HOOFDSTUK 1                                            Download Hoofstuk 1 (WORD)

De Verenigde Naties: organisatiestructuur


  Het Handvest van de Verenigde Naties
  Doelstellingen en beginselen
  Lidmaatschap
  Officiële talen
  Structuur van de organisatie
  De Secretaris-Generaal
  Hervormingen
 De begroting van de Verenigde Naties
De VN-Familie van Organisaties
  

 

De naam 'Verenigde Naties' is bedacht door Franklin D. Roosevelt, president van de Verenigde Staten, en werd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog voor het eerst gebruikt in de Verklaring van de Verenigde Naties van 1 januari 1942, waarin vertegenwoordigers van 26 landen namens hun regeringen verklaren de gezamenlijke strijd tegen de As-mogendheden te zullen voortzetten

Al eerder hadden staten internationale organisaties gevormd om op specifieke terreinen samen te werken. Zo werd in 1865 de Internationale Telecommunicatie Unie opgericht (die toen nog "Internationale Telegraafunie" heette) en in 1874 de Wereldpostunie. Beide organisaties zijn nu gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties.

In 1899 had in Den Haag de eerste Internationale Vredesconferentie plaats. Daar werden instrumenten ontwikkeld om crisissen vreedzaam te beslechten, oorlogen te voorkomen en regels vast te leggen inzake oorlogsvoering. Tijdens die Conferentie werd het Verdrag inzake de vreedzame oplossing van internationale geschillen aangenomen, en ging men over tot de instelling van het Permanente Hof van Arbitrage, dat zijn werkzaamheden aanving in 1902.

Voorloper van de Verenigde Naties was de Volkenbond, een organisatie die in 1919, na afloop van de Eerste Wereldoorlog, het licht zag krachtens het Verdrag van Versailles onder gelijksoortige omstandigheden als later de VN. De Volkenbond werd opgericht 'ter bevordering van de internationale samenwerking en ter bewerkstelliging van vrede en veiligheid onder de volken'.

Ook de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) kwam tot stand krachtens het Verdrag van Versailles, en wel als een nevenorganisatie van de Volkenbond. De Volkenbond staakte zijn activiteiten nadat hij er niet in was geslaagd de Tweede Wereldoorlog te voorkomen.

In 1945 kwamen vertegenwoordigers van 50 landen samen in San Francisco voor de "Conferentie van de Verenigde Naties betreffende Internationale Organisatie" om het Handvest van de Verenigde Naties op te stellen. De afgevaardigden voerden de besprekingen op basis van voorstellen die vertegenwoordigers van China, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten in de nazomer van 1944 in Dumbarton Oaks (bij Washington D.C.) hadden uitgewerkt. De vertegenwoordigers van de 50 deelnemende landen ondertekenden het Handvest op 26 juni 1945. Polen was niet aanwezig op de conferentie, maar ondertekende het Handvest later en werd alsnog een van de oorspronkelijke 51 lidstaten.

De Verenigde Naties ging officieel van start op 24 oktober 1945, na bekrachtiging van het Handvest door China, Frankrijk, de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en een meerderheid van de overige ondertekenaars. Sedertdien wordt 24 oktober jaarlijks gevierd als Dag van de Verenigde Naties.

.

 

Het Handvest van de Verenigde Naties

Het Handvest van de Verenigde Naties vormt de grondslag van de Organisatie. Het bepaalt de rechten en plichten van de lidstaten en legt de organen en procedures van de Verenigde Naties vast. Het is een internationaal verdrag dat de voornaamste beginselen inzake de internationale betrekkingen codificeert - van de soevereine gelijkheid van staten tot het verbod op het gebruik van geweld in de internationale betrekkingen op een manier die niet strookt  met de doelstellingen van de VN.

 

Preambule van het Handvest

De Preambule van het Handvest verwoordt de idealen en gemeenschappelijke doelstellingen van alle volken wier regeringen zich hebben verenigd om samen de Verenigde Naties te vormen:

"Wij, volken van de Verenigde Naties, vastbesloten komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht, en opnieuw ons vertrouwen te bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens, in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, alsmede voor kleine en grote naties, en omstandigheden te scheppen waaronder gerechtigheid, alsmede eerbied voor uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht voortvloeiende verplichtingen kunnen worden gehandhaafd, en sociale vooruitgang en hogere levensstandaarden in grotere vrijheid te bevorderen,

"en te dien einde verdraagzaamheid te betrachten en in vrede met elkander te leven als goede naburen, en onze krachten te bundelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid, en door het aanvaarden van beginselen en het invoeren van methodes te verzekeren dat wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemeen belang, en gebruik te maken van internationale instellingen voor de bevordering van economische en sociale vooruitgang van alle volken,

"hebben besloten onze inspanningen te verenigen om deze doeleinden te verwezenlijken. Dienovereenkomstig hebben onze onderscheiden regeringen, door tussenkomst van hun in de stad San Francisco bijeengekomen vertegenwoordigers, die hun volmachten hebben overgelegd, welke in goede orde zijn bevonden, overeenstemming bereikt over dit Handvest van de Verenigde Naties en richten zij hierbij een internationale organisatie op die de naam zal dragen van de Verenigde Naties."

 

Amendementen van het Handvest van de Verenigde Naties

Het Handvest kan worden geamendeerd door een tweederde meerderheid van de leden van de Algemene Vergadering en na ratificatie van de wijziging door twee derde van de lidstaten – met inbegrip van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad. Tot op heden werden vier artikelen van het Handvest gewijzigd, ŽŽn daarvan tweemaal:

  • In 1965 werd het aantal leden van de Veiligheidsraad verhoogd van 11 naar 15 (art. 23) en het vereiste aantal voorstemmen voor een besluit ging van zeven naar negen. Voor niet-procedurele kwesties dient die meerderheid de voorstemmen van alle vijf de permanente leden te omvatten (art. 27);
  • In 1965 werd het aantal leden van de Economische en Sociale Raad verhoogd van 18 naar 27 leden, en in 1973 werd het lidmaatschap verdubbeld tot 54 (art. 61);

    In 1968 werd het aantal stemmen van de Veiligheidsraad dat vereist is voor het bijeenroepen van een Algemene Conferentie ter herziening van het Handvest, verhoogd van zeven naar negen (art. 109).


 

Doelstellingen en beginselen

De in het Handvest uiteengezette doelstellingen van de Verenigde Naties zijn:

De Verenigde Naties handelt overeenkomstig de volgende beginselen:

           de Organisatie is gegrond op het beginsel van de soevereine gelijkheid van al haar leden;

           leden dienen hun uit het Handvest voortvloeiende verplichtingen te goeder trouw na te komen;

           leden dienen hun internationale geschillen langs vreedzame weg op te lossen, zonder de internationale vrede en veiligheid of de gerechtigheid in gevaar te brengen;

           leden onthouden zich in hun internationale betrekkingen van dreiging met of gebruik van geweld tegen andere staten;

           leden dienen de Verenigde Naties volledige bijstand te verlenen bij elk optreden waartoe de Organisatie krachtens het Handvest overgaat;

           geen enkele bepaling van het Handvest machtigt de Verenigde Naties om op te treden bij aangelegenheden die naar hun aard onder de nationale rechtsmacht van een staat vallen.

.

Lidmaatschap

Het lidmaatschap van de Verenigde Naties staat open voor alle vredelievende staten die de verplichtingen vervat in het VN-Handvest aanvaarden en die naar het oordeel van de Organisatie in staat en bereid zijn deze verplichtingen na te komen.

De Algemene Vergadering beslist – op aanbeveling van de Veiligheidsraad – over de toelating van nieuwe lidstaten. Het Handvest voorziet in de mogelijkheid van schorsing of uitstoting van een lidstaat op grond van schending van de in het Handvest vervatte beginselen, maar een dergelijke  maatregel is nooit getroffen.


Officiële talen

Krachtens het Handvest zijn de officiële talen van de Verenigde Naties het Chinees, Engels, Frans, Russisch en Spaans. Het Arabisch is later toegevoegd als een officiële taal voor de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad en de Economische en Sociale Raad.


Structuur van de organisatie

Het Handvest stelde zes hoofdorganen van de Verenigde Naties in: de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Economische en Sociale Raad, de Trustschapsraad, het Internationaal Gerechtshof en het Secretariaat. De 'VN-familie' is echter veel groter en omvat 15 gespecialiseerde organisaties en verschillende programma's en organen.


  Algemene Vergadering

  Veiligheidsraad

  Economische en Sociale Raad

  Trustschapsraad

  Internationaal Gerechtshof

  Secretariaat



De Secretaris-Generaal
(www.un.org/News/ossg/sg
)

De Secretaris-Generaal, die zowel diplomaat als pleitbezorger is en zowel ambtenaar als topmanager, geldt voor de wereldgemeenschap als het symbool van de idealen van de Verenigde Naties en als spreekbuis van de volkeren van de wereld, in het bijzonder van de armste en kwetsbaarste. De huidige Secretaris-Generaal, de zevende die het ambt vervult, is sinds 1 januari 1997 Kofi Annan uit Ghana. Hij werd herverkozen voor een tweede ambtstermijn van vijf jaar (2002-2006).

Het Handvest omschrijft de Secretaris-Generaal als "de hoogste ambtenaar" van de organisatie, die in die hoedanigheid optreedt en alle functies vervult die hem of haar worden toevertrouwd door de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Economische en Sociale Raad en andere VN-organen. Het Handvest machtigt hem, elke zaak die naar zijn mening de internationale vrede en veiligheid kan bedreigen onder de aandacht te brengen van de Veiligheidsraad. Enerzijds bakenen deze richtlijnen de bevoegdheden duidelijk af, anderzijds verschaft die brede taakomschrijving de Secretaris-Generaal een buitengewoon mandaat om actie te ondernemen. De Secretaris-Generaal zou tekortschieten als hij niet voldoende rekening hield met de bekommernissen en belangen van lidstaten, maar hij moet ook de waarden en het moreel gezag van de Verenigde Naties hooghouden, en zich uitspreken en optreden in het belang van de vrede, met af en toe het risico dat hij bij dezelfde lidstaten protest uitlokt of een meningsverschil cre‘ert.

Deze 'creatieve spanning' vergezelt de Secretaris-Generaal tijdens zijn dagelijkse werkzaamheden, die onder meer behelzen: het bijwonen van zittingen van VN-organen; overleg met wereldleiders, regeringsvertegenwoordigers, delegaties van maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en anderen; en vele reizen om in contact te blijven met de inwoners van lidstaten en om op de hoogte te blijven van het brede spectrum van kwesties van internationaal belang op de agenda van de organisatie. De Secretaris-Generaal publiceert jaarlijks een verslag dat het werk van de VN evalueert en toekomstige prioriteiten uitzet.

Een van de belangrijkste taken van Secretaris-Generaal is het verlenen van zijn 'goede diensten' – initiatieven die hij op basis van zijn onafhankelijkheid, onpartijdigheid en onkreukbaarheid in het openbaar of achter gesloten deuren ontplooit om het ontstaan, escaleren of uitbreiden van internationale geschillen te voorkomen. Sinds zijn aantreden als Secretaris-Generaal heeft Kofi Annan in tal van situaties zijn goede diensten aangewend, onder meer in Cyprus, Oost-Timor, Irak, Libië, het Midden-Oosten, Nigeria en de Westelijke Sahara.

Om zijn ambt gestalte te geven houdt iedere Secretaris-Generaal ook rekening met de bijzondere context van het tijdsgewricht waarin hij zijn ambt vervult. Zo richtte Kofi Annan zijn inspanningen op.

 

Voormalige Secretarissen-Generaal

Het Handvest bepaalt dat de Secretaris-Generaal wordt benoemd door de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad. De voorgangers van Kofi Annan waren: Boutros Boutros Ghali (Egypte) die het ambt bekleedde van januari 1992 tot december 1996. Javier PŽrez de Cuellar (Peru) was Secretaris-Generaal van januari 1982 tot december 1991. Kurt Waldheim (Oostenrijk) stond van januari 1972 tot december 1981 aan het hoofd van de VN. Oe Thant (Birma, nu Myanmar) werd in november 1961 tot plaatsvervangend Secretaris-Generaal benoemd en vervulde de functie officieel van november 1962 tot december 1971. Dag Hammarskjšld (Zweden) bekleedde de functie van april 1953 tot zijn dood bij een vliegtuigongeluk in Afrika in 1961. Trygve Lie (Noorwegen) tenslotte, diende als de eerste Secretaris-Generaal van 1946 tot 1952, het jaar waarin hij zijn functie neerlegde.



Hervormingen

Kort na zijn aantreden als Secretaris-Generaal stelde Kofi Annan een pakket voor met verstrekkende hervormingsmaatregelen om de Verenigde Naties te helpen met haar tijd mee te gaan en zich aan te passen aan een nieuw tijdperk van mondiale aangelegenheden.

Hervormingsmaatregelen die vallen binnen de bevoegdheden van de Secretaris-Generaal zelf, zijn grotendeels doorgevoerd of op gang gebracht. Die maatregelen betreffen zowelde administratie– o.a. ingrijpende inspanningen om het interne bestuur op een hoger peil te brengen – als de VN in ruimere zin, met bijzondere nadruk op een krachtdadiger en doeltreffender respons van de VN op de almaar groeiende eisen aan haar adres, voornamelijk waar het om ontwikkeling en vredesoperaties.

Een nieuwe functie van Vice-Secretaris-Generaal werd gecreëerd om de Secretaris-Generaal bij te staan bij de uitoefening van de hem toevertrouwde taken. De eerste die dit ambt bekleedt is Louise FrŽchette, die voor haar benoeming in 1998 Canadees vice-minister van Defensie was.

Aan het begin van zijn tweede ambtstermijn stelde de Secretaris-Generaal nog een ander hervormingsprogramma voor – Strengthening the United Nations: An agenda for further change – dat beoogt het werk van de Organisatie beter af te stemmen op de prioriteiten die zijn opgesomd in de Millenniumverklaring, die de lidstaten in september 2000 hadden aanvaard. Dit "pakket" stelt ook verregaande veranderingen voor in de dienstverlening van het Secretariaat aan de lidstaten, en gaf het startsein aan een Panel van Prominenten voor een analyse van de betrekkingen van de Organisatie met ngo's, parlementsleden, fondsen en stichtingen, en met het bedrijfsleven, met de opdracht om op dat gebied voorstellen tot verbetering te formuleren.

De Algemene Vergadering bekijkt intussen nog verdere institutionele veranderingen die binnen haar bevoegdheden liggen, waaronder de omvang en samenstelling van de Veiligheidsraad, methoden voor de financiering van de Organisatie en methoden om te komen tot een grotere samenhang binnen het bredere VN-stelsel van gespecialiseerde organisaties.

Afrika. De Secretaris-Generaal vraagt blijvende aandacht voor Afrika en poogt internationale steun te verkrijgen voor Afrika's inspanningen bij het opbouwen van een toekomst in het teken van vrede en een hoger ontwikkelingsniveau. Zijn visie daarop is verwoord in een rapport uit 1998 getiteld The causes of conflict and the promotion of durable peace and sustainable development in Africa. Dit document bevat een uitgebreid pakket van 'realistische en haalbare' maatregelen om politieke spanningen en geweld binnen en tussen Afrikaanse staten terug te dringen en om de kernproblemen bij de ontwikkeling – zoals de schuldenlast, een gebrekkig openbaar bestuur en de verspreiding van ziekten als aids – aan te pakken. Ook heeft hij het Bureau van de Speciale Adviseur inzake Afrika (OSAA) ingesteld voor de bevordering en coördinatie van een organisatiebrede respons van de Verenigde Naties ter ondersteuning van de ontwikkeling van Afrika – in het bijzonder de tenuitvoerlegging van het Nieuwe Partnerschap voor de Ontwikkeling van Afrika (NEPAD).

Vredesoperaties. De jaren negentig gaven een plotselinge toename te zien van het aantal VN-vredesoperaties. Ook was er sprake van aanzienlijke veranderingen in de aard van de conflicten zelf. Zo zag de wereld een afname van wrijvingen tussen staten en een toename in aantal en gewelddadigheid van geschillen binnen staten. Problemen bij het vinden van passende antwoorden op deze ingewikkelde humanitaire noodsituaties, brachten de Secretaris-Generaal ertoe alles in het werk te stellen om de VN optimaal uit te rusten – militair, financieel en politiek – om desgevraagd adequate vredesoperaties te kunnen organiseren.

Naast de al in het hervormingsplan vervatte maatregelen, gaven drie belangrijke rapporten een nadere invulling aan deze bekommernis. Het eerste, opgesteld op verzoek van de Algemene Vergadering en in 1999 door de Secretaris-Generaal ingediend, handelt over de gruweldaden die in 1995 werden gepleegd tegen de Bosnische moslimbevolking in het 'veilige gebied' Srebrenica. Het tweede, waartoe opdracht werd gegeven door de Secretaris-Generaal en dat tevens in 1999 verscheen, was een onafhankelijk onderzoek, onder leiding van de Zweedse ex-premier Ingvar Carlsson, naar het optreden van de VN tijdens de volkerenmoord in Rwanda van 1994.

Het derde rapport, een initiatief van de Secretaris-Generaal uit 2000, betrof een uitvoerige analyse van de VN-activiteiten in het kader van vrede en veiligheid. Dit document werd opgesteld door een gezaghebbende commissie die werd benoemd door de Secretaris-Generaal en voorgezeten door de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Algerije, Lakhdar Brahimi. Dit rapport, dat op basis van de twee voorgaande rapporten beoogt te komen tot conclusies voor de toekomst, bevat zeer uiteenlopende aanbevelingen voor het Secretariaat en de lidstaten, in het bijzonder voor de staten die zetelen in de Veiligheidsraad. De realisatie van veel van deze voorstellen heeft ertoe bijgedragen dat de Organisatie nu beter in staat is om complexe vredesoperaties op te zetten en te sturen, al zullen deze verbeteringen pas op termijn hun volledige waarde bewijzen.

De Verenigde Naties als katalysator voor verandering

In het Millenniumrapport* – Wij, de volken: de rol van de Verenigde Naties in de 21ste eeuw – stelt Secretaris-Generaal Kofi Annan dat de huidige spelers op het wereldtoneel niet alleen staten zijn: het bedrijfsleven, NGOŐs en multilaterale instellingen werken steeds nauwer samen met regeringen om op basis van consensus te komen tot oplossingen voor wereldomspannende problemen.

De VN moet er niet naar streven om de rol van die mondiale actoren over te nemen, maar om een doeltreffender katalysator te worden voor verandering en voor samenwerking tussen die spelers, door wereldwijd gezamenlijke actie te stimuleren. De Secretaris-Generaal beveelt actie aan op de volgende terreinen:

  • Inventarisatie van de voornaamste sterke punten van de VN. De Organisatie ontleent haar invloed niet aan macht, maar aan de waarden die zij vertegenwoordigt, aan haar rol bij het bepalen en uitdragen van mondiale normen, aan haar vaardigheid om wereldwijde bezorgdheid en actie te stimuleren, en ook aan het vertrouwen dat zij inboezemt met haar daadwerkelijke optreden om het bestaan van mensen te verbeteren. De Verenigde Naties moet voortbouwen op die sterke punten en zich tegelijkertijd aanpassen wil zij niet alleen doeltreffend kunnen handelen, maar ook aanspraak maken op een onbetwiste legitimiteit. Ook moet de Organisatie haar relaties met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven verbreden.
  • Netwerken in het teken van de vrede. De Verenigde Naties moet formele instellingen aanvullen met informele beleidsnetwerken, en wel door internationale instanties, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en regeringen samen te brengen, om gezamenlijk te werken aan gemeenschappelijke doelstellingen.
  • Digitale bruggen slaan. De VN moet maximaal gebruikmaken van de nieuwe informatietechnologie om effici‘nter te worden en om de wisselwerking met de rest van de wereld te verbeteren.
  • De stille revolutie bespoedigen. De VN heeft  structurele hervormingen nodig   en een duidelijker consensus onder haar leden over de prioriteiten. Om zowel staten als mensen beter te dienen, moet de Verenigde Naties 'doeltreffender en doelmatiger worden en meer openstaan voor de volkeren in de wereld'.

Het Millenniumrapport werd uitgegeven ter voorbereiding van de Millenniumtop, de grootste bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders ooit. Tijdens de topconferentie, die van 6 tot 8 september 2000 plaatshad op het VN-hoofdkantoor, voorzagen de wereldleiders de organisatie van duidelijke richtlijnen voor de 21ste eeuw. De Millenniumverklaring, die unaniem werd aanvaard, stipuleert een reeks concrete doelstellingen en specifieke streefdoelen, aan de hand waarvan de internationale gemeenschap de centrale uitdaging kan aangaan: ervoor zorgdragen dat de mondialisering een positieve kracht wordt voor allen

* Het "Millenniumrapport" Wij, de volken: de rol van de Verenigde Naties in de 21ste eeuw. Verenigde Naties, 2000, ISBN 92-1-100844-1, E.00I.16. Het rapport is ook te raadplegen op www.un.org/millennium/sg/report

 

 

Global Compact. In 1999 presenteerde de Secretaris-Generaal tijdens het Wereldeconomieforum in het Zwitserse Davos een "Global Compact" (of Mondiaal Pact) om het bedrijfsleven te bewegen zich samen met VN-organisaties, regeringen, arbeidsorganisaties en NGO's te scharen achter negen universeel erkende principes op het gebied van mensenrechten, arbeid en milieu.

Het Global Compact is snel gegroeid sinds de offici‘le introductie ervan in juli 2000, toen 50 ondernemingen hun steun toezegden. In juni 2004 telde het netwerk van deelnemers wereldwijd bijna 1500 bedrijven, internationale vak- en branche-organisaties en tientallen maatschappelijke instanties. Het Pact heeft inmiddels draagvlak gekregen in meer dan 70 landen, voor het merendeel ontwikkelingslanden. Het heeft aanleiding gegeven tot tientallen projecten en initiatieven, waaronder een project dat beoogt zakendoen en investeren in de minst ontwikkelde landen te stimuleren. Ook ligt er een afspraak tussen de Internationale Werkgeversorganisatie (IOE) en het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (ICTFU) om samen te werken in de strijd tegen hiv en aids.

hiv/aids. In april 2001 plaatste de Secretaris-Generaal een oproep – een "Call to Action" – om de strijd aan te binden tegen de hiv/aids-epidemie; hij noemde die strijd zijn persoonlijke prioriteit. Hij suggereerde de opzet van een wereldomspannende aids- en gezondheidsfonds – het Global AIDS and Health Fund – als mechanisme voor het kanaliseren van een deel van de extra uitgaven die nodig zijn om ontwikkelingslanden te helpen bij hun strijd tegen de aidscrisis. Het Fonds  - algemeen bekend als Wereldaidsfonds – ging van start in 2002.



 Begroting van de Verenigde Naties

De gewone of reguliere begroting van de Verenigde Naties wordt tweejaarlijks goedgekeurd door de Algemene Vergadering. De begroting wordt eerst ingediend door de Secretaris-Generaal en beoordeeld door het AdviescomitŽ voor administratieve en budgettaire aangelegenheden, dat bestaat uit 16 deskundigen die zijn voorgedragen door hun regeringen en verkozen door de Algemene Vergadering, maar handelen uit eigen hoofde. De programmatische begrotingsaspecten worden beoordeeld door het ComitŽ voor programma en cošrdinatie, dat bestaat uit 34 deskundigen die zijn verkozen door de Algemene Vergadering en die de standpunten van hun regeringen vertegenwoordigen.

Het goedgekeurde budget voor het biënnium 2004-2005 bedraagt 3,16 miljard dollar – in reële termen een nulgroei ten opzichte van de tweejaarsbegroting 2002-2003. De begroting omvat de kosten van VN-programma's voor politieke aangelegenheden, internationale rechtspraak, internationale ontwikkelingssamenwerking, publieksvoorlichting, mensenrechten en humanitaire aangelegenheden.

De contributies van de lidstaten zijn de voornaamste bron van inkomsten voor de begroting. Die bijdragen worden berekend op basis van een schaal die de Vergadering vaststelt op aanbeveling van de Commissie voor de contributies, die bestaat uit 18 deskundigen – voorgedragen door de Vijfde Commissie (administratieve zaken en begroting) en verkozen door de Algemene Vergadering – die uit eigen hoofde optreden.

De hoogte van de bijdrage van lidstaten wordt berekend naar draagkracht. Die wordt bepaald op basis van het BBP (bruto binnenlands product) met inachtneming van een aantal factoren, zoals het inkomen per hoofd van de bevolking. De Commissie voert om de drie jaar een volledige herziening door van de aanslagvoet, op basis van de meest recente economische statistieken per land, en ziet er zo op toe dat de bijdragen eerlijk en nauwkeurig worden berekend. In 2000 stelde de Vergadering de maximumbijdrage voor een staat vast op 22% van de begroting.

De algemene financiële situatie van de Verenigde Naties is al verscheidene jaren zorgwekkend omdat veel lidstaten hun bijdragen niet tijdig of volledig betalen. De VN is erin geslaagd te blijven opereren dankzij vrijwillige bijdragen van een aantal landen en ook dankzij het Fonds voor het Werkkapitaal (waarin lidstaten van tevoren een bepaald percentage van hun contributie storten) en door geld te lenen van vredesoperaties.

Op 31 december 2003 beliep het bedrag aan achterstallige bijdragen van lidstaten voor de gewone begroting bijna 442 miljoen dollar. Van de 191 aangeslagen lidstaten hadden er 127 op 31 december 2003 hun contributie voor het gewone programma geheel voldaan. De overige 64 waren op dat moment hun statutair bepaalde verplichtingen jegens de Organisatie niet nagekomen.

Naast het reguliere budget worden lidstaten ook aangeslagen voor de kosten van de internationale tribunalen en – op basis van een andere basisverdeelsleutel – voor de kosten van VN-vredesoperaties.

In 1995 bereikten de kosten voor vredesoperaties een piek van 3 miljard dollar, hoofdzakelijk veroorzaakt door het oplopen van de uitgaven voor operaties in Somalië en het voormalige Joegoslavië. In 1999 waren die kosten weer gedaald tot 889 miljoen dollar. Eind 2001 waren de jaarlijkse kosten voor VN-vredesoperaties weer gestegen tot iets meer dan 3 miljard dollar – onder invloed van nieuwe en grootschalige missies in Kosovo, Oost-Timor (nu Timor-Leste), Sierra Leone, de Democratische Republiek Kongo (Kongo Kinshasa) en in Eritrea en Ethiopië. Op 1 juli 2003 beliepen de goedgekeurde begrotingen tot 1 juli 2004 net niet 2,2 miljard dollar.

Per 31 december 2003 bedroegen de niet-betaalde bijdragen voor vredesoperaties bijna 1,1 miljard dollar. Het uitblijven van de betaling van bijdragen moest de VN compenseren door betalingen aan regeringen die troepen, uitrusting en logistieke ondersteuning hadden geleverd uit te stellen, wat een onbillijke last legde op deze staten.

De fondsen en programma's van de VN – waaronder het Kinderfonds unicef, het VN-Ontwikkelingsprogramma undp en de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen – opereren met afzonderlijke begrotingen. Het merendeel van hun middelen komt uit vrijwillige bijdragen van regeringen en van privŽ-personen; dit laatste geldt met name voor unicef. Ook de gespecialiseerde organisaties werken met eigen begrotingen, aangevuld met vrijwillige bijdragen van state.


De VN-Familie van Organisaties

Klik hier


UNIC Logo
Terug  Home  Terug naar boven