vrijdag, 19 december 2014
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

WERELDTOP OVER INFORMATIETECHNOLOGIE EN MAATSCHAPPIJ (WSIS)

OVERHEID, PRIVE SECTOR EN CIVIELE MAATSCHAPPIJ KOMEN SAMEN IN TUNIS, VAN
16-18 NOVEMBER, VOOR DE TOP OVER INFORMATIETECHNOLOGIE EN MAATSCHAPPIJ


De tweede fase van de wereldtop over de informatiemaatschappij (WSIS) van 16 tot en met 18 november 2005, zal de leiders uit de politiek, het zakenleven en de civiele maatschappij samenbrengen om de digitale kloof te overbruggen. Zodat de voordelen van de informatiemaatschappij door iedereen kunnen worden gedeeld.

De top die in Kram PalExpo in Tunis zal worden gehouden, zal onderzoeken hoe ver het staat met de implementatie van de ambitieuze agenda die werd overeengekomen in de eerste fase in Geneve in 2003. In Geneve keurden 175 landen de principeverklaring goed die de gemeenschappelijke visie op de informatiemaatschappij weergaf en in een actieplan de doelen aangaf om de aansluiting en de toegang tot informatie en communicatietechnologie (ICT) te verbeteren.

De doelen die in 2015 zouden moeten worden bereikt behelzen het aansluiten van dorpen, toegangspunten voor de gemeenschap, scholen, universiteiten, onderzoekscentra, bibliotheken, gezondheidscentra, ziekenhuizen en lokale en centrale overheden.

Het actieplan wil ook de ontwikkeling van inhoud aanmoedigen en wil daarvoor de technische condities creëren zodat alle wereldtalen op het Internet beschikbaar zijn. De top in Tunis zal zich buigen over de implementatie van de eerste twee jaar van het actieplan.

Dit evenement verwacht 12.000 deelnemers van overheden, uit de privé sector, de civiele maatschappij en belangrijke media organisaties. Onder de bevestigde deelnemers zijn de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan, staatshoofden en regeringsleiders van meer dan 45 landen, topmensen van meer dan 200 bedrijven -- waaronder Alcatel, Ericsson, France Telecom, Google, Huawei, Infosys, Intel, KDDI, Microsoft, Nokia, NTT DoCoMo, Skype, Sun Microsystems, Telefónica and WorldSpace – en toonaangevende ontwikkelingsorganisaties zoals Grameen Foundation USA, MS Swaminathan Foundation en Telecoms Sans Frontières.

Van digitale kloof tot digitale kans

“De Tunis-fase is de top van de oplossingen,” zei Yoshio Utsumi, de Secretaris-Generaal van de top en de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU), het agentschap van de Verenigde Naties, dat verantwoordelijk is voor de organisatie van dit evenement. “ Deze top wil de digitale kloof omzetten in digitale kansen om vrede, duurzame ontwikkeling, democratie, transparantie en goed bestuur te promoten.”

Een belangrijk doel zal erin bestaan voor ontwikkelingslanden manieren te vinden om beter toegang tot het Internet en andere ICT’s te krijgen. Volgens ITU genieten de 942 miljoen mensen die in de ontwikkelde economieën leven van een 5 maal betere toegang tot vaste en mobiele telefoniediensten, 9 maal betere toegang tot internetdiensten en bezitten ze 13 keer meer pc’s dan 85 procent van de wereldbevolking die in de lage en middeninkomenlanden leven. Het ITU schat dat 800.000 dorpen nog steeds geen telefoonaansluiting, Internet of andere moderne ICT hebben.

“Grotere toegang tot informatietechnologie kan de landbouwpraktijk verbeteren en micro-ondernemers bijstaan,” zei Shashi Tharoor, Onder Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor Communicatie en Publieksinformatie. “Het kan helpen bij aids-preventie en andere overdraagbare aandoeningen, het kan gelijkheid voor vrouwen promoten en milieubescherming aanmoedigen. Over de hele wereld verbeteren elektronische handel, leren op afstand, tele-geneeskunde en e-governance de levenskwaliteit van een ontelbaar aantal mensen.”

Van de Conferentie wordt verwacht dat zij een politiek document zal goedkeuren dat de politieke engagementen van de lidstaten aangeeft, daarnaast wil men ook een operationeel document over opvolging en toekomstige actie.

De lidstaten zijn het grotendeels eens over dat deel van het slotdocument dat gaat over financiële mechanismen om ICT te promoten in de derde wereld. Slechts enkele paragrafen moeten nog worden goedgekeurd.

Door de sleutelrol van de privé sector te erkennen, hebben de lidstaten al bevestigd hun financiële middelen te focussen op verschillende gebieden. Daartoe behoren ICT competentieprogramma’s, regionale infrastructuur en Internetpunten, bijstand voor de minst ontwikkelde landen en kleine eilanden, integratie van ICT’s in strategieën om armoede uit te roeien, het financieren van middelgrote, kleine en micro ondernemingen, aanmoedigen van het lokaal vervaardigen van ICT in ontwikkelingslanden, hervorming van regels rond ICT en lokale initiatieven die ICT diensten aan de gemeenschap leveren.

Een andere op handen zijnde kwestie is de finalisering van de afspraken rond opvolging en implementatie van de besluiten van de top. Er moeten duidelijke verantwoordelijkheden worden afgesproken om er zeker van te zijn dat de doelen van het plan worden opgevolgd en gehaald. Dit is essentieel.

Internet kwesties

De regeringen zullen ook akkoorden proberen maken over het gebruik van het Internet. “De laatste jaren is het Internet in waarde gestegen voor gebruikers en overheden,” zei ambassadeur Janis Karklins, de voorzitter van het voorbereidingscomité van de top. “Voor vele regeringen is een systeem dat niet belangrijk was 10 jaar geleden vandaag extreem belangrijk geworden,” zei Mr. Karklins, daaraan toevoegend dat deze overheden vroegen naar veranderingen in de manier waarop het systeem wordt beheerd.

Tot dusver werden zaken in verband met het beheer van internetgebruik, zoals spam en cybercriminaliteit op een niet gecoördineerde manier aangepakt. De internetinfrastructuur wordt beheerd door een informele maar effectieve samenwerking tussen verschillenden instituties, waarbij privé bedrijven, de civiele maatschappij, de academische en technische gemeenschappen het initiatief hebben genomen. Ontwikkelingslanden zeggen dat ze moeite hebben om al deze ontwikkelingen te volgen en voelen zich uitgesloten als het gaat over het beheer van het Internet.

Om historische redenen hebben de Verenigde Staten de ultieme autoriteit over een aantal van de belangrijkste activa van het Internet. Er is een brede consensus over de nood aan grotere internationale participatie in de discussies over het beheer van het Internet. Er bestaat echter onenigheid over de manier waarop dit moeten worden bereikt.

In het voorlopige slotdocument zijn de landen al overeengekomen om de nationale soevereiniteit te erkennen wat betreft de landcode en top domein namen ( zoals .uk voor Groot-Brittannië) en dat regeringen zich niet moeten inlaten met het dagelijks beheer van het Internet.

Eerlijke handel in informatie

Parallel met de top van regeringen zijn er ook 250 aparte ronde tafels, panels, presentaties en media evenementen gepland door organisaties uit de civiele maatschappij, de zakenwereld en nationale delegaties. High-level panels zullen de staatshoofden en regeringsleiders de mogelijkheid geven om publiek in debat te gaan met prominente zakenmensen en leiders van de civiele maatschappij.

Een grote ICT eerlijke handelsbeurs, "ICT4All", zal van 15 tot 19 november worden gehouden in Kram PalExpo. Bedrijven van ontwikkelde en ontwikkelingslanden zullen innovatieve ideeën en praktische oplossingen presenteren, elkaar ontmoeten en nieuwe partnerships smeden.40.000 bezoekers worden op ICT4All verwacht.

Deze top wordt georganiseerd door ITU, het gespecialiseerde agentschap van de Verenigde Naties voor telecommunicatie met de steun van het gehele VN-systeem.

Voor media accreditatie http://www.itu.int/newsroom/accredit/wsis/2005/tunis/procedure.html

Voor verdere informatie, kijk op www.itu.int/wsis of contacteer Edoardo Bellando, United Nations Department of Public Information, (1 212) 963 8275, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. , of Francois Coutu, (1 212) 963 9495, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .


Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Over UNRIC

Het mandaat van het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties in Brussel bestrijkt West-Europa en UNRIC verspreidt informatie en documentatie aan landen in deze regio, waaronder België en Nederland.