HOOFDSTUK 2                                            Download Hoofstuk 2 (WORD)

Internationale vrede en veiligheid

De Veiligheidsraad
De Algemene Vergadering
Conflictpreventie
Vredestichting
Vredehandhaving
    
Lopende operaties
    
Samenwerking met regionale organisaties
Vrede afdwingen
    
Embargo’s en sancties
    
Militair ingrijpen
    
Vredesopbouw  
    
Assistentie bij verkiezingen
    
Vrede stichten door ontwikkeling

De inzet van de Verenigde Naties voor de vrede
    Afrika
(Zuidelijk Afrika, Midden-Afrika, West-Afrika, Ethiopië-Eritrea)AmerikaAzië en het Stille-Zuidzeegebied
    
(Het Midden-Oosten, Afghanistan, Irak
)Europa (Cyprus, Georgië, De Balkan)

Ontwapening
    Het ontwapeningsapparaat
    Massavernietigingswapens
    De dreiging van chemische en biologische wapens wegnemen
    Conventionele wapens, vertrouwenwekkende maatregelen en transparantie
Vreedzaam gebruik van de kosmische ruimte


INTERNATIONALE VREDE EN VEILIGHEID

Een van de hoofddoelen van de Verenigde Naties is het handhaven van de internationale vrede en veiligheid. Sinds de oprichting in 1945 wordt vaak een beroep gedaan op de VN om te voorkomen dat een conflict escaleert tot oorlog, om elkaar vijandige partijen te overtuigen rond de onderhandelingstafel te gaan zitten in plaats van naar de wapens te grijpen, of om te helpen de vrede te herstellen als er toch een conflict uitbreekt. In de loop der jaren heeft de VN een einde gemaakt aan tal van conflictsituaties, vaak door ingrijpen van de Veiligheidsraad – het belangrijkste orgaan voor aangelegenheden rond de internationale vrede en veiligheid.

Met het einde van de koude oorlog in de jaren negentig ontstond er een grondig gewijzigd klimaat wat betreft de vrede en veiligheid in de wereld. Typerend voor dat nieuwe klimaat was dat de nadruk niet meer zozeer op gewapende conflicten tussen staten kwam te liggen, maar op oorlogen binnen staten. In de eerste jaren van de 21ste eeuw zijn nieuwe, wereldomspannende dreigingen gerezen. De aanslagen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten bewezen duidelijk dat de wereld zich moet opmaken voor de uitdaging van het internationale terrorisme, terwijl gebeurtenissen daarna de zorg deden toenemen over de verspreiding van kernwapens en de gevaren van andere niet-conventionele wapens die hun schaduw dreigend over mensen en volken in de hele wereld werpen.

De organisaties van het VN-stelsel kwamen elk op hun eigen terrein meteen in het geweer tegen het terrorisme. Op 28 september aanvaardde de Veiligheidsraad een breed geformuleerde resolutie krachtens de dwingende bepalingen van het Handvest om de financiering van terrorisme te voorkomen, het inzamelen van dergelijke fondsen als een criminele daad aan te merken en om terstond de financiële middelen van terroristen te bevriezen. Krachtens deze resolutie werd er ook een Comité voor terrorismebestrijding in het leven geroepen dat moet toezien op de tenuitvoerlegging van deze besluiten.
De Verenigde Naties heeft ook het traditionele scala aan instrumenten die haar in haar vredestaak ter beschikking staan uitgebreid, en vredesoperaties zodanig aangepast dat ze zijn opgewassen tegen nieuwe taken. De VN doet daarbij steeds vaker een beroep op regionale organisaties en ijvert voor het herstel van duurzame vrede na beslechting van een geschil. Burgerconflicten leiden tot complexe discussies over gepaste reacties van de internationale gemeenschap, onder meer over hoe men bedreigde burgers beter kan beschermen.

In een poging een oplossing te vinden voor de burgerconflicten heeft de Veiligheidsraad goedkeuring verleend aan vernieuwende en complexe vredesoperaties. In El Salvador, Guatemala, Cambodja en Mozambique heeft de VN een belangrijke rol gespeeld bij het beëindigen van de burgeroorlog en het bereiken van verzoening tussen partijen.
Maar andere conflicten – in Somalië, Rwanda en voormalig Joegoslavië – die vaak gepaard gingen met etnisch geweld, stelden de VN in haar rol van vredeshandhaver voor nieuwe uitdagingen. De problemen waarmee de Raad zich bij deze conflicten geconfronteerd zag, hebben ertoe geleid dat in de periode 1995-1997 geen enkele operatie werd opgezet. De cruciale rol van de VN inzake vredeshandhaving werd echter nogmaals op dramatische wijze bevestigd. Aanhoudende crises in de Democratische Republiek Kongo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Oost-Timor, Kosovo en Sierra Leone leidden vlak voor de eeuwwisseling tot vijf nieuwe missies.

Sindsdien heeft de Raad de VN-missie in Ethiopië en Eritrea (UNMEE) in gesteld in 2000; de VN-hulpmissie in Oost-Timor (UNMISET) in 2002; en de VN-missie in Liberia (UNMIL) in 2003.

In lijn met de recente ontwikkelingen concentreert de Verenigde Naties zich nu meer dan ooit op vredesopbouw – d.w.z. ingrijpen gericht op het ondersteunen van structuren die de vrede moeten versterken en handhaven. De ervaring leert dat het creëren van duurzame vrede alleen is te bereiken door landen te helpen zich sterk te maken voor economische ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid, respect voor de mensenrechten, goed openbaar bestuur en een gedegen democratiseringsproces. Geen enkele andere instelling dan de VN kan bogen op de multilaterale ervaring, de expertise, het vermogen tot samenwerking en de onpartijdigheid die nodig is om zich van deze taak te kwijten. Naast vredesopbouwende taken tijdens missies als die in Timor-Leste en Kosovo, heeft de VN ondersteunende bureaus voor vredesopbouw opgezet in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Guinee-Bissau, Liberia en Tadzjikistan.

De Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering en de Secretaris-Generaal spelen alle een belangrijke en complementaire rol in het streven naar vrede en veiligheid. VN-activiteiten zijn vooral gericht op conflictpreventie, vredesluiting, vredeshandhaving, vrede afdwingen en vredesopbouw. Deze verschillende vormen van optreden moeten elkaar overlappen of gelijktijdig plaatsvinden, willen ze leiden tot succes.


De Veiligheidsraad

Het VN-Handvest – een internationaal verdrag – verplicht lidstaten hun geschillen vreedzaam te beslechten om de internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid niet in het gedrang te brengen. Staten moeten zich onthouden van het dreigen met of gebruiken van geweld tegen een andere staat en kunnen hun geschillen voorleggen aan de Veiligheidsraad.

Binnen het VN-systeem ligt de verantwoordelijkheid voor het handhaven van vrede en veiligheid primair bij de Veiligheidsraad. Krachtens het Handvest komen de leden overeen de besluiten van de Veiligheidsraad te aanvaarden en uit te voeren.

Aanbevelingen van andere VN-organen hebben niet het bindende karakter van de besluiten van de Veiligheidsraad, maar kunnen zeker van invloed zijn op conflictsituaties, daar ze de opvattingen van de internationale gemeenschap vertolken.
Als een geschil voor de Veiligheidsraad wordt gebracht, verzoekt de Raad partijen doorgaans hun geschil langs vreedzame weg te beslechten. De Raad kan aanbevelingen doen voor vreedzame oplossingen, speciale gezanten aanstellen, de Secretaris-Generaal verzoeken zijn 'goede diensten' aan te bieden of zelf overgaan tot onderzoek en bemiddeling.

Als een geschil ontaardt in wapengeweld, probeert de Veiligheidsraad zo snel mogelijk een einde te maken aan de vijandigheden. De Raad kondigde meermaals maatregelen voor een staakt-het-vuren af en voorkwam zo uitdijing van conflicten. Om het vredesproces te begeleiden kan de Veiligheidsraad militaire waarnemers of een vredesmacht naar het probleemgebied zenden.

Krachtens hoofdstuk VII van het Handvest mag de Veiligheidsraad maatregelen nemen om naleving van zijn besluiten af te dwingen. Zo kan de Raad een embargo afkondigen of economische sancties opleggen, maar ook overgaan tot militair optreden om de naleving van resoluties af te dwingen.

De Veiligheidsraad heeft, op basis van hoofdstuk VII, in een aantal gevallen gekozen voor gewapend optreden door een militaire coalitie van lidstaten of door een regionale organisatie of overeenkomst. Maar militair ingrijpen gebeurt alleen in laatste instantie, als alle vreedzame middelen om een geschil te beslechten zijn uitgeput en als er daadwerkelijk sprake is van een bedreiging van de vrede, een inbreuk op de vrede of een daad van agressie.

Eveneens krachtens hoofdstuk VII heeft de Veiligheidsraad internationale straftribunalen opgericht ter berechting van personen die zijn beschuldigd van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en van de mensenrechten, met inbegrip van volkenmoord.



De Algemene Vergadering

Het Handvest van de Verenigde Naties stelt in art. 11: De Algemene Vergadering kan de algemene beginselen van samenwerking bij het handhaven van de internationale vrede en veiligheid behandelen (...) en (...) aanbevelingen doen aan de Leden of aan de Veiligheidsraad, of aan beide. De Vergadering biedt de mogelijkheid consensus te bereiken in moeilijke kwesties door op te treden als een forum voor het uiten van grieven en het plegen van diplomatiek overleg. Om de vrede te handhaven heeft de Algemene Vergadering al ettelijke speciale (spoed)zittingen gehouden, o.m. over ontwapening, de Palestijnse kwestie en de situatie in Afghanistan.

De Algemene Vergadering buigt zich over aangelegenheden betreffende vrede en veiligheid in de Eerste Commissie (ontwapening en internationale veiligheid) en in de Vierde Commissie (speciale politieke zaken en dekolonisatie). In de loop der jaren heeft de Vergadering bijgedragen tot het bevorderen van vreedzame betrekkingen tussen naties met de aanvaarding van verklaringen inzake vrede, met de vreedzame beslechting van geschillen en via internationale samenwerking.

In 1980 keurde de Algemene Vergadering de oprichting goed van de Universiteit voor de Vrede in San José (Costa Rica), een gespecialiseerd internationaal instituut voor studie, onderzoek en kennisverspreiding op het gebied van vredesaangelegenheden.

De Vergadering heeft de openingsdag van haar jaarlijkse gewone zitting uitgeroepen tot Internationale Dag van de Vrede.



Conflictpreventie

De belangrijkste strategieën om te voorkomen dat geschillen escaleren tot gewapende conflicten en om het heroplaaien van conflicten te voorkomen zijn: preventieve diplomatie, preventieve troepenstationering en preventieve ontwapening.

Preventieve diplomatie verwijst naar initiatieven om geschillen te voorkomen, op te lossen voordat ze ontaarden in wapengeweld, of om de uitdijing van eenmaal uitgebroken geweld te beteugelen. Dit gebeurt in de vorm van bemiddeling, verzoening of onderhandelingen. Vroegtijdige alarmering is een essentieel onderdeel van preventie. De VN volgt daarom alle politieke en andere ontwikkelingen in de wereld op de voet, om mogelijke bedreigingen van de internationale vrede en veiligheid tijdig te signaleren en om de Veiligheidsraad en de Secretaris-Generaal in staat te stellen preventieve maatregelen te treffen.

Gezanten en speciale vertegenwoordigers van de Secretaris-Generaal zijn wereldwijd betrokken bij preventieve diplomatie en bemiddeling. In conflictgebieden is de aanwezigheid van een ervaren speciale vertegenwoordiger vaak al voldoende om te voorkomen dat spanningen te hoog oplopen. In veel gevallen opereert hij in nauwe samenwerking met regionale organisaties.

Preventieve troepenstationering en preventieve ontwapening zijn een aanvulling op preventieve diplomatie. Preventieve troepenstationering – het inzetten van vredestroepen om een nakend conflict te voorkomen – heeft tot doel een sfeer van orde, rust en vertrouwen te creëren om conflicten te bedwingen in onrustig gebied. Tot nu toe gebeurde dit concreet met VN-vredesmissies in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië(1) en in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Preventieve stationering werd wel overwogen in andere gevallen, daar het een alleszins waardevolle optie blijft.

Preventieve ontwapening moet de hoeveelheid kleine en lichte wapens in onrustige gebieden beperken. In El Salvador, Mozambique en elders leidde dit tot de demobilisatie van gewapende milities en tot de inzameling en vernietiging van hun wapens als onderdeel van een breed vredesakkoord. Het vernietigen van de wapens van gisteren voorkomt dat ze worden gebruikt in de oorlogen van morgen.

 

Het interventievraagstuk

Moet de internationale gemeenschap ingrijpen in een land om een einde te maken aan massale, systematische en wijdverspreide mensenrechtenschendingen? Deze vraag van Secretaris-Generaal Kofi Annan in 1998 betekende de start van een brede discussie.

In de nasleep van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Centraal-Afrika, de Balkan en elders in de wereld, stelde de Secretaris-Generaal dat de internationale gemeenschap tot overeenstemming moest komen rond gewettigde en universele beginselen – binnen het raamwerk van het internationaal recht – om burgers te beschermen tegen massale en systematische schendingen van de mensenrechten.

Het juridisch kader daarvan wordt volgens Kofi Annan bepaald door de universele bepalingen van het Handvest, het internationaal humanitair recht en de internationale wetgeving betreffende mensenrechten en vluchtelingen. Het begrip 'interventie' bestrijkt een breed scala van mogelijke acties, met inbegrip van ingrijpen door de Veiligheidsraad in interne conflicten met de instelling van 'veilige corridors' en 'veilige gebieden' in probleemgebieden, het instellen van sancties tegen onwillige landen of andere maatregelen. Tegelijkertijd benadrukte Kofi Annan dat dergelijke dwangmaatregelen alleen kunnen rekenen op de steun van de rest van de wereld als ze eerlijk en consequent worden toegepast.

In het debat stelde een aantal landen dat de eerste verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap bij massale mensenrechtenschendingen en misdaden tegen de menselijkheid gelegen is in het voorkómen van zulke schendingen. Pas in laatste instantie kan de Veiligheidsraad militair optreden machtigen om de mensenrechten op legitieme wijze te beschermen.

Een tweede groep landen formuleerde drie vragen: Waar houdt humanitaire hulp op en begint inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een land? Waar ligt de grens tussen humanitaire overwegingen en politieke en economische belangen? Is humanitaire interventie alleen bedoeld voor zwakke staten of voor álle staten? Deze landen hebben opgeroepen tot een brede discussie en dringen er op aan dat beslissingen alleen worden genomen op basis van consensus onder de lidstaten.

Een derde groep landen vindt dat het concept 'humanitaire interventie' het Handvest kan ondermijnen, de soevereiniteit van staten kan uithollen en een bedreiging kan vormen voor wettige regeringen en voor de stabiliteit van het internationale systeem. Zij benadrukken dat alle maatregelen ter bescherming van de mensenrechten moeten steunen op het respect voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van alle landen, en dat zulke maatregelen de instemming vereisen van de betrokken regeringen en volken.

De discussie over de morele pro’s en contra’s bij dit complexe vraagstuk gaat verder en de uitgangspunten daarbij zullen vast weer op de proef worden gesteld wanneer de internationale gemeenschap zich eens te meer geplaatst ziet voor een grootschalige humanitaire crisis.



Vredestichting

Met de term vredestichting verwijst men naar het gebruik van diplomatieke middelen om partijen te overtuigen hun vijandigheden te staken en vreedzame oplossingen te zoeken voor hun geschil. De Verenigde Naties kent velerlei methoden om conflicten te voorkomen of te beëindigen en om onderliggende oorzaken aan te pakken. De Veiligheidsraad kan aanbevelingen doen voor de oplossing van een geschil of de Secretaris-Generaal verzoeken te bemiddelen. De Secretaris-Generaal kan diplomatieke initiatieven ontplooien om onderhandelingen tussen partijen aan te moedigen en gaande te houden.

De Secretaris-Generaal speelt een cruciale rol bij het herstel van de vrede, zowel persoonlijk als door speciale gezanten of missies af te vaardigen – bijvoorbeeld om te onderhandelen of feitenonderzoek te plegen. Krachtens het Handvest kan de Secretaris-Generaal elke zaak die een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid voorleggen aan de Veiligheidsraad.

Om te helpen bij het oplossen van conflicten kan de Secretaris-Generaal zijn goede diensten aanbieden om te bemiddelen. Ook kan hij overgaan tot preventieve diplomatie. De onpartijdigheid van de Secretaris-Generaal is een van de grootste troeven van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal heeft al vaak zijn nut bewezen bij het afwenden van een conflict of bij het tot stand brengen van een vredesakkoord.

Zo leidde de interventie van de Secretaris-Generaal in 1988 tot het einde van de al sinds 1980 woedende oorlog tussen Irak en Iran. Bemiddeling door de Secretaris-Generaal en zijn speciale gezant in Afghanistan leidde in 1988 tot terugtrekking van Sovjettroepen uit dit land. Ook de gebeurtenissen in Cambodja, Midden-Amerika, Cyprus, het Midden-Oosten, Mozambique en Namibië zijn kenmerkend voor de veelzijdige vredestichtende rol van de Secretaris-Generaal.

Wie leidt de vredesoperaties?

Vredesoperaties worden ingesteld door de Veiligheidsraad en staan onder leiding van de Secretaris-Generaal, vaak via een speciale gezant. Afhankelijk van de aard van de missie, is de bevelhebber van de strijdkrachten of de belangrijkste militaire waarnemer verantwoordelijk voor de militaire kanten van de zaak.

De VN heeft geen eigen troepenmacht en lidstaten stellen op vrijwillige basis personeel, materiaal en logistieke steun ter beschikking voor operaties. Lidstaten onderhandelen zorgvuldig over de voorwaarden van hun deelname – onder meer over de bevelvoering en over controlemechanismen – en behouden het uiteindelijke gezag over hun troepen. Vredessoldaten dragen het uniform van hun land, maar onderscheiden zich als VN-vredessoldaten door een blauwe helm (of baret) en een badge.



Vredehandhaving

Vredesoperaties zijn voor de internationale gemeenschap een essentieel instrument om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen. De vredestaak van de VN werd in 1988 op bijzondere wijze erkend toen de VN-vredesmachten de Nobelprijs voor de Vrede ontvingen.

Vredesmachten worden niet uitdrukkelijk genoemd in het Handvest, maar ze maken al in 1948 hun debuut met de instelling van UNTSO, de VN-organisatie voor toezicht op het bestand in het Midden-Oosten. Sedertdien heeft de VN in totaal 56 operaties opgezet – 43 daarvan sinds 1988. (2) In april 2004 waren er 14 vredesoperaties lopende.

Het instellen van vredesoperaties en het inzetten van troepen is een zaak van de Veiligheidsraad en vereist de instemming van de betrokken regeringen (en doorgaans ook die van andere betrokken partijen). Vredestroepen worden doorgaans samengesteld uit soldaten of politiemensen, ondersteund door burgerpersoneel. Vredesoperaties kunnen de vorm aannemen van militaire waarnemersmissies, van vredesmachten of van een combinatie van beide. Militaire waarnemersmissies bestaan uit ongewapende officieren en worden meestal ingezet om toe te zien op de naleving van een verdrag of een staakt-het-vuren. VN-vredessoldaten dragen wapens, maar mogen die meestal alleen gebruiken uit zelfverdediging.

De manschappen van vredesmachten worden vrijwillig geleverd door lidstaten; de financiering komt ten laste van de lidstaten, die daarvoor worden aangeslagen in de context van de speciale begroting voor vredesoperaties. Landen die troepen ter beschikking stellen worden naar rato gecompenseerd uit die speciale begroting.

Voor het boekjaar dat in juli 2003 begon, bedroegen de uitgaven voor vredesoperaties ongeveer 2,2 miljard dollar – zo’n 0,15 procent van wat er wereldwijd aan militaire doeleinden wordt uitgegeven. De operaties worden gefinancierd uit het VN-budget voor vredeshandhaving en steunen op manschappen uit vele landen. Dit 'gezamenlijk dragen van lasten' leidt tot uitzonderlijke doelmatigheid op personeel, financieel en politiek vlak.

Sinds 1948 hebben meer dan 750.000 mensen – soldaten, politiemensen en civiel personeel – uit 130 landen deelgenomen aan vredesoperaties. Tot dusverre (juni 2004) verloren ongeveer 1910 van hen daarbij het leven.

Moderne conflicten zijn complex: de oorzaken moeten meestal intern worden gezocht, al worden geschillen vaak verscherpt door bemoeienis van buitenaf – door andere staten – of door de economische of andere belangen van derden (niet-staten). Recente conflicten in Afrika geven een dodelijke mengeling te zien van interne strijd en illegale export van natuurlijke rijkdommen – vooral diamanten – voor de aankoop van wapens. Daarnaast kunnen de gevolgen van conflicten snel een internationale dimensie krijgen door illegale wapenhandel, terrorisme, drugshandel, vluchtelingenstromen en milieuschade.

Vanwege hun universele karakter zijn VN-operaties een uniek instrument om conflicten aan te pakken. Die universele status vergroot de legitimiteit van de acties en beperkt de gevolgen voor de soevereiniteit van het gastland. Onpartijdige vredeshandhavers kunnen besprekingen op gang brengen tussen strijdende partijen en tegelijkertijd de aandacht van de wereld op lokale problemen richten. Zo gaan er deuren open die anders gesloten zouden blijven voor collectieve vredesinitiatieven.

Het welslagen van een operatie is duidelijk afhankelijke van bepaalde voorwaarden. Succes valt of staat met de oprechte wil van strijdende partijen om hun geschillen vreedzaam bij te leggen, een duidelijk mandaat, krachtige politieke steun van de internationale gemeenschap en met voldoende middelen om de doelstellingen van een operatie te realiseren.

Ook de positieve inbreng van andere belanghebbenden (niet-staten) kan vereist zijn. Zo laten recente conflicten in Afrika zien hoe een burgerstrijd kan worden uitgebuit voor particuliere belangen en financieel gewin. Tegelijkertijd kan een toevloed van buitenlands kapitaal – afgestemd op internationale vredesinspanningen – een belangrijke bijdrage leveren tot het herstel van de economie na afloop van een conflict.

Lopende operaties*

Lopende operaties op 1 juni 2004*
• UNTSO (1948): VN-organisatie voor toezicht op het bestand in het Midden-Oosten (153 soldaten, 205 burgers).
• UNMOGIP (1949): Militaire waarnemersgroep van de VN in India en Pakistan (44 soldaten, 65 burgers).
• UNFICYP (1964): VN-vredesmacht op Cyprus (1202 soldaten, 45 man burgerpolitie, 147 burgers).
• UNDOF (1974): VN-troepenmacht voor toezicht op het troepenscheidingsakkoord in de Syrische Golanvlakte (1029 soldaten, 129 burgers).
• UNIFIL: Interim-vredesmacht van de VN in Libanon (1994 soldaten, 407 burgers).
• MINURSO (1991): VN-missie voor het referendum in de Westelijke Sahara (230 soldaten, 242 burgers).
• UNOMIG (1993): VN-waarnemersmissie in Georgië (118 soldaten, 11 man burgerpolitie, 278 burgers).
• UNMIK (1999): VN-missie voor het overgangsbestuur in Kosovo (36 soldaten, 3510 man burgerpolitie, 3557 burgers).
• UNAMSIL (1999): VN-missie in Sierra Leone (11.539 soldaten, 116 man burgerpolitie, 831 burgers).
• MONUC (1999): VN-waarnemersmissie in de Democratische Republiek Kongo (10.576 soldaten, 139 man burgerpolitie, 1632 burgers).
• UNMEE (2000): VN-missie in Ethiopië en Eritrea (4006 soldaten, 497 burgers).
• UNMISET (2002): VN-ondersteuningsmissie voor Oost-Timor (1609 soldaten, 129 man burgerpolitie, 894 burgers).
• UNMIL (2003): VN-missie in Liberia (14.833 soldaten, 791 man burgerpolitie, 796 burgers).
• UNOCI (2004): VN-operatie in Ivoorkust (3036 soldaten, 60 man burgerpolitie, 110 burgers; goedkeuring voor 6240 soldaten – waaronder 200 waarnemers – 350 man burgerpolitie en 964 burgers).
• MINUSTAH (2004): VN-stabiliseringsmissie in Haïti (240 soldaten, 7 man burgerpolitie en 123 burgers; goedkeuring voor 6700 soldaten, 1622 man burgerpolitie en burgerpersoneel).
• ONUB (2004): VN-operatie in Burundi (goedkeuring voor 5650 soldaten; 120 man burgerpolitie)
.

* Situatie tot 1 juni 2004. Voor de volledige lijst van VN-vredesoperaties, zie Deel 3 (Bijlagen)..

VN-vredesoperaties, 2005



De internationale gemeenschap heeft van vroegere operaties geleerd en werkt aan het versterken van de slagvaardigheid van VN-vredesoperaties op een aantal gebieden. Het door de Secretaris-Generaal ingestelde Panel on Peace Operations, onder voorzitterschap van ambassadeur Lakhdar Brahmini, leverde in 2000 een blauwdruk voor hervormingen.(3)

De Veiligheidsraad en andere organen buigen zich nu over de volgende centrale kwesties: het vergroten van de paraatheid; het versnellen van stationering; het opvoeren van het afschrikkend effect van de vredestroepen en het verzekeren van volledige politieke en financiële steun van lidstaten.

Operaties kunnen verschillende vormen aannemen en evolueren voortdurend naargelang de omstandigheden. Taken die vredesmachten in de loop der jaren hebben verricht, zijn onder meer:

Toezicht op een bestand en troepenscheiding. Door het creëren van 'ademruimte' – een operatie die steunt op een beperkt akkoord tussen partijen – kan een gunstig klimaat voor onderhandelingen worden gecreëerd.
Preventieve troepenstationering. Vredesmachten die worden gestationeerd voordat een conflict escaleert, kunnen nieuw vertrouwen scheppen en zorgen voor de nodige transparantie die politieke vooruitgang mogelijk maakt.
Bescherming van humanitaire hulpacties. In veel conflicten misbruikt men bewust de burgerbevolking om politieke resultaten te boeken. In dergelijke situaties kunnen vredesmachten bescherming bieden en helpen bij humanitaire acties. Deze taak kan een vredesmacht echter in netelige situaties doen belanden en gevolgen hebben voor de eigen veiligheid.
Uitvoering van een uitgebreid vredesakkoord. Een complexe, multidimensionale operatie, opgezet op basis van een uitgebreide vredesovereenkomst, kan zeer uiteenlopende taken hebben, o.a. het verlenen van humanitaire hulp, toezien op de naleving van de mensenrechten, toezicht houden bij verkiezingen en het coördineren van hulp bij de economische heropbouw
.



Samenwerking met regionale organisaties

In haar streven naar vrede doet de VN steeds vaker een beroep op regionale organisaties en op andere externe spelers en mechanismen waarin hoofdstuk VII van het Handvest voorziet. Zo werkte de VN in Haïti nauw samen met de Organisatie van Amerikaanse Staten; in voormalig Joegoslavië met de Europese Unie; in Liberia en Sierra Leone met de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, en met de Afrikaanse Unie (AU) in de Westelijke Sahara, het gebied van de Grote Meren, Sierra Leone en in Ethiopië en Eritrea.4

In Liberia, Sierra Leone, Georgië en Tadzjikistan werkten militaire waarnemers van de VN samen met vredestroepen van regionale organisaties.

In voormalig Joegoslavië werkte de VN samen met de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) op het gebied van de mensenrechten, toezicht bij verkiezingen, het herstellen van de vrede, en economische ontwikkeling. Voor de missie in Kosovo werkte de VN samen met de EU en de OVSE.



Vrede afdwingen

Krachtens hoofdstuk VII van het Handvest kan de Veiligheidsraad dwangmaatregelen opleggen om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen. Deze maatregelen variëren van economische sancties tot internationaal militair ingrijpen.


Sancties
Als er gevaar dreigt voor de vrede en als alle diplomatieke initiatieven zijn mislukt, kan de Veiligheidsraad sancties opleggen als dwangmiddel. In het afgelopen decennium werden sancties ingesteld tegen Irak, voormalig Joegoslavië, Libië, Haïti, Liberia, Rwanda, Somalië, de UNITA-strijdkrachten in Angola, tegen Soedan, Sierra Leone, de Federale Republiek Joegoslavië (incl. Kosovo), Afghanistan en Ethiopië-Eritrea. Die sancties varieerden van een volledige economische boycot en handelsembargo's tot specifieke maatregelen als een wapenembargo, reisverboden of financiële of diplomatieke restricties.

Het gebruik van sancties zet een staat of entiteit onder druk om zich te voegen naar de resoluties van de Veiligheidsraad zonder over te gaan tot geweld. Sancties zijn voor de Raad een probaat middel om zijn besluiten op te leggen. Het universele karakter van de Verenigde Naties maakt de organisatie uitermate geschikt om sancties in te stellen en te bewaken.

Tegelijkertijd hebben tal van lidstaten en humanitaire organisaties hun bezorgdheid uitgesproken over een averechts effect van sancties op kwetsbare bevolkingsgroepen zoals ouderen, andersvaliden, vluchtelingen en moeders met kinderen. Er gaan ook verontruste stemmen op over de negatieve economische, sociale en zelfs politieke gevolgen van sancties voor de economieën van derde landen of naburige staten, wanneer de handelscontacten en economische relaties met een gesanctioneerde natie moeten worden verbroken.

Het wordt duidelijk dat de invulling en toepassing van sancties aan verbetering toe is. De negatieve effecten van sancties kunnen worden beperkt door in de resolutie van de Veiligheidsraad direct humanitaire uitzonderingen op te nemen of door sancties gerichter te maken. Zogeheten smart sanctions ('uitgekiende sancties') die zijn gericht tegen machthebbers en niet tegen de brede bevolking – en dus minder negatieve effecten hebben in humanitair opzicht – ondervinden steeds meer steun. Een uitgekiende sanctie kan bijvoorbeeld bestaan uit het bevriezen van de vermogens en het blokkeren van financiële transacties van een elite of groepering wier onrechtmatig optreden aanleiding heeft gegeven tot de sancties.



Machtigen tot militair ingrijpen
Als alle vredesinitiatieven zonder gevolg blijven, mogen de lidstaten krachtens hoofdstuk VII van het Handvest hardere maatregelen overwegen. De Veiligheidsraad kan coalities van lidstaten toestaan om met 'alle mogelijke middelen' – en dus ook militair ingrijpen – een einde te stellen aan een conflict. Dit gebeurde om de soevereiniteit van Koeweit te herstellen na de invasie van Irak (1991); om een veilig klimaat te scheppen voor humanitaire hulpoperaties in Somalië (1992); om burgers die gevaar liepen te beschermen in Rwanda (1994); om de democratisch verkozen regering in Haïti weer in het zadel te helpen (1994); om humanitaire operaties in Albanië te beschermen (1997) en om de vrede en veiligheid te herstellen in Oost-Timor (1999).

Deze acties, ofschoon goedgekeurd door de Veiligheidsraad, stonden geheel onder leiding van de deelnemende staten. Het waren geen VN-vredesoperaties, daar die door de Veiligheidsraad worden opgezet en onder leiding staan van de Secretaris-Generaal.


 

Vredesopbouw

In het jargon van de VN verwijst vredesopbouw naar het samenspel van inspanningen om landen en regio’s bij te staan bij de overgang van oorlog naar vrede, met inbegrip van activiteiten en programma’s die de overgang zelf ondersteunen en solide maken. Een proces van vredesopbouw vangt normaliter aan met de ondertekening van een vredesakkoord door voormalige strijdende partijen, waarbij voor de VN een taak is weggelegd om de tenuitvoerlegging van afspraken te faciliteren. Die taak kan de voortzetting van het diplomatieke werk van de VN omvatten om er op toe te zien dat problemen met onderhandelingen en niet met wapens worden opgelost.

Bij vredesopbouw kan ook sprake zijn van verschillende soorten ondersteuning – zoals de stationering van troepenmachten om de vrede te handhaven; de repatriëring en herintegratie van vluchtelingen; het houden van verkiezingen en de ontwapening, demobilisatie en maatschappelijke herintegratie van soldaten. Bij vredesopbouw draait alles om de totstandkoming van een nieuwe en legitieme staat, van een bestel dat in staat is om langs vreedzame weg geschillen te beslechten, zijn burgers bescherming kan bieden en kan instaan voor de eerbiediging van de elementaire mensenrechten.

Vredesopbouw gaat gepaard met het optreden van een breed spectrum van organisaties binnen het VN-systeem, o.m. de Wereldbank en van regionale organisaties met een economische of andersoortige roeping, NGO’s en maatschappelijke groeperingen ter plaatse. Vredesopbouw is van groot belang geweest bij VN-operaties in Cambodja, El Salvador, Guatemala, Mozambique, Liberia, Bosnië-Herzegovina en Sierra Leone en vrij onlangs nog in Kosovo en Timor-Leste (voormalig Oost-Timor). Een recent voorbeeld van vredesopbouw tussen staten was UNMEE, de VN-missie in Ethiopië en Eritrea.

Politieke en vredesopbouwende missies van de Verenigde Naties*

• MINUGUA (1994): VN-verificatiemissie inzake de mensenrechten in Guatemala (1 man burgerpolitie, 97 burgers).
• UNPOS (1995): Politiek bureau van de VN voor Somalië (8 burgers).
• Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor het gebied van de Grote Meren (1997, 6 burgers).
• UNOGBIS (1999): VN-bureau ter ondersteuning van de vredesopbouw in Guinee-Bissau (2 militaire waarnemers, 1 waarnemer burgerpolitie, 24 burgers).
• UNSCO (1999): Bureau van de speciale VN-coördinator voor het Midden-Oosten (42 burgers).
• BONUCA (2000): VN-bureau voor vredesopbouw in de Centraal-Afrikaanse Republiek (5 militaire waarnemers, 6 man burgerpolitie, 54 burgers).
• UNTOP (2000): VN-bureau voor vredesopbouw in Tadzjikistan (1 waarnemer burgerpolitie, 26 burgers).
• Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor West-Afrika (2001; 12 burgers).
• UNAMA (2002): VN-hulpmissie in Afghanistan (7 militaire waarnemers, 5 man burgerpolitie, 903 burgers).
• UNAMI (2003): VN-hulpmissie voor Irak (2 militaire waarnemers, 255 burgers).
• UNOMB (2004): VN-waarnemersmissie in Bougainville (3 burgers).

* Situatie op 1 juni 2004.

 


Assistentie bij verkiezingen
In 1989 nam de Verenigde Naties een nieuwe taak op zich met de volledige supervisie over het verkiezingsproces dat leidde tot de onafhankelijkheid van Namibië. Sedertdien heeft de VN op verzoek van regeringen toezicht gehouden bij verkiezingen in Nicaragua en Haïti (1990), Angola (1992), Cambodja (1993), El Salvador, Zuid-Afrika en Mozambique (1994), Oost-Slavonië (Kroatië) en Liberia (1997) en de Centraal-Afrikaanse Republiek (1998 en 1999). De VN begeleidde in 1993 ook het referendum in Eritrea, en organiseerde in Oost-Timor de volksraadpleging (1999) en de verkiezingen van 2001 en 2002 die tot de onafhankelijkheid van Oost-Timor, nu Timor-Leste, hebben geleid.

De mate waarin de VN bij het verkiezingsproces wordt betrokken, is afhankelijk van verzoeken van regeringen, bepalingen in vredesovereenkomsten of mandaten van de Algemene Vergadering of de Veiligheidsraad. De VN biedt op verschillende manieren hulp, variërend van technische steun tot het beheer van het volledige verkiezingsproces. Vaak coördineert de VN de taken van internationale waarnemers die zich bezighouden met de inschrijving van stemgerechtigden, de verkiezingscampagne en de organisatie van de stembureaus.

 

Sinds 1992 heeft de Afdeling Electorale Assistentie (EAD) van het Departement Politieke Aangelegenheden, als coördinator van ondersteuning bij verkiezingen namens het VN-systeem al meer dan 85 landen geholpen bij het houden van verkiezingen, o.m. met advies, logistieke ondersteuning, opleiding, voorlichting, computertoepassingen en kortstondige waarnemingstaken. De jongste tijd wordt steeds meer beroep gedaan op de EAD voor steun en begeleiding bij verkiezingsprocessen voor zover die gelden als kernelement van door de VN geïnitieerde vredesonderhandelingen, maar ook in de context van inspanningen om de vrede te handhaven of te herstellen. UNDP op zijn beurt, biedt technische steun in het verkiezingsproces, helpt landen met de opbouw van de nodige infrastructuur voor verkiezingen en coördineert de VN-steun in het veld. OHCHR helpt met de opleiding van verkiezingsfunctionarissen, het opstellen van richtlijnen voor het ontwerpen van kieswetten en stemprocedures, en organiseert informatiecampagnes rond mensenrechten en verkiezingen.


Vrede stichten door ontwikkeling
Ontwikkelingshulp is een cruciaal instrument van de VN om de vrede te versterken. Veel VN-organisaties, waaronder UNDP, UNICEF, WFP en UNHCR, spelen een sleutelrol tijdens de herstelperiode waarin vluchtelingen en ontheemden nieuwe kansen krijgen geboden en het vertrouwen in nationale en regionale instellingen wordt hersteld.

De VN kan helpen bij het repatriëren van vluchtelingen, het ruimen van landmijnen, het herstellen van de infrastructuur en het stimuleren van economisch herstel. Oorlog is de ergste vijand van ontwikkeling; een gezonde, evenwichtige ontwikkeling is de beste garantie dat oorlog in de toekomst uitblijft.

Een interimbestuur

Steeds vaker speelt de VN een rol bij het helpen besturen van landen in een overgangsfase. Als de organisatie wordt verzocht op te treden na een conflict, vervult zij een breed scala van taken in deze nieuwe vorm van vredesopbouw. In sommige gevallen neemt zij tijdelijk zelfs het volledige bestuur over, terwijl met plaatselijke politieke en maatschappelijke leiders wordt gewerkt aan de opbouw van een regering die op eigen kracht zal kunnen besturen.

Zo nam de VN in de periode 1992-1993 deze bestuurstaak op zich in het naoorlogse Cambodja. Krachtens het vredesakkoord van 1991 zette de Veiligheidsraad het VN-Interimgezag in Cambodja op, dat de sleutelposten van het landsbestuur bekleedde. Na de verkiezingen van 1993 droeg deze tijdelijke autoriteit haar bevoegdheden over op de nieuwe regering.

Een andere vredesoperatie met bestuurlijke verantwoordelijkheden was het VN-Interimgezag in Oost-Slavonië, Baranja en West-Srijem, dat van 1996 tot 1998 optrad om het vreedzame samengaan van dit gebied met Kroatië te helpen verwezenlijken.

In 1999 stelde de Veiligheidsraad de VN-missie voor het overgangsbestuur van Kosovo in, die belast is met wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden. De missie bestuurt de provincie in afwachting van de definitieve status van Kosovo.

Eveneens in 1999 richtte de Veiligheidsraad het VN-overgangsbestuur in Oost-Timor (UNTAET) op met wetgevende en uitvoerende bevoegdheden. De missie helpt bij de ontwikkeling van sociale voorzieningen en bij de wederopbouw, en bereidt Oost-Timor voor op zelfstandigheid. In mei 2002 werd Oost-Timor, vanaf dat moment Timor-Leste, onafhankelijk.

 


1 De VN-missie in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is een geslaagd voorbeeld van preventieve troepenstationering. Uit vrees bij het Joegoslavische conflict betrokken te raken, verzocht dit land in 1992 de stationering van VN-waarnemers. De Veiligheidsraad ging hiermee akkoord en zond een vredescontingent naar de grensgebieden met Joegoslavië en Albanië. De 1100 man sterke preventieve stationeringsmacht UNPREDEP hield toezicht op ontwikkelingen aan de grenzen die de integriteit van het land bedreigden en de stabiliteit ondermijnden. Het land verzocht meerdere malen om een uitbreiding van de missie die tot 1999 aanwezig was en geldt als model voor toekomstige preventieve operaties.

2 De interventie in Korea in 1950 was geen VN-vredesoperatie. In juni 1950 stelden de Verenigde Staten en de VN-Commissie voor Korea de Verenigde Naties op de hoogte van het feit dat Noord-Koreaanse troepen de Republiek Korea hadden aangevallen. De Veiligheidsraad beval lidstaten aan de Republiek Korea de nodige hulp te bieden om de aanval af te slaan en de vrede en veiligheid te herstellen. In juli adviseerde de Raad dat lidstaten troepen onder het algemene commando van de Verenigde Staten zouden stellen; 16 landen gaven aan deze oproep gehoor. Deze troepenmacht (de United Nations Command) kreeg toestemming van de Veiligheidsraad om onder VN-vlag te opereren. Het was echter geen VN-vredesoperatie, maar een internationale troepenmacht onder gemeenschappelijk bevel. De Sovjetunie, die afwezig was bij de Veiligheidsraad uit protest tegen de Nationalistische Chinese regering die China vertegenwoordigde bij de Verenigde Naties, veroordeelde deze beslissing van de Raad, omdat twee permanente leden (de Sovjetunie en China) afwezig waren. De gevechten hielden aan totdat er in juli 1953 een wapenstilstand werd ondertekend.

3 Report of the Panel on United Nations Peace Operations, A/55/305-S/200/809, 21 augustus 2000. Ook te raadplegen op www.uno.org/peace/reports/peace_operations.

4 De Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE), opgericht in 1963 ter bevordering van eenheid, solidariteit en internationale samenwerking tussen de recent onafhankelijk geworden Afrikaanse staten, beleefde op 10 juli 2002 haar heroprichting als de Afrikaanse Unie (AU). De hoofdzetel van de AU is gevestigd in Ethiopië. De organisatie telt 53 leden en is opgezet naar het model van de Europese Unie (EU).