Hoofdstuk 5 Download Hoofstuk 5 (WORD)
Humanitaire hulp
• Coördinatie van humanitaire hulp
• Reageren bij noodtoestanden
• Coördinatie van noodhulp
• Hulpverlening en bescherming
• Bescherming van kinderen in oorlogszones
• VN-medewerkers en humanitaire hulpverleners beschermen
• Internationale bescherming en ondersteuning van vluchtelingen
• Ontheemden: vluchtelingen in eigen land
• Mensen op de vlucht (statistieken)
• Palestijnse vluchtelingen
Sinds de eerste gecoördineerde hulpoperaties in Europa na de verwoestingen en massale vluchtelingenstromen tijdens en naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog, heeft de internationale gemeenschap geregeld een beroep gedaan op de VN voor noodhulp bij natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen die het vermogen van nationale overheden te boven gingen. Nu is de organisatie een belangrijke verstrekker van noodhulp en bijstand op langere termijn, een katalysator voor inspanningen van regeringen en hulporganisaties, en een pleitbezorger voor de belangen van slachtoffers van rampen.
Oorlogen en natuurrampen blijven mensen uit hun huizen drijven. In 2002 raakten 5,8 miljoen mensen ontheemd en staken nog eens 14,8 miljoen vluchtelingen de grenzen over naar andere landen.
In 2003 leidden natuurrampen – meestal ten gevolge van extreme weersomstandigheden – tot de dood van ruwweg 50.000 mensen; de economische schade bedroeg 60 miljard dollar. UNDP stelt vast dat 94 procent van de natuurrampen wordt veroorzaakt door orkanen, overstromingen, aardbevingen en droogte. Hittegolven en bosbranden hebben ook hun tol aan menselijk leed geëist. Volgens een verslag van UNDP van februari 2004* leefde 98,2 procent – een dramatisch hoog cijfer – van de slachtoffers van natuurrampen in ontwikkelingslanden, een markante bewijs dat armoede, bevolkingsexplosies en milieuverloedering leed en vernieling verergeren.
Weer oplaaiende conflicten en het hoog oplopen van menselijke en financiële kosten bij natuurrampen zetten de VN op twee fronten aan het werk. Enerzijds verzorgt de organisatie – vooral via haar operationele organen – noodhulp voor slachtoffers, anderzijds zoekt ze naar meer doeltreffende strategieën om noodsituaties vooral te voorkomen.
Bij rampen haasten de VN en haar agentschappen zich om humanitaire hulp te bieden. Alleen al in 2002 deed het Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden 24 oproepen aan de agentschappen, die samen 4,2 miljard dollar fourneerden om 35 miljoen mensen in 18 landen en gebieden te helpen. Zo biedt UNHCR jaarlijks internationale bescherming en hulp aan 20 miljoen mensen – naast vluchtelingen ook een groeiend aantal ontheemden. In 2003 leverde UNFP voedselhulp aan 110 miljoen mensen waaronder de meeste vluchtelingen en ontheemden in de wereld.
Bij rampenpreventie probeert men de kwetsbaarheid van gemeenschappen voor rampen te verminderen en de menselijke oorzaken ervan aan te pakken. Tijdig alarm is heel belangrijk voor preventie op korte termijn. De VN-organisaties voeren hun deskundigheid op dit vlak dan ook gestaag op: FAO houdt toezicht op dreigende hongersnoden, terwijl WMO zich bezighoudt met het voorspellen van tropische stormen en het volgen van droogte. Voorbereid zijn is al even belangrijk: UNDP helpt rampgevoelige landen bij het opzetten van rampenplannen en andere voorbereidende maatregelen.
Conflictpreventie impliceert strategieën als preventieve diplomatie, preventieve ontwapening en bevordering van de mensenrechten. Recente crises illustreren duidelijk het verband tussen oorlog en schendingen van mensenrechten enerzijds en vluchtelingenstromen anderzijds. Langetermijnpreventie pakt de oorzaken aan de basis van conflicten aan en richt zich op het bevorderen van veiligheid, economische groei, goed bestuur en respect voor de mensenrechten – de beste bescherming tegen natuurlijke of, zoals steeds vaker het geval is, door de mens veroorzaakte rampen.
![]()
Coördinatie van humanitaire hulp
De laatste tien jaar zijn burgeroorlogen in aantal en intensiteit toegenomen. Deze conflicten hebben geleid tot grootschalige humanitaire crises in complexe politieke en militaire situaties, met veel slachtoffers, vluchtelingen en verstrekkende gevolgen voor samenlevingen. In antwoord op deze 'complexe noodsituaties' voert de VN haar deskundigheid op om doeltreffend en snel te kunnen reageren.
In 1991 installeerde de Algemene Vergadering een permanente commissie voor interagentschappelijk overleg bij de coördinatie van de internationale hulpverlening in humanitaire noodsituaties. De Noodhulpcoördinator van de VN staat op dit vlak centraal binnen de organisatie en treedt op als de belangrijkste beleidsadviseur, coördinator en pleitbezorger voor humanitaire noodsituaties. De Noodhulpcoördinator leidt het Bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden (OCHA) dat de VN-hulpverlening coördineert bij humanitaire rampen die het vermogen en mandaat van afzonderlijke agentschappen overstijgen.
Bij complexe noodsituaties zijn er veel participanten – o.a. regeringen, NGO's en VN-agentschappen – die tegelijkertijd reageren. OCHA zorgt ervoor dat er een samenhangend kader is waarin iedereen snel en doeltreffend zijn bijdrage kan leveren.
In geval van nood coördineert OCHA de internationale hulp. Het pleegt overleg met het VN-team in het betrokken land en voert op het hoofdkantoor overleg met de verschillende agentschappen over de prioriteiten. Vervolgens steunt OCHA de coördinatie van activiteiten in het getroffen land.
Het Bureau coördineert vooral missies te velde van operationele VN-organisaties om de hulpbehoefte te taxeren; verzoekt namens diverse VN-organisaties om fondsen voor humanitaire hulp; organiseert donorvergaderingen en regelt de follow-up daarvan; ziet toe op de betaling van toegezegde middelen; en publiceert rapporten om donoren en anderen op de hoogte te houden van ontwikkelingen. Gemiddeld worden er jaarlijks 27 interagentschappelijke oproepen gedaan. Sinds 1992 heeft men zo meer dan 14 miljard dollar voor noodhulp geworven.
OCHA werkt samen met partners uit de wereld van de hulpverlening aan een consensus over het te voeren beleid en aan het in kaart brengen van specifieke humanitaire kwesties die hun operaties ter plaatse aan het licht brengen. Het Bureau zorgt ervoor dat humanitaire kwesties aan de orde worden gesteld, met inbegrip van kwesties die tussen de mandaten van humanitaire organisaties vallen, zoals de benarde toestand van ontheemden (vluchtelingen in eigen land).
Als pleitbezorger voor humanitaire kwesties spreekt OCHA voor de stille slachtoffers van rampen en ook zorgt het ervoor dat de meningen en belangen van de humanitaire gemeenschap gestalte krijgen in het geheel van inspanningen voor herstel en vrede. OCHA roept op tot meer respect voor humanitaire normen en waarden, en richt de aandacht op specifieke kwesties zoals onbelemmerde toegang tot getroffen volkeren, humanitaire gevolgen van sancties, AP-mijnen en op de wildgroei van kleine wapens.
| Bij noodtoestanden en rampen moeten snel alle middelen worden ingezet‚ menselijke, financiële en logistieke. OCHA ontwikkelde mechanismen om dat te verwezenlijken. |
OCHA beheert het centraal noodhulpfonds, een cashflowmechanisme om in noodsituaties snel hulp te kunnen verlenen. Het is bedoeld om humanitaire organisaties met cashflowproblemen te helpen in afwachting van het beschikbaar komen van donorgelden. De ontlenende organisatie moet het geleende bedrag binnen een jaar terugbetalen. Sinds 1992 hebben organisaties al bij 160 aangelegenheden geld geleend van het fonds en is er al 288 miljoen dollar terugbetaald.
OCHA beheert voorts ReliefWeb, 's werelds belangrijkste humanitaire website dat de laatste informatie over noodsituaties in de wereld geeft (zie www.reliefweb.int).
| De Permanente commissie voor interagentschapsoverleg brengt alle belangrijke humanitaire agentschappen binnen en buiten de VN bij elkaar. De Commissie wordt voorgezeten door de Noodhulpcoördinator en ziet toe op de internationale respons bij noodtoestanden. De deelnemers zijn:
Andere agentschappen kunnen op ad hoc-basis worden ingezet. |
Vier VN-organen, UNICEF, UNDP, WFP en UNHCR, spelen een centrale rol bij het bieden van bescherming en hulp bij humanitaire crises.
De meeste vluchtelingen en ontheemden zijn vrouwen en kinderen. In dringende noodsituaties werkt UNICEF nauw samen met andere hulporganisaties aan het herstel van fundamentele voorzieningen zoals drinkwater en algemene hygiëne, het opzetten van scholen en inentingsprojecten, en het leveren van medicijnen en andere voorraden aan de ontwrichte bevolking.
UNICEF roept regeringen en strijdende partijen ook voortdurend op om kinderen beter te beschermen. De programma's in conflictzones spannen zich ook in voor onderhandelingen over bestandsakkoorden om kinderen te bereiken, bijvoorbeeld in het kader van vaccinatiecampagnes. Als voorlopers van het concept ‘kinderen als vredeszone’, heeft UNICEF zogeheten rustdagen en vredescorridors ingesteld in oorlogsgebieden. Speciale programma's helpen getraumatiseerde kinderen en herenigen kinderen zonder begeleiding met hun ouders of andere gezinnen. In 2002 bood UNICEF humanitaire hulp in 51 landen.
UNDP speelt een centrale rol bij de coördinatie van activiteiten voor het inperken, voorkomen en anticiperen van natuurrampen. Als zich een ramp voordoet, coördineren de plaatselijke UNDP-coördinatoren hulp- en hersteloperaties op nationaal niveau. Regeringen doen vaak een beroep op UNDP voor hulp bij de formulering van herstelprogramma’s en om donorgelden een goede bestemming te geven.
UNDP en hulporganisaties werken nauw samen om ervoor te zorgen dat hulpoperaties de weg vrijmaken voor ontwikkeling op lange termijn. UNDP steunt ook programma's gericht op de ontwapening van oud-strijders, mijnopruimingscampagnes, de terugkeer en reïntegratie van vluchtelingen en ontheemden, en de wederopbouw van bestuurlijke instellingen.
Om ervoor te zorgen dat de beschikbare middelen maximale effect sorteren, wordt elk project uitgevoerd in overleg met plaatselijke en nationale autoriteiten. UNDP biedt snel hulp aan volledige gemeenschappen en helpt bij het leggen van de sociale en economische basis voor duurzame vrede, ontwikkeling en armoedeverlichting. Deze op de gemeenschap gerichte aanpak draagt er toe bij dat noodhulp een duurzame dimensie krijgt en honderdduizenden slachtoffers van wapengeweld bereikt. Dankzij opleidingsprogramma’s, leningen en infrastructurele projecten zijn veel door twisten verscheurde gemeenschappen erin geslaagd hun levenspeil te verbeteren.
In noodsituaties verschaft het Wereldvoedselprogramma (WFP) snel en doeltreffend noodhulp aan miljoenen slachtoffers van natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen, inclusief vluchtelingen en ontheemden. WFP besteedt vrijwel al zijn middelen aan dit soort crises. Tien jaar geleden werd twee van de drie ton voedselhulp van WFP gebruikt om mensen te helpen zichzelf te kunnen redden. Nu is het plaatje omgekeerd: 80 procent van de WFP-voedselhulp gaat naar slachtoffers van humanitaire crises.
In 2002 bereikte WFP 58 miljoen mensen met kort- en langlopende noodhulpoperaties, onder hen ontheemden, vluchtelingen, aids-wezen en slachtoffers van natuurrampen veroorzaakt door overstromingen en droogte. Het agentschap is verantwoordelijk voor het mobiliseren van voedsel en fondsen voor alle grootschalige, door UNHCR beheerde voedselhulpoperaties ten bate van vluchtelingen.
WFP zet zich ook steeds meer in voor projecten waarbij men voedselhulp verstrekt ter ondersteuning van de demobilisering van troepen of van ontmijningsacties in oorlogsgebied. In de nasleep van oorlogen of rampen start WFP ook infrastructurele herstelprojecten.
De meeste slachtoffers van rampen leven op het platteland. FAO werkt samen met WFP bij het tijdig signaleren van dreigende voedselrampen en problemen met voedselvoorraden in de hele wereld.
Het Mondiaal systeem voor informatie en vroegtijdig alarm van FAO biedt actuele gegevens over de voedselsituatie in de wereld. Het maakt ook melding van de voedselsituatie in landen waar schaarste dreigt ten gevolge van natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen.
![]()
Op basis van vaststellingen die in samenwerking met WFP tot stand komen, bereiden FAO en WFP gezamenlijk voedselhulpacties voor. FAO richt zich met name op de landbouw voor het herstel van de voedselproductie en verleent technisch advies bij agrarische noodsituaties. Ook het FAO-bureau voor speciale hulpoperaties biedt getroffen boeren belangrijke ondersteuning.
Hulpprogramma's van WHO beoordelen de medische situatie bij slachtoffers van noodtoestanden en rampen, verlenen advies op het vlak van gezondheidszorg en helpen bij de coördinatie en planning. WHO voert hulpprogramma's uit op het vlak van voeding en epidemiologie, de beteugeling van epidemieën (waaronder HIV/aids), inenting, de levering van levensnoodzakelijke geneesmiddelen en medische voorzieningen, reproductieve en geestelijke gezondheid. WHO spant zich met name in voor de uitroeiing van polio en het onder controle houden van malaria in getroffen gebieden.
Kinderen in oorlogsgebieden – normen en richtlijnen
Andere internationale instrumenten voor de bescherming van kinderen zijn het Verdrag van Ottowa inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapen, en het Afrikaans handvest inzake de rechten en het welzijn van het kind – het eerste regionale verdrag dat 18 jaar als de minimumleeftijd stelt voor rekrutering en deelname aan vijandigheden. |
Internationale bescherming en ondersteuning van vluchtelingen
Eind 2003 bood UNHCR internationale bescherming en hulp aan 17,1 miljoen mensen die op de vlucht waren voor oorlog en vervolging. Een jaar eerder kregen 20,6 miljoen mensen steun – 10,4 miljoen vluchtelingen, 5,8 miljoen ontheemden, 2,4 miljoen repatrianten, 1 miljoen asielzoekers en 951.000 staatlozen en anderen waar het agentschap zich zorgen over maakt. De laatste decennia is de aard van de oorlogsvoering veranderd en hebben oorlogen tussen landen onderling plaatsgemaakt voor interne conflicten. Daarbij is het aantal ontheemden opmerkelijke toegenomen; zij vormen nu de op een na grootste groep waar UNHCR zich om bekommert.
UNHCR is in de naoorlogse geschiedenis een van de belangrijkste hulporganisaties bij noodsituaties. Het agentschap verleende hulp bij de conflicten op de Balkan die de grootste vluchtelingenstroom in Europa ontketenden sinds de Tweede Wereldoorlog; in de nasleep van de Golfoorlog; in het Grote-Merengebied in Afrika; bij de massale exodussen uit Kosovo en Oost-Timor; en recenter in West-Afrika en bij de repatriëringsoperatie in Afghanistan.
Een vluchteling is iemand die zich wegens gegronde vrees voor vervolging op basis van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke opvattingen of lidmaatschap van een bepaalde sociale groep, zijn land is ontvlucht en niet in staat of van zins is ernaar terug te keren.
Twee internationale verdragen definiëren de wettelijke status van vluchtelingen en bepalen hun rechten en plichten: het Verdrag inzake de status van vluchtelingen (1951) en het Protocol bij dat verdrag (1967). Eind 2003 waren 145 staten partij bij één of beide instrumenten.
De belangrijkste taak van UNHCR is internationale bescherming‚ het waarborgen van de naleving van de fundamentele mensenrechten van vluchtelingen (inclusief hun recht asiel aan te vragen) en om ervoor te zorgen dat niemand onvrijwillig wordt gerepatrieerd naar een land waar hij of zij mogelijk wordt vervolgd. Andere vormen van hulp zijn:
Het mandaat van UNHCR bestaat uit het beschermen en helpen van vluchtelingen, maar steeds vaker wordt de organisatie opgeroepen om een bredere waaier mensen te helpen in situaties die overeenkomsten vertonen met de vluchtelingproblematiek. Het gaat dan onder meer om ontheemden, om voormalige vluchtelingen die na terugkeer in hun land moeten worden gevolgd en geholpen door UNHCR, om staatlozen en om mensen die tijdelijk bescherming krijgen in het buitenland, maar niet de volledige wettelijke status van vluchteling genieten. Momenteel maken 'echte' vluchtelingen nog maar de helft uit van de mensen die UNHCR helpt.
Asielzoekers zijn mensen die hun geboorteland hebben verlaten en de status van vluchteling hebben aangevraagd in een ander land, maar voor wie deze procedure nog niet rond is. UNHCR helpt op dit ogenblik 1 miljoen mensen in deze situatie. De meeste asielzoekers wonen in de geïndustrialiseerde landen.
De meeste vluchtelingen willen naar huis terugkeren als de omstandigheden dat toelaten. Eind 2002 verleende UNHCR hulp aan 2,4 miljoen van deze repatrianten. In dat jaar hielp het agentschap bij de repatriëring van 3,6 miljoen vluchtelingen en andere groepen mensen, onder hen bijna 2 miljoen Afghanen die vanuit Pakistan en Iran terugkeerden naar huis en 750.000 burgers die in Afghanistan zelf uit hun vertrouwde omgeving waren weggetrokken. Er vonden ook belangrijke repatriëringsoperaties plaats in Angola (90.000), Sierra Leone (76.000), Burundi (54.000) en Bosnië-Herzegovina (42.000).
Maar de terugkeer van grote groepen mensen kan een fragiele economische en sociale infrastructuur snel ontregelen. Om te verzekeren dat repatrianten na hun terugkeer hun leven weer kunnen opbouwen, werkt UNHCR samen met een groot aantal instanties om herintegratie te bevorderen. Een geslaagde herintegratie vergt noodhulp voor slachtoffers, ontwikkelingsprogramma's voor verwoeste gebieden en werkvoorzieningsprogramma's.
Bij het zoeken naar duurzame oplossingen voor het vluchtelingenprobleem erkent men nu alom de correlatie tussen vrede, stabiliteit, veiligheid, respect voor mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Het Agentschap van de VN voor Hulp aan de Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) biedt sinds 1950 onderwijs, gezondheidszorg, hulp en sociale voorzieningen aan Palestijnse vluchtelingen. De Algemene Vergadering richtte UNRWA op om noodhulp te bieden aan 750.000 Palestijnse vluchtelingen die hun huis en middelen van bestaan waren verloren ten gevolge van het Arabisch-Israëlische conflict van 1948. In 2003 verzorgde UNRWA de elementaire dienstverlening voor meer dan 4 miljoen geregistreerde Palestijnse vluchtelingen in Jordanië, Libanon, de Syrië, op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.
De humanitaire rol van UNRWA wordt versterkt door de zich herhalende conflicten in het Midden-Oosten zoals de burgeroorlog in Libanon en de Palestijnse opstand ('intifada') van 1987 en de tweede golf van geweld die begon in september 2000 (‘de Al-Aqsa intifada’).
Het gros van de activiteiten van UNRWA is gericht op onderwijs, waarvoor de helft van het reguliere budget en twee derde van het personeel wordt ingezet. De 656 scholen voor lager en middelbaar onderwijs telden in het schooljaar 2002/2003 490.900 leerlingen. De acht UNRWA-centra voor beroepsopleidingen telden samen 5100 studenten.
Het netwerk van 122 gezondheidscentra verzorgde in 2002 9,4 miljoen patiënten. De 1,3 miljoen vluchtelingen in de 59 vluchtelingenkampen konden rekenen op habitatgerelateerde gezondheidsvoorzieningen.
Ongeveer 229.000 mensen ontvingen in 2002 speciale bijstand: met armoedeverlichtende programma's werd voor hen voorzien in basisvereisten op het vlak van voeding en onderdak en ter bevordering van zelfredzaamheid. Het inkomstengenererende programma op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook verstrekte 54.900 leningen voor een totaalbedrag van 66,2 miljoen dollar aan kleine ondernemingen en microbedrijfjes op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.
UNRWA werkt nauw samen met de Palestijnse Autoriteit. Na de akkoorden van 1993 tussen Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en de installatie van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, startte UNRWA het Vredesimplementatieprogramma om er zeker van te zijn dat de voordelen van het vredesproces ook op lokaal niveau zouden worden verwezenlijkt. Het programma herstelde de infrastructuur, creëerde jobs en verbeterde de sociaal-economische omstandigheden in de vluchtelingengemeenschappen binnen de mandaatzone. Eind 2002 hadden UNRWA-projecten donaties en toezeggingen ontvangen voor een bedrag van in totaal 297,8 miljoen dollar.
De internationale gemeenschap beschouwt UNRWA als een stabiliserende factor in het Midden-Oosten. Voor de vluchtelingen vormen de programma's het bewijs dat het de internationale gemeenschap menens is met het streven naar een oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk.