de Spaanse volkstelling van 1974 – zouden stemrecht hebben, of ze nu in het gebied zelf leefden of daarbuiten. Een identificatiecommissie zou de telling van 1974 bijwerken met het oog op de opstelling van de kiezerslijsten. Met de hulp van UNHCR zou een telling van vluchtelingen buiten het gebied plaatsvinden.

Naast het bureau van de speciale vertegenwoordiger bestond MINURSO ook uit civiele en militaire eenheden en beveiligingspersoneel. Op 6 September 1991 werd een bestand van kracht dat wordt gecontroleerd door de militaire waarnemers van MINURSO. Belangrijke schendingen zijn niet vastgesteld.

Beide partijen hadden nog steeds vertrouwen in de Verenigde Naties en steunden het plan, maar verschilden op hoofdlijnen toch van inzicht, in het bijzonder rond de vraag wie bij het referendum stemrecht zou hebben.

De Secretaris-Generaal had in 1991 in zijn rapport aan de Veiligheidsraad criteria voor de stemgerechtigdheid geformuleerd. Marokko beschouwde die criteria als uiterst beperkt, maar aanvaardde ze niettemin. POLISARIO hield echter vol dat beide partijen oorspronkelijk waren overeengekomen dat de Spaanse volkstelling van 1974 de enige basis voor het opstellen van de kiezerslijsten zou zijn. Volgens POLISARIO werden de criteria onterecht verruimd en zouden er mogelijk personen op de kiezerslijsten komen die geen inwoners waren van het gebied.

In augustus 1994 begon de Identificatiecommissie met de inventarisatie van mogelijke kiezers op basis van een compromisvoorstel van de Secretaris-Generaal. Maar in de loop van de jaren negentig raakte het proces geregeld in een impasse. Ondanks hun akkoord om het identificatieproces doorgang te laten vinden, bleven beide partijen bij hun standpunten omtrent de samenstelling van de kiezerslijsten. POLISARIO hield staande dat alleen de mensen die bij de Spaanse volkstelling van 1974 waren geregistreerd mochten deelnemen aan het referendum. Marokko beweerde het tegenovergestelde, namelijk dat er nog duizenden andere kiesgerechtigden waren, met inbegrip van mensen die in 1974 in het gebied leefden, maar niet in de volkstelling waren opgenomen; mensen die tijdens de voorafgaande jaren naar Marokko waren gevlucht; en de bewoners van gebieden die vroeger deel uitmaakten van de Westelijke Sahara, maar in de jaren vijftig en zestig weer door Spanje waren afgestaan aan Marokko.

In 1997 bewerkstelligde de speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor de Westelijke Sahara, James Baker, een compromis: de akkoorden van Houston. Het identificatieproces werd in december 1999 afgerond en de identificatiecommissie publiceerde een voorlopige lijst van ongeveer 86.000 stemgerechtigden. Wie niet als zodanig werd aangemerkt, kon daartegen beroep aantekenen. Eind 2000 hadden 131.038 mensen beroep aangetekend.

Ondanks verschillende gespreksrondes onder auspiciën van de speciale gezant waaraan beide partijen en buurlanden deelnamen, bleef er onenigheid bestaan over de tenuitvoerlegging van het vredesplan.

Op 30 juli 2002 verzocht de Veiligheidsraad de speciale gezant verder te zoeken naar een politieke oplossing die tot zelfbeschikking zou leiden. Tijdens een bezoek aan de regio in januari 2003 legde hij zijn voorstel aan beide partijen en de buurlanden voor. Beide partijen verzetten zich tegen bepaalde aspecten van het plan, maar op 6 juli liet POLISARIO de Secretaris-Generaal schriftelijk weten het vredesplan te aanvaarden. Marokko zou in 2004 beslissen over het plan.

Op 31 juli 2003 sprak de Veiligheidsraad zich met resolutie 1495 unaniem uit voor het vredesplan als een uitstekende politieke oplossing die steunde op een akkoord tussen beide partijen. In augustus benoemde de Secretaris-Generaal Alvaro de Soto als zijn speciale vertegenwoordiger voor de Westelijke Sahara. In september stelde POLISARIO 243 Marokkaanse krijgsgevangen op vrije voeten en twee maanden later nog eens 300. POLISARIO had toen nog 613 Marokkaanse krijgsgevangen in hechtenis.

In november en december reisde  de Soto naar het gebied om te overleggen met de partijen en om de situatie van de 165.000 vluchtelingen te bespreken die al bijna dertig jaar in woestijnkampen in het westen van Algerije leefden. Er kwamen plannen op tafel om het persoonlijke contact tussen de vluchtelingen en hun verwanten over de grens te herstellen. Op 5 maart 2004 hadden de eerste ontmoetingen plaats tussen Sahwari’s in het gebied en in de vluchtelingenkampen.

Op 15 april 2004 gaf Marokko in een gesprek met de persoonlijke gezant van de Secretaris-Generaal definitief antwoord op de voorstellen voor het vredesplan. Het land wilde onderhandelen over een oplossing op basis van ‘autonomie binnen het raamwerk van Marokkaanse soevereiniteit’. In zijn verslag aan de Veiligheidsraad stelde de Secretaris-Generaal dat de ‘soevereiniteitskwestie natuurlijk het heikele punt is waarover de partijen al jaren strijden. Marokko aanvaardt de schikking niet die het jaren geleden goedkeurde en verwerpt nu ook bepaalde elementen van het vredesplan’. Volgens de Secretaris-Generaal en zijn gezant moest de Raad nu beslissen om ‘het mandaat van MINURSO te beëindigen en de kwestie Westelijke Sahara terug te geven aan de Algemene Vergadering en dus te erkennen dat […] de VN het probleem van de Westelijke Sahara niet kon oplossen zonder van een of beide partijen iets te eisen dat ze niet uit vrije wil wilden doen’ of om toch nog te proberen de partijen ervan ‘te overtuigen het vredesplan goed te keuren en te implementeren’.

Op 29 april sprak de Raad nogmaals zijn steun uit voor het vredesplan en riep hij de partijen en de landen in de regio op volledige medewerking te verlenen aan de Secretaris-Generaal en zijn persoonlijke gezant. Het mandaat van MINURSO werd verlengd tot eind oktober 2004.

(Uit: ABC van de VN, DPI/2337, 2004).

MINURSO website: http://www.un.org/Depts/dpko/missions/minurso


Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Over UNRIC

Het mandaat van het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties in Brussel bestrijkt West-Europa en UNRIC verspreidt informatie en documentatie aan landen in deze regio, waaronder België en Nederland.