dinsdag, 25 november 2014
UNRIC logo - Nederlands

VN in jouw taal

De Verenigde Naties en Kosovo: feiten op een rijtje

Recente ontwikkelingen

Op 10 december 2007 legde de Secretaris-Generaal Ban Ki-moon het “Rapport van de EU/VS/Rusland troika over Kosovo”, dat hem was overgedragen door de contactgroep bij de beëndiging van het troika mandaat, voor aan de VN Veiligheidsraad. Op 19 december zal de Veiligheidsraad samenkomen om het rapport te bespreken. De Secretaris-Generaal neemt zich voor om deze vergadering bij te wonen.

In haar rapport zei de troika dat hoewel zij wel in staat was om intensieve en substantiële discussies op hoog niveau tussen Belgrado en Pristina te vergemakkelijken, niettemin, “de partijen niet in staat waren om een akkoord te bereiken over het definitieve statuut van Kosovo”, wat “betreurenswaardig” was.

In zijn laatste rapport over het VN-interimbestuur in Kosovo (UNMIK) van 28 september 2007 zei de Secretaris-Generaal:

“De Verenigde Naties neemt deze [Troika] onderhandelingen ernstig en verwacht dat de partijen en de Troika hun uiterste best zullen doen om tot een akkoord te komen dat door de Veiligheidsraad zou kunnen worden onderschreven…”

 “…UNMIK heeft grotendeels bereikt wat realiseerbaar was onder resolutie 1244 (1999). In dit stadium hangt verdere vooruitgang af van een geschikte resolutie over het toekomstige statuut van Kosovo. Een verder uitstel van het toekomstige statuut brengt de prestaties van de Verenigde Naties in Kosovo sinds juni 1999 in gevaar… .

 “…De aandrang om Kosovo’s statuut op te lossen moet bewaard blijven tot het einde van het proces is bereikt. Zoniet bestaat er het reële gevaar dat de vooruitgang begint af te brokkelen en dreigt er instabiliteit voor Kosovo en de regio”

Achtergrond

Door de jaren ’80 vroegen de Albanese Kosovaren om het statuut van de provincie te herwaarderen van autonome provincie tot die van een republiek met het recht om zich van Joegoslavië af te scheiden. Daarop schafte de voormalige Servische president Slobodan Milosevic Kosovo’s autonomie in 1989 af. In 1997 startte het Bevrijdingsleger van Kosovo (KLA) met een reeks moorden die Servische politie en burgers viseerden. Tegen maart van dat jaar werd de steun voor een gewapende opstand tegen Albanese Kosovaren sterker, wat de aanzet gaf voor een beslissend antwoord door de Servische/Joegoslavische veiligheidsdiensten eind mei 1998. Internationale pogingen om het conflict op te lossen leidden tot de niet succesvolle onderhandelingen in Rambouillet in februari 1999. Hierop volgde de lancering van een NAVO luchtcampagne tegen Servië/Joegoslavië van maart tot juni 1999.

Op 10 juni 1999 nam de Veiligheidsraad resolutie 1244 aan waardoor een internationale militaire en burgerlijke aanwezigheid in Kosovo werd gemandateerd. Bovendien deed het beroep op de VN om een interimbestuur voor de provincie te voorzien door voorlopige instellingen van zelfbestuur op te richten en door een politiek proces te vergemakkelijken om het uiteindelijke statuut van Kosovo te bepalen.  

 

De mensen van Kosovo moesten genieten van “substantiële autonomie” in afwachting van een definitieve regeling.

In Kosovo kreeg de Verenigde Naties een mandaat zonder voorgaande, zowel op het vlak van omvang als structurele complexiteit. De unieke vredesoperatie die door de Veiligheidsraad in juni 1999 werd ontplooid, was de eerste om andere multilaterale organisaties als volledige partners onder leiderschap van de Verenigde Naties te engageren. Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Europese Unie (EU)—samen met de VN—vormden vier pijlers onder de overkoepeling van een VN Speciaal Gezant van de Secretaris-Generaal terwijl NAVO de leiding had over een internationale veiligheidsmissie, genaamd KFOR. Terwijl de VN stap voor stap bestuurlijke verantwoordelijkheden heeft overgedragen aan voorlopige instellingen, behoudt het over de hele lijn de bestuurlijke autoriteit en verantwoordelijkheid voor de provincie.

In tegenstelling tot andere door de Veiligheidsraad gemandateerde vredesoperaties die hernieuwd worden op een periodieke basis, blijft UNMIK haar mandaat behouden totdat de Veiligheidsraad er anders over beslist.

Toekomstig proces omtrent het statuut

In 2004 richtte UNMIK in samenwerking met Kosovo’s voorlopige instellingen voor zelfbestuur (PISG) het hervormingsproces “standards process” op waardoor de PISG de fundamentele mensenrechten en democratische normen zouden moeten behalen als een voorwaarde voor het starten van het toekomstig proces omtrent Kosovo’s statuut. In navolging van geweldadige gebeurtenissen in maart 2004 benoemde de Secretaris-Generaal Kai Eide als speciaal gezant om een evaluatie uit te voeren en een toekomstplan voor Kosovo voor te stellen. In 2005 beval speciaal gezant Eide de inititiatie van het politieke proces om Kosovo’s toekomstige statuut te bepalen, aan.

In november 2005, na meer dan 6 jaar VN-bestuur van Kosovo, benoemde Secretaris-Generaal Kofi Annan voormalig Fins president Martti Athisaari, een VN veteraan die overal raad op weet, als zijn speciaal gezant om het politieke proces te leiden om het toekomstige statuut van de provincie te bepalen. Dhr. Athisaari en zijn team voerden in 2005 en 2006 uitvoerige gesprekken met Belgrado en Pristina en consultaties met de internationale gemeenschap.

Hoewel de gesprekken lang duurden en technisch complex waren, bleken de partijen niet in staat om substantiële vooruitgang te boeken op de hoofdthema’s van decentralisatie (creatie van nieuwe Servische gemeenschappen in Kosovo), cultureel erfgoed (behoud van Servisch orthodoxe kerken via beschermingsgebieden), rechten van de minderheden en de economie. Ahtisaari concludeerde dat verder onderhandelen niet tot een succes zou leiden.

In januari 2007 presenteerde Dhr. Athisaari zijn voorstel voor het toekomstige statuut van Kosovo aan de contactgroep – Frankrijk, Duitsland, Italië, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten – op een vergadering in Wenen. Eerder in februari had Dhr. Ahtisaari het al voorgesteld aan de partijen. Na een laatste ronde onderhandelingen, legde Dhr. Ahtisaari zijn “Settlement Proposal” omtrent Kosovo’s toekomstige statuut en zijn rapport voor aan de Secretaris-Generaal. Deze documenten bepleiten een onafhankelijkheid onder internationaal toezicht via een EU geleide internationale civiele en militaire missie, conform het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (ESDP). Het roept eveneens op om UNMIK’s bevoegdheden door te geven aan de toekomstige EU geleide internationale aanwezigheden en toekomstige autoriteiten, gevolgd door de terugtrekking van de missie uit Kosovo.

Op 26 maart 2007 onderschreef de Secretaris-Generaal Dhr. Ahtisaari’s rapport en gaf het door aan de Veiligheidsraad.

Op 4 april 2007 kondigde de Veiligheidsraad, die niet kon overeenkomen inzake het Ahtisaari voorstel, aan dat het een “fact-finding” delegatie zou sturen naar Belgrado en Pristina voor verdere onderhandelingen met de partijen.

5 juli 2007 – De Secretaris-Generaal vertelde de Veiligheidsraad in zijn rapport over UNMIK dat “Kosovo’s globale vooruitgang inzake het uitbouwen van een functionerende economie en democratische instellingen voor zelfbestuur aanmoedigend was, maar dat die vooruitgang snel zou afbrokkelen tenzij het toekomstige statuut van de Servische provincie is vastgesteld.”

Op 1 augustus 2007, na een impasse in de Veiligheidsraad over het Athisaari voorstel voor een proces in stappen naar onafhankelijkheid voor de provincie, bereikte de contactgroep een akkoord om een troika op te richten van de Europese Unie, de Russische federatie en de VS om verdere onderhandelingen over het toekomstige statuut van Kosovo te leiden. De contactgroep sprak een uiterste termijn van 10 december af om terug te rapporteren aan de Secretaris-Generaal over de vooruitgang van de onderhandelingen tussen Pristina en Belgrado.

Op 7 december 2007 ontving de Secretaris-Generaal het troika rapport. Hierin zei de groep dat in de loop van haar werk de partijen een groot aantal opties bespraken zoals volledige onafhankelijkheid, onafhankelijkheid onder toezicht, territoriale verdeling, substantiële autonomie en confederale regelingen. Niettemin waren de partijen niet in staat om een akkoord te bereiken over Kosovo’s definitieve statuut. Geen enkele partij wou water bij de wijn doen inzake de fundamentale vraag naar de sovereiniteit van Kosovo: Servië verwerpt onafhankelijkheid voor Kosovo en Kosovo zal niets minder dan onafhankelijkheid aanvaarden van Servië. De Secretaris-Generaal gaf het troika rapport door aan de Veiligheidsraad op 10 december.

UNMIK mandaat

Op 10 juni 1999 authoriseerde de Veiligheidsraad via resolutie 1244 de Secretaris-Generaal om een tijdelijk burgerlijk bestuur op te richten in de door oorlog verwoeste provincie Kosovo, geleid door de Verenigde Naties. Onder dit bestuur zouden de Kosovaren langzamerhand genieten van substantiële autonomie. De burgerlijke missie verenigde VN-vredeshandhaving, UNHCR, OVSE en de Europese Unie onder een structuur, samengesteld uit vier “steunpilaren”: humanitaire hulp; burgerlijk bestuur; mensenrechten en democratisering; reconstructie en economische ontwikkeling. Veiligheid moest gewaarborgd worden door de NAVO-geleide vredesmacht KFOR door het afschrikken van nieuwe vijandigheden, het demilitariseren van het Bevrijdingsleger van Kosovo, het creëren van een veiligheidssituatie voor de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden, het controleren van ontmijning en grenzen.

UNMIK’s belangrijkste taken onder resolutie 1244 zijn vermeld in het kader onderaan. In nauw contact samenwerkend met de Kosovaarse leiders en het volk, heeft de missie een breed gamma aan essentiële bestuurlijke functies en diensten uitgevoerd met betrekking tot domeinen zoals gezondheid en onderwijs, recht, bankwezen en financiering, post en telecommunicatie, wet en orde. Stapsgewijs zijn de verantwoordelijkheden overgedragen aan Kosovaarse instellingen, hoewel UNMIK beperkte bekwaamheden behield in verschillende velden, onder meer het vertegenwoordigen van Kosovo in het buitenland, veiligheid en de algemene bestuurlijke autoriteit bewaren.

De aanwezigheid van UNMIK en KFOR creëerden de nodige veiligheidsomstandigheden voor de snelle terugkeer van honderden duizenden Kosovaarse burgers die ontheemd waren geraakt door de gevechten in 1999. UNMIK hield toezicht op de reconstructie van huisvesting, het herstel van essentiële diensten en het ontmijnen van het gebied. De missie hielp een reeks lokale verkiezingen -meest recente verkiezing in november/december 2007, organiseren. Een muli-etnische politie, opgeleid door de VN, heeft haar uitvoerende beleidsfuncties van de VN-politie overgenomen en heeft regelmatig haar professionalisering verbeterd.

Terwijl reconstructie en nieuwe ontwikkeling zich verspreid hebben, blijft de Kosovaarse economie fragiel. Werkloosheid is hoog. Ontheemde Servische Kosovaren zijn maar traag teruggekeerd en het engagement van de resterende Servische Kosovaren aan het politieke proces en de tijdelijke instellingen op centraal niveau was minimaal.

Hoe ’t ook zij, in zijn rapport aan de Veiligheidsraad van 28 september 2007, schreef de Secretaris-Generaal dat UNMIK grotendeels haar mandaat onder resolutie 1244 uitgevoerd had en dat een verdere verlenging van het toekomstige proces inzake Kosovo’s statuut de verwezenlijkingen van de Verenigde Naties in Kosovo sinds juni 1999 in gevaar brengt.

UNMIK heeft momenteel ongeveer 4600 personeel in Kosovo opgesteld, onder meer zowat 2000 internationale politiemannen, 475 internationaal burgerlijk personeel, 135 VN-vrijwilligers en 2000 lokale personeelsleden. De huidige Speciale Gezant van de Secretaris-Generaal voor Kosovo is de Duitser Joachim Rücker.

KFOR

De NAVO-geleide KFOR blijft de algemene veiligheid binnen Kosovo waarborgen. Van een maximale sterkte van 50.000 zijn er momenteel nog 16.500 manschappen van KFOR. Op een vergadering van NAVO buitenlandse ministers in Brussel op 7 december zei een mededeling van de alliantie dat “KFOR in Kosovo zal blijven op de basis van VN Veiligheidsraad resolutie 1244 tenzij de Veiligheidsraad anders beslist.”

DPI-Peace and Security Section. 14  December 2007

UNMIK Feiten



Toegestane sterkte

Militairen: 39; Politie:2,078; Burgers: 2,808 

Huidige sterkte

Militairen: 39; Politie:2,000; Burgers: 2,554;

Steunpilaar institutionele opbouw (OVSE): 926; Steunpilaar economische ontwikkeling (EU): 447

2007 – 2008 budget

VS$ 210,676,888 (OVSE: €31,805,100; EU:€12,211,108)

Leiderschap missie

Hoofd missie: SRSG: Joachim Rücker (Duitsland); Hoofdafgevaardigde SRSG: Steve Schook  (VSA.); DSRSG voor OVSE: Tim Guldimann (Zwitserland); DSRSG voor EU steunpilaar: Paul Acda (VK)

Belangrijkste troepen en politie leverende landen

Ierland (4), Roemenië (3), Finland, Jordanië, Kenia, Pakistan, Portugal, Russische Federatie, Spanje en Oekraïne (2) / V.S.A. (220), Roemenië (181), Pakistan (176), Oekraïne (176),  Duitsland (148), Turkije (137) en Polen (122)

Vervaldatum mandaat:

Geen – “opgericht voor een beginperiode van 12 maanden (vanaf 10 juni 1999) en met een verderzetting hierna tenzij de Veiligheidsraad anders beslist”

UNMIK belangrijkste gemandateerde taken:

Zorgen voor een interimbestuur voor Kosovo waaronder de Kosovaren kunnen genieten van substantiële autonomie binnen de Federale Republiek Joegoslavië.

Oprichten en toezicht houden op de ontwikkeling van voorlopige democratische instellingen van zelfbestuur om de voorwaarden voor een vreedzaam en normaal leven voor alle inwoners van Kosovo te verzekeren.

In afwachting van een politieke regeling het politieke proces, ontworpen om Kosovo’s toekomstige statuut te bepalen, vergemakkelijken.

In een laatste etappe, toezicht houden op de autoriteitsoverdracht van Kosovo’s voorlopige instellingen naar instellingen, opgericht volgens een politiek akkoord.




                   


Kosovo Feiten*

Bevolking:

1.9 miljoen

Gesproken talen:

Albanees (officieel), Servisch (officieel), Bosnisch en Turks

Religie:

92.5% moslim, 7.5% orthodox christen

Etnische groepen:

Albanezen 89.8%, Serviërs 6.1%, Bosniakken 1.3%, Turken 0.9%, Gorani 0.5%, Roma 0.4%, Ashkali 0.5%, Egyptenaren 0.5%  

Staatshoofd:

President Fatmir Sejdiu

Regeringshoofd:

Eerste minister Agim Ceku

BBP per inwoner:

€ 2,270

Vluchtelingen:

1,892 van Kosovo in FYROM, 399 van FYROM in Kosovo

Ontheemden:

243,610 vanaf 30 juni 2007 in Servië en Montenegro: 75% Servische Kosovaren, 11% Roma, Ashkali, Egyptenaren, 14 % anderen

Natuurlijke rijkdommen: 

Bruinkool, lood, zink, ferronikkel, magnesium

* Gegevens verkregen via VN-missie in Kosovo


Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

Over UNRIC

Het mandaat van het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties in Brussel bestrijkt West-Europa en UNRIC verspreidt informatie en documentatie aan landen in deze regio, waaronder België en Nederland.